ECLI:NL:CRVB:2026:700

ECLI:NL:CRVB:2026:700

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 28-05-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer 25/2342 WUV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste en enige aanleg

Samenvatting

Afwijzing aanvraag vergoeding kosten gehoorapparaat. De gehoorklachten van appellante staan niet in verband met de vervolgingsgevolgen van haar ouders.

Uitspraak

SAMENVATTING

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

25/2342 WUV

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] , Israël (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

Datum uitspraak: 28 mei 2026

Verweerder heeft afwijzend beslist op de aanvraag van appellante om toekenning van een vergoeding voor de aanschaf van een gehoorapparaat. De Raad onderschrijft het standpunt van verweerder dat de gehoorklachten niet in overwegende mate in verband staan met de bij haar ouders door de vervolging ontstane ziekten of gebreken.

PROCESVERLOOP

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 27 augustus 2025, kenmerk BZ011706120 (bestreden besluit). Dit betreft de Wuv.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 16 april 2026. Appellante is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.L. van de Wiel.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellante, geboren in 1951, is als zogeheten tweede generatie-oorlogsslachtoffer met de vervolgde gelijkgesteld. Verweerder heeft aanvaard dat appellante psychische klachten heeft die in overwegende mate in verband staan met de vervolgingsgevolgen van haar ouders. Appellante is op grond van de Wuv in aanmerking gebracht voor een periodieke uitkering.

In april 2024 heeft appellante verweerder verzocht de kosten te vergoeden van de aanschaf van een gehoorapparaat. Appellante heeft daarbij aangegeven dat haar gehoorklachten te maken hebben met haar tweede generatie-problematiek.

Met een besluit van 13 januari 2025 heeft verweerder dat verzoek afgewezen op de grond dat de gehoorklachten niet in verband staan met de vervolgingsgevolgen van haar ouders. Het hiertegen gemaakte bezwaar is met het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Het oordeel van de Raad

2. De Raad beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de argumenten die appellante in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het beroep niet slaagt.

Op grond van artikel 20 van de Wuv heeft een vervolgde – voor zover hier van belang – aanspraak op volledige vergoeding van de extra kosten van noodzakelijke voorzieningen in verband met de uit de vervolging voortvloeiende ziekten of gebreken.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de gehoorklachten van appellante niet in verband staan met de vervolgingsgevolgen van haar ouders. Daarnaast stelt verweerder dat het gehoorapparaat niet in verband staat met de erkende psychische klachten van appellante. Dit standpunt is gebaseerd op de medische adviezen van een tweetal geneeskundig adviseurs, waarbij is betrokken de informatie van de behandelend psychiater dr. V. Damlin.

De Raad kan dit standpunt niet voor onjuist houden. Volgens de geneeskundig adviseurs zijn de gehoorklachten constitutioneel dan wel degeneratief bepaald. De betwisting daarvan door appellante is niet met medische gegevens onderbouwd. In de door haar in beroep overgelegde verklaring van de psychiater Damlin is vermeld dat het gehoorapparaat appellante helpt in haar relaties met mensen, de stress vermindert en appellante zelfvertrouwen en vreugde geeft, maar ook uit deze verklaring is niet af te leiden dat er een verband bestaat tussen de gehoorklachten van appellante en de vervolgingsgevolgen van haar ouders.

Conclusie en gevolgen

Het beroep slaagt dus niet. Dit betekent dat het bestreden besluit van 27 augustus 2025 in stand blijft.

3. Omdat het beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door B. Serno in tegenwoordigheid van C.C.M. van ’t Hol als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2026.

(getekend) B. Serno

(getekend) C.C.M. van ‘t Hol

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand