OVERWEGINGEN
1. De indiener van het hoger beroep is overleden. De Raad is niet gebleken van erfgenamen die hem als partij in de gedingen zijn opgevolgd en die de gedingen zouden willen voortzetten. Na de oproep van de Raad in de Staatscourant hebben geen belanghebbenden verzocht als partij aan de gedingen deel te mogen nemen. Gelet hierop is er geen belang meer bij het beoordelen van het wrakingsverzoek.
2. De behandeling van de hoger beroepen is vóór het overlijden van verzoeker stilgelegd vanwege het verzoek om wraking van de behandelend rechters. Om de behandeling van de hoger beroepen te kunnen hervatten zal de Raad, gelet op wat is overwogen onder 1, beslissen dat het verzoek om wraking buiten behandeling wordt gesteld.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep stelt het verzoek om wraking buiten behandeling.
Deze beslissing is gegeven door E. Dijt als voorzitter en M.A.H. van Dalen-van Bekkum en T. Dompeling als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2026.
De griffier De voorzitter
(getekend) P.W.J. Hospel (getekend) E. Dijt
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep