OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen. In artikel 8:15 van de Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Verzoekster heeft te kennen gegeven dat het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch partij is in bovenvermelde zaak. Omdat haar echtgenoot jaren als wethouder werkzaam is geweest in die gemeente en hij in die hoedanigheid (mede) verantwoordelijk was voor het Sociaal Domein, waarin ook deze zaak ligt, heeft verzoekster verzocht om verschoning om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van de zaak te voorkomen.
3. Gezien de motivering van het verzoek is de inwilliging daarvan gerechtvaardigd.
4. De Raad wijst het verzoek daarom toe.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om verschoning toe.
Deze beslissing is gegeven door E. Dijt als voorzitter en S.B. Smit-Colenbrander en J.D. Streefkerk als leden, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2026.
De griffier De voorzitter
(getekend) A.H. Hagendoorn-Huls (getekend) E. Dijt