ECLI:NL:CRVB:2026:894

ECLI:NL:CRVB:2026:894

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 02-07-2026
Datum publicatie 07-07-2026
Zaaknummer 25/756 WLZ
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellanten hebben geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak.

Uitspraak

SAMENVATTING

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

25/756 WLZ

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 maart 2025, 22/5112 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de erven van [betrokkene] (betrokkene) te [woonplaats] (appellanten)

Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. (zorgkantoor)

Datum uitspraak: 2 juli 2026

Het hoger beroep is niet-ontvankelijk, omdat appellanten geen procesbelang hebben bij een inhoudelijke beoordeling.

PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. M. Ouwerkerk-Hoogendonk, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.

Namens appellanten is verschenen [naam zoon] (zoon van betrokkene), bijgestaan door mr. OuwerkerkHoogendonk. Het zorgkantoor heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T. Olaniyi.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Betrokkene, geboren in 1950 en overleden op [datum] 2022, ontving zorg in natura op grond van de Wet langdurige zorg.

Op 14 juni 2021 heeft het zorgkantoor een omzettingsformulier ontvangen om alle zorg in natura per 26 mei 2021 om te zetten in een persoonsgebonden budget (pgb), alsmede een verklaring gewaarborgde hulp. [naam zoon] treedt op als de gewaarborgde hulp.

Op 14 augustus 2021 heeft betrokkene een aanvraag ingediend voor een pgb met ingang van 26 mei 2021 ter hoogte van € 95.761,12 voor zorg door formele en informele zorgverleners. Ook is een aanvraag voor extra kosten thuis (EKT) ingediend. Omdat het ontvangen budgetplan het beschikbare budget ver overschrijdt, heeft het zorgkantoor verzocht om een weekoverzicht. Daarnaast ontbreken de zorgovereenkomsten met de zorgverleners.

Met het besluit van 20 september 2021 heeft het zorgkantoor geweigerd een pgb te verlenen omdat het EKT-formulier niet volledig is ingevuld en omdat de gevraagde stukken niet zijn ingeleverd.

Met het bestreden besluit van 19 september 2022 heeft het zorgkantoor het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 20 september 2021 ongegrond verklaard. Tijdens de bezwaarprocedure zijn twijfels ontstaan of de gewaarborgde hulp in staat is de aan het pgb verbonden taken en verplichtingen op een verantwoorde wijze uit te voeren en of de zorg op een doelmatige manier wordt ingezet.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft, kort samengevat en voor zover van belang, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.

Het standpunt van appellanten

3. Appellanten zijn het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Zij vinden dat het zorgkantoor ten onrechte geen pgb heeft verleend.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of appellanten procesbelang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak. De Raad beantwoordt deze vraag ontkennend. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Zoals de Raad eerder heeft overwogen, is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een periode die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Daarnaast kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand onaannemelijk is dat schade als gevolg van de besluitvorming is geleden.

Appellanten hebben aangevoerd dat het voor hen van belang is om geen of zo min mogelijk schulden te hebben. Die schulden moeten worden voldaan uit de nalatenschap. Mocht er dan nog iets overblijven dan kan dit onder appellanten worden verdeeld.

Vast staat dat de nalatenschap beneficiair is aanvaard door appellanten. Ter zitting is namens appellanten verklaard dat bij het overlijden van betrokkene niets is nagelaten en dat de nalatenschap dus geen baten bevat. Wel is er een factuur van MEM Thuiszorg van € 11.500,- voor aan betrokkene verleende zorg. Die factuur is niet betaald. Ter zitting is namens appellanten verder verklaard dat ook PZP Health Care en een aantal informele zorgverleners zorg hebben verleend, maar dat hiervan geen declaraties of facturen beschikbaar zijn.

De Raad is van oordeel dat appellanten niet over het vereiste procesbelang beschikken. De nalatenschap omvat geen baten. De onderhavige procedure kan daaraan niets veranderen. Als het pgb alsnog verleend zou worden, kan daaruit, voor zover aan de voorwaarden daarvoor wordt voldaan, alleen de verleende zorg worden betaald tot het bedrag van het maximaal beschikbare pgb. Deze betalingen kunnen hooguit leiden tot een situatie dat de nalatenschap geen of minder schulden omvat, maar, omdat er geen baten zijn, nooit tot een situatie waarin de baten van de nalatenschap de schulden overtreffen. Dit betekent dat de uitkomst van het hoger beroep voor de erven feitelijk geen betekenis kan hebben.

Conclusie en gevolgen

Uit het voorgaande volgt dat appellanten geen procesbelang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang. Dit betekent dat de Raad niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders als voorzitter en C.W.C.A. Bruggeman en N.R. Docter als leden, in tegenwoordigheid van A.A. Verweij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2026.

(getekend) K.H. Sanders

(getekend) A.A. Verweij

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RSV 2026/113
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand