Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 29 september 2009 en op de terechtzitting in hoger beroep van 25 januari 2011.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep
Nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend, noch mondeling zijn bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak zelf, zal hij gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaard worden in het ingestelde hoger beroep.
Het hof overweegt ten overvloede nog het volgende. De verdachte heeft per brief van 2 juni 2010 laten weten dat hij wegens verblijf in een kliniek niet bij de behandeling van zijn zaak voor de politierechter aanwezig heeft kunnen zijn en daarom hoger beroep wenste in te stellen. De dagvaarding in hoger beroep is in persoon betekend, de verdachte is niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen en de verdachte heeft evenmin een verklaring gegeven voor zijn afwezigheid.
Beslissing
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de eerste meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. W.M.C. Tilleman en mr. N.F. van Manen, in tegenwoordigheid van mr. M.E.P. Bons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 januari 2011.
De oudste en jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.