Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 5 november 2014.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Voorts heeft het hof kennis genomen van de telefonische mededeling van de toegevoegde raadsman van de verdachte, mr. [naam], advocaat te Amsterdam, inhoudende dat hij niet meer in contact is kunnen komen met de verdachte en per 15 september 2014 de verdediging heeft neergelegd.
Ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep
Nu de verdachte noch een gemachtigd advocaat ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, geen schriftuur houdende grieven is ingediend, noch mondeling bezwaren tegen het vonnis zijn opgegeven en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak zelf, zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Voor zover toevoeging van een andere advocaat dan mr. [naam], welke de verdediging heeft neergelegd, was geboden, overweegt het hof dat niet was te verwachten dat die andere advocaat, gezien de mededeling van mr. [naam], wel in contact had kunnen komen met de verdachte.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. E. de Greeve en mr. F.M.D. Aardema, in tegenwoordigheid van mr. M. Goedhart, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 november 2014.
Mr. M. Goedhart is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.