beschikking
__________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.097.019/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 22 september 2015
inzake
[A] ,
wonende te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat: (voorheen: mrs. H.M. de Mol van Otterloo en E.N. de Jong, kantoorhoudende te Amsterdam, thans:) mr. A.B. Tekin Erdogan, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CHINESE WORKERS B.V.,
gevestigd te Purmerend,
VERWEERSTER,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. [B] ,
wonende te [....] ,
2. [C] ,
wonende te [....] ,
3. [D] ,
wonende te ‚ [D] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. R.C. van Wieringhen Borski, kantoorhoudende te Amsterdam.
1. Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 7 en 9 februari 2012 en 5 september 2012 in deze zaak.
Bij de beschikking van 7 februari 2012 heeft de Ondernemingskamer - voor zover hier van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Chinese Workers B.V. gevestigd te Purmerend (hierna Chinese Workers te noemen), een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, en bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van Chinese Workers. Tevens zijn bij voormelde beschikking bij wijze van onmiddellijke voorziening 51% van de door Chinnede Ltd., gevestigd te Hong Kong, China, gehouden aandelen in Chinese Workers ten titel van beheer aan de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder overgedragen. De Ondernemingskamer heeft bij de beschikking van 9 februari 2012 mr. H.F. Doeleman als onderzoeker aangewezen en bij de beschikking van 5 september 2012 mr. drs. F.A.L. van der Bruggen RA als bestuurder en beheerder van aandelen aangewezen.
Tegen de beschikkingen van 7 en 9 februari 2012 is cassatieberoep ingesteld, welk beroep is verworpen bij de beschikking van de Hoge Raad van 29 maart 2013 (ECLI:NL:PHR:2013:BY7833).
Bij e-mail van 3 september 2015 heeft mr. Tekin Erdogan de Ondernemingskamer bericht dat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen en namens verzoekster verzocht het bij de beschikking van 7 februari 2012 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen.
Bij e-mail van 9 september 2015 heeft Van der Bruggen voornoemd desgevraagd laten weten akkoord te zijn met het verzoek tot beëindiging. Een bericht van gelijke strekking heeft Doeleman voornoemd bij e-mail van 11 september 2015 gezonden.
Bij e-mail van 18 september 2015 heeft mr. Van Wieringhen Borski namens belanghebbenden laten weten akkoord te zijn met het verzoek van mr. Tekin Erdogan.
2. De gronden van de beslissing
Nu verzoekster heeft verzocht het bij de beschikking van 7 februari 2012 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen, de overige verschenen partijen daarmee hebben ingestemd en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen beëindiging verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen, een en ander met ingang van heden.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 7 februari 2012 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Chinese Workers;
beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 7 februari 2012 getroffen onmiddellijke voorzieningen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
De beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en drs. P.R. Baart en prof. dr. R.A.H. van der Meer RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en door mr. Tillema in het openbaar uitgesproken op 22 september 2015.