ECLI:NL:GHAMS:2015:653

ECLI:NL:GHAMS:2015:653, Gerechtshof Amsterdam, 27-02-2015, 23-000657-12

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 27-02-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23-000657-12
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBHAA:2012:BW5210
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2016:1383
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 5 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Klimop. Oud adjunct-directeur van Bouwfonds wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. Verwerping verweren niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie, bewijsuitsluiting en art. 69, lid 4 AWR. Geen misbruik van bevoegdheden door de Belastinginspecteur. Gedeeltelijke vrijspraak. Veroordeling voor valsheid in geschrift.

Uitspraak

3. PRIMAIR

(PROJECT SOLARIS):

Hij in de periode van 17 juli 2000 tot en met 27 december 2000, in Nederland,

zijnde telkens geschriften die bestemd waren tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of laten opmaken, immers heeft verdachte valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven-:

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

5. PRIMAIR

(PROJECT SOLARIS):

Hij in de periode van 17 augustus 2000 tot en met 8 februari 2001 in Nederland geldbedragen tot een totaalbedrag van € 567.225,25 (fl. 1.250.000) (exclusief BTW), heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen van die geldbedragen wist dat het door misdrijf verkregen geldbedragen betroffen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het ten laste gelegde feit onder 5 primair (opzetheling)

Beoordeling

Uit de tot de bewezenverklaring gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de verdachte zelf, als pleger, zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift (als omschreven in het ten laste gelegde feit onder 3).

De verdachte wordt verweten de op grond van de valse facturen ontvangen gelden te hebben geheeld in de zin van het bepaalde in art. 416 Sr (opzetheling). Heling van geldbedragen door misdrijven (de valselijk opgemaakte facturen) die de heler (de verdachte) zelf heeft gepleegd is echter niet strafbaar (vgl. HR 11 decemer 2007, NJ 2008/ 438, r.o. 4.2.).

De verdachte dient derhalve te worden ontslagen van alle rechtsvervolging ter zake het ten laste gelegde feit onder 5 primair.

Naar ’s hofs oordeel zijn er verder geen omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde feit 3 primair uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het onder 3 primair bewezen verklaarde levert op:

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Haarlem heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte en de officier van justitie hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Door de verdediging is gewezen op de omstandigheid dat de rol en bijdrage van de verdachte uiterst passief is geweest en significant geringer, alsmede de omstandigheid dat de verdachte, [getuige 6] en hun rechtspersonen er in 2010 samen met de civiele partijen uit waren, maar dat het openbaar ministerie toen een streep door de rekening heeft gezet en dat er in dit kader steeds onderhandelingen zijn geweest waarin belangrijke stappen zijn gezet (pleinotities, par. 385, 386 en 387). Daarnaast is een beroep gedaan op de overschrijding van de redelijke termijn, alsmede op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, de media-aandacht, zijn - kort samengevat - maatschappelijke en financiële teloorgang, zijn fysieke toestand en zijn gezinsomstandigheden (pleitnotities, par. 389 e.v.).

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen geachte feit en de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, waarbij is gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft voorts acht geslagen op het uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 15 april 2014 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld.

Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Het hof hanteert als uitgangspunt voor de op te leggen straf de door het LOVS in 2012 vastgestelde oriëntatiepunten die van toepassing zijn op fraudezaken. Uit de bewezenverklaring volgt dat in een periode van een half jaar (van 17 juli 2000 tot en met 27 december 2000) door middel van valse facturen door de medeverdachte [medeverdachte 1] aan de verdachte een zogenaamde bonus is uitgekeerd van in totaal fl. 1.250.000 (omgerekend ongeveer 567.225 euro), welk bedrag op de bankrekening van het bedrijf van de echtgenote van de verdachte is gestort. Naar het oordeel van het hof diende de valsheid in geschrift ertoe deze betalingen aan het zicht van derden te onttrekken. Voorkomen diende te worden dat de betalingen - waarvan zijn werkgever Bouwfonds niet op de hoogte was - bekend zouden worden.

Een gevangenisstraf van aanzienlijke duur is op zijn plaats, waarbij het hof voorts de volgende factoren betrekt.

De verdachte heeft zich in een leidinggevende functie bij Bouwfonds ontvankelijk getoond voor betalingen die verband hielden met zijn werk. Betalingen die op ondoorzichtige wijze door de medeverdachte [medeverdachte 1] werden uitbetaald. Dit gebeurde terwijl de verdachte een functie bekleedde die meebracht dat ook voor de medeverdachte [medeverdachte 1] de handtekening van de verdachte essentieel was voor het al dan niet doorgaan van bepaalde projecten.

Binnen organisaties moet er op kunnen en mogen worden vertrouwd dat werknemers niet open staan voor het aannemen van - aanzienlijke sommen - geld, ook niet indien dit geld afkomstig is van degeen aan wie zij verantwoording verschuldigd zijn, maar die tegelijkertijd in het kader van een verantwoorde bedrijfsvoering afhankelijk is van hun instemming. Dit laatste dient juist om te voorkomen dat alleen

één iemand kan beslissen over grote projecten c.q. grote sommen geld en ter vermijding van corruptie binnen de organisatie. Op vakkundige werknemers - die daarvoor worden ingeschakeld en daarvoor worden betaald - dient onvoorwaardelijk vertrouwd te kunnen worden. Geen enkele grote organisatie kan werken zonder dat vertrouwen kan worden gesteld in hen aan wie taken zijn opgedragen en die dat deel van de werkzaamheden in hun pakket hebben. Dat geldt voor hoog tot laag en derhalve - terugkerend naar de onderhavige zaak - zeker ook voor de verdachte die bij Bouwfonds alle kans kreeg zich te ontwikkelen: de verdachte begon daar in 1994 als junior ontwikkelingsmanager, werd ontwikkelingsmanager en was in 2000 adjunct-directeur bij Bouwfonds.

Tevens wordt van belang geacht dat het - naar ook de verdachte wist - ging om geld van de werkgever dat door middel van het plegen van strafbare feiten aan die werkgever was onttrokken. Immers, naar uit de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1] blijkt wist de verdachte van de potjes en vervolgens int de verdachte de hem door de medeverdachte [medeverdachte 1] toegezegde bonussen door valse facturen te sturen naar de medeverdachte [medeverdachte 2] en de getuige [getuige 7], personen - bij wie potjes waren gevormd en - van wie de medeverdachte [medeverdachte 1] verklaart dat als de facturen naar die personen zijn gegaan hij dit met de verdachte moet hebben besproken.

Naar het oordeel van het hof geeft de houding van de verdachte blijk van een grove miskenning van

de wijze waarop werkgever-werknemer-verhoudingen binnen organisaties, in de regel, zijn vormgegeven en het daaraan verbonden onderling vertrouwen dat in elkaar moet en mag worden gesteld. Dat vertrouwen dat zijn werkgever in hem, als adjunct directeur, had gesteld, heeft de verdachte, zoals overwogen, op grove wijze beschaamd. Dit wordt de verdachte zwaar aangerekend.

Het hof acht aannemelijk dat alle media-aandacht rondom de persoon van de verdachte en de daarin reeds verwerkte oordelen, een zware wissel hebben getrokken en nog steeds trekken op de verdachte en zijn privéleven. Tegelijkertijd ziet het hof de media-aandacht voor deze zaak evenwel als een kennelijk onvermijdelijk en bovendien van een eigen dynamiek voorzien fenomeen dat zich bij uitstek in zaken met een zekere impact voordoet. In het geval van de verdachte is de maatschappelijke positie die hij ten tijde van de door hem gepleegde feiten bekleedde, een niet geheel onbegrijpelijk aandachttrekkend aspect.

Ten aanzien van een mogelijke overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 EVRM, overweegt het hof als volgt.

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn heeft in beginsel het volgende te gelden.

Wat betreft de berechting van een zaak in eerste aanleg dient de zaak ter terechtzitting te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, behoudens bijzondere omstandigheden. Voor de berechting van de zaak in hoger beroep geldt dat het geding met een einduitspraak dient te zijn afgerond binnen twee jaren na het instellen van het rechtsmiddel, eveneens behoudens bijzondere omstandigheden. Als omstandigheden waarvan de redelijkheid van de duur van een zaak afhankelijk is hebben onder meer te gelden de ingewikkeldheid van een zaak, waartoe ook de omvang van het verrichte onderzoek en de gelijktijdige berechting van zaken tegen medeverdachten wordt gerekend, de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop alsmede de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Ervan uitgaande dat bedoelde termijn in eerste aanleg een aanvang heeft genomen op het moment dat verdachte in verzekering is gesteld, te weten 1 april 2008, kan worden vastgesteld dat op het moment dat in eerste aanleg vonnis is gewezen, de vervolging van verdachte bijna vier jaren in beslag heeft genomen. Ten aanzien van de procedure bij het hof is de termijn aangevangen op 9 februari 2012, de datum waarop door de verdachte hoger beroep is ingesteld. Nu het hof op 27 februari 2015 uitspraak doet, heeft de hoger beroepsprocedure meer dan drie jaren in beslag genomen.

Het hof acht de duur van de strafprocedure in eerste aanleg en hoger beroep onwenselijk maar niet onredelijk, in aanmerking nemend de omvang van het door de FIOD verrichte onderzoek waarbij een groot aantal (rechts)personen als verdachte is aangemerkt en dat ook nog na 1 april 2008 heeft plaatsgevonden, de enorme omvang en de complexiteit van het Klimop-dossier, het uitgebreide onderzoek dat mede op verzoek van de verdediging in de zaak van de verdachte en in de zaken van medeverdachten heeft plaatsgevonden, alsook de tijd die de behandeling van verdachtes zaak ter terechtzitting als gevolg van de gelijktijdige berechting van diverse in dit megaproces terechtstaande verdachten, in beslag heeft genomen.

Al het voorgaande waarbij het hof tevens acht heeft geslagen op de overigens nog door de verdediging naar voren gebrachte omstandigheden, brengt met zich dat aan de verdachte een gevangenisstraf van na te melden duur wordt opgelegd.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair, 2 subsidiair, 4 primair, 4 subsidiair, 6, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3 primair en 5 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 3 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Verklaart het onder 5 primair bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Jurgens, mr. S. Clement en mr. A.M. van Amsterdam, in tegenwoordigheid van mr. R. Cozijnsen en mr. M.E. Olthof, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 februari 2015.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R. Cozijnsen en mr. M.E. Olthof

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?