ECLI:NL:GHAMS:2017:1790

ECLI:NL:GHAMS:2017:1790, Gerechtshof Amsterdam, 12-05-2017, R 000346-17

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 12-05-2017
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer R 000346-17
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Verzoek schadevergoeding gewezen verdachte (art. 89 Sv) afgewezen. Na ophouden voor verhoor is appellant kort zonder titel vastgehouden. Advocaat verzoekt om extensieve uitleg van artikel 89 Sv, nu een civiele procedure geen ‘effective remedy’ is. Bij verzekering van minder dan 24 uur wordt geen vergoeding toegekend, uitgezonderd het geval dat de verzekering de nacht omvat. Reeds daarom geen grond voor toewijzing.

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Rekestnummer: R 000346-17 / (89 Sv HB)

Proces-verbaalnummer: 2015114856

Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 24 november 2015 op het verzoekschrift op de voet van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,

mr. J.W. Soeteman, Singel 362, 1016 AH Amsterdam.

1. Inhoud van het verzoek

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 105,00, ter zake van schade die de verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane, deels onrechtmatige, vrijheidsbeneming in de strafzaak met voormeld proces-verbaalnummer, te weten een verblijf op het politiebureau gedurende 12 uren en 20 minuten, waarvan 45 minuten zonder titel.

2. Procesverloop

De enkelvoudige raadkamer van de rechtbank heeft het verzoek afgewezen, omdat de appellant in de onderhavige strafzaak niet in verzekering is gesteld en de gestelde schade daarom buiten de reikwijdte van artikel 89 Sv valt.

Het hoger beroep is ingesteld namens de verzoeker (hierna: appellant).

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld proces-verbaalnummer en heeft op 31 maart 2017 de advocaat-generaal en de gemachtigde advocaat van de appellant mr. J.W. Soeteman, advocaat te Amsterdam, ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. De appellant is - hoewel behoorlijk opgeroepen - niet in persoon in raadkamer verschenen.

3. Beoordeling van het verzoek

De appellant is op 20 mei 2015 om 3.25 uur aangehouden en diezelfde dag om 15.45 uur in vrijheid gesteld. Hij is niet in verzekering gesteld.

De strafzaak tegen de appellant is op eveneens die dag onvoorwaardelijk geseponeerd.

De gemachtigde advocaat van de appellant heeft gesteld dat artikel 89 Sv in het onderhavige geval extensief moet worden uitgelegd. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de appellant na afloop van de termijn voor zijn ophouding voor onderzoek zonder titel is vastgehouden, als ware hij in verzekering gesteld. Voorts heeft de advocaat aangevoerd dat het voeren van een civiele procedure ter verkrijging van een vergoeding in verband met deze onrechtmatige vrijheidsberoving geen ‘effective remedy’ is, nu de kosten die met het voeren van een dergelijke procedure zijn gemoeid hoger zullen zijn dan de eventueel toe te wijzen vergoeding.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het hoger beroep.

Het hof overweegt dat het vaste rechtspraak van dit hof is om bij een inverzekeringstelling van minder dan 24 uren geen vergoeding op grond van artikel 89 Sv toe te kennen, met uitzondering van het geval dat de gewezen verdachte een nacht in verzekering heeft doorgebracht en geen vergoeding toe te kennen voor gedwongen verblijf op het politiebureau voorafgaand aan de inverzekeringstelling (zie bijv. ECLI:NL:GHAMS:2017:590). Nu in het onderhavige geval de appellant niet een (hele) nacht van zijn vrijheid beroofd is geweest, is het hof van oordeel dat reeds daarom geen grond bestaat voor toewijzing van enige vergoeding, wat er ook zij van hetgeen de raadsman omtrent de titel van (een gedeelte van) die vrijheidsberoving heeft aangevoerd. Het hof acht daarom het hoger beroep ongegrond.

4. Beslissing

Het hof:

Wijst af het hoger beroep van appellant.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.E.M. Röttgering, M. Iedema en M.L.M. van de Voet, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 12 mei 2017.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?