GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.190.925/01
zaak- en rolnummer rechtbank Middelburg : 224115/11-3204
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 december 2017
inzake
[appellant] ,
wonend te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. A.A.M. Knol te Den Haag,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonend te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. P.S. Kamminga te Den Haag.
1. Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna aangeduid als [appellant] en [geïntimeerde] .
Het hof heeft in deze zaak op 24 oktober 2017 een arrest uitgesproken. Bij faxbericht van 22 november 2017 heeft mr. Knol voornoemd zich namens partij [appellant] op het standpunt gesteld dat het arrest een kennelijke fout bevat en herstel daarvan verzocht. Bij e-mail van 30 november 2017 heeft mr. Kamminga voornoemd zich namens partij [geïntimeerde] verzet tegen toewijzing van dit verzoek.
2. Beoordeling
In voornoemd arrest van 24 oktober 2017 is aan salaris advocaat, met inbegrip van de kosten van de procedure bij het hof Den Haag, een bedrag toegekend van
€ 22.841,=. [appellant] verzoekt dit bedrag te wijzigen en vast te stellen op € 2.682,=. Nu het hof de eiswijziging na verwijzing heeft gehonoreerd, was de (resterende) vordering van onbepaalde waarde en diende tarief II van het liquidatietarief te worden toegepast (€ 894,= per punt). Nu in tarief II het maximum aantal punten drie bedraagt, dient een bedrag van € 2.682,= te worden toegekend, aldus [appellant] . [geïntimeerde] voert gemotiveerd verweer tegen het verzoek tot herstel van het arrest en concludeert tot afwijzing hiervan.
[appellant] heeft in hoger beroep in zijn appeldagvaarding en memorie van grieven zijn in eerste aanleg ingestelde vordering tot veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van een bedrag van € 231.246,10, vermeerderd met rente, gehandhaafd. Dit brengt met zich dat zijn vorderingen in hoger beroep vallen in tarief VI van het liquidatietarief (€ 3.263,= per punt). Het gegeven dat het hof Den Haag voormelde vordering bij arrest van 18 februari 2014 heeft afgewezen, [appellant] hiertegen geen cassatie heeft ingesteld en deze vordering vervolgens heeft ingetrokken bij zijn eisvermindering in zijn memorie na verwijzing, laat de toepasselijkheid van tarief VI op de (gehele) appelprocedure onverlet. De advocaat van [geïntimeerde] heeft (in de hoofdzaak) de volgende proceshandelingen verricht: aanwezigheid comparitie hof ’s-Hertogenbosch (1 punt), nemen memorie van antwoord (1 punt), aanwezigheid pleidooi hof Den Haag (2 punten), nemen memorie na verwijzing (1 punt) en aanwezigheid pleidooi hof Amsterdam (2 punten). Het totale aantal punten van zeven vermenigvuldigd met € 3.263,=, levert een salaris advocaat op van € 22.841,=. Deze berekening brengt met zich dat het door het hof in het arrest van 24 oktober 2017 toegekende salaris van € 22.841,= klopt, zodat het verzoek van [appellant] zal worden afgewezen.
3. Beslissing
Het hof:
wijst het verzoek tot verbetering af.
Dit arrest is gewezen door mrs. L.A.J. Dun, C. Uriot en L.R. van Harinxma thoe Slooten en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 december 2017.