GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie -en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.277.306/01
zaaknummer rechtbank: C13/665400 / FA RK 19-2453 en C/13/674116/FA RK 19-6497
beschikking van de meervoudige kamer van 22 september 2020 inzake
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. J.W. Weehuizen te 's-Hertogenbosch,
en
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. V.J. Nijenhof-van der Donk te 's-Hertogenbosch.
1. Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 5 februari 2020, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.
2. Het geding in hoger beroep
De man is op 21 april 2020 in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking en is daarbij onder meer in hoger beroep gekomen tegen de echtscheiding.
De vrouw heeft bij brief van 8 mei 2020, ingekomen op 11 mei 2020, het hof verzocht het hoger beroep tegen de echtscheiding met voorrang te behandelen en heeft zich daarbij akkoord verklaard met schriftelijke afdoening.
Het hof heeft beslist het hoger beroep tegen de echtscheiding met voorrang te behandelen en heeft de vrouw in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen tegen het hoger beroep van de man inzake de echtscheiding.
De vrouw heeft op 27 mei 2020 een verweerschrift ingediend inzake de echtscheiding.
Het hoger beroep tegen de echtscheiding is op 5 augustus 2020 in raadkamer behandeld.
3. De feiten
Partijen zijn gehuwd [in] 2017 te [plaats] , Marokko.
Partijen hebben beiden de Nederlandse nationaliteit.
Partijen zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren [in] 2018.
4. De omvang van het geschil
Bij de bestreden beschikking is, voor zover thans van belang, de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.
De man verzoekt, voor zover thans van belang, de echtscheidingsbeschikking te vernietigen voor zover het de daarbij uitgesproken echtscheiding betreft.
De vrouw verzoekt, voor zover thans van belang, de grief van de man tegen de echtscheiding ongegrond te verklaren, dan wel zijn hoger beroep daartegen af te wijzen en, naar het hof begrijpt, de bestreden beschikking in zoverre te bekrachtigen.
5. De motivering van de beslissing
De man kan zich niet verenigen met de door de rechtbank uitgesproken echtscheiding en voert daartoe aan dat hij zich afvraagt of het huwelijk van partijen daadwerkelijk duurzaam is ontwricht.
De vrouw verweert zich als volgt.
Nadat partijen gehuwd waren en de vrouw zwanger was geworden, veranderde het gedrag van de man. Hij werd agressief, hij mishandelde de vrouw zowel lichamelijk als mentaal. De vrouw is hiervoor tijdens haar zwangerschap naar de huisarts gegaan. Die adviseerde haar om een melding bij Veilig Thuis te doen. Vanwege de dreigementen van de man dat hij haar leven kapot zal maken, dat hij haar zal afmaken en dat hij haar altijd weet te vinden, durfde de vrouw echter geen melding te maken. Via de huisarts is de vrouw uiteindelijk in aanraking gekomen met Zorggroep Tuinzicht. Zij hebben de vrouw en het ongeboren kind ondergebracht op een veilig adres. Daarna hadden de man en de vrouw sporadisch contact met elkaar. Sinds 11 november 2018 hebben de man en de vrouw helemaal geen contact meer. De vrouw is dan ook verbaasd dat de man zich afvraagt of het huwelijk daadwerkelijk duurzaam is ontwricht. Het huwelijk heeft slechts kort standgehouden en was voor de vrouw niet wat zij ervan had verwacht. Gelet op de houding van de man jegens de vrouw, is de vrouw van mening dat sprake is van duurzame ontwrichting.
Het hof overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 1:151 van het Burgerlijk Wetboek wordt echtscheiding op verzoek van één der echtgenoten uitgesproken indien het huwelijk duurzaam is ontwricht. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een huwelijk duurzaam is ontwricht indien de voortzetting van de samenleving ondraaglijk is geworden, zonder dat er uitzicht bestaat op herstel van behoorlijke echtelijke verhoudingen.
Van de man had mogen worden verwacht dat hij zijn hoger beroep tegen de echtscheiding zou motiveren nu hij zich in eerste aanleg niet heeft verweerd tegen het verzoek van de vrouw tot echtscheiding en de vrouw van haar kant gemotiveerd heeft gesteld dat sprake is van een duurzame ontwrichting van het huwelijk. De man heeft echter enkel aangevoerd dat hij zich afvraagt of het huwelijk daadwerkelijk duurzaam is ontwricht. Daarom is het hof van oordeel dat de man de stelling van de vrouw op dit punt onvoldoende heeft bestreden. Dit betekent dat het hoger beroep van de man op dit punt niet slaagt. Het hof zal de bestreden beschikking voor zover het de echtscheiding betreft bekrachtigen.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6. De beslissing
Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking, voor zover het de echtscheiding betreft.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.C. Louwinger-Rijk, mr. M.T. Hoogland en mr. M. Perfors, in tegenwoordigheid van mr. W.J. Boon als griffier en is op 22 september 2020 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.