beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.293.241/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 10 december 2021
inzake
1. de naamloze vennootschap naar het recht van Curaçao
NORTRA HOLDING N.V.,
gevestigd te Willemstad, Curaçao,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ECONCEPTS HOSPITALITY B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mr. R. van den Berg en mr. C.B. Schutte, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SIMETRA INVESTMENTS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BREEZE AMSTERDAM HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BREEZE VASTGOED AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HOTEL BREEZE AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS, tevens verzoekers in het voorwaardelijk tegenverzoek,
advocaten: mr. L.H.K. Peereboom-Bogers en mr. S.W. Holterman, kantoorhoudende te Utrecht,
e n t e g e n
[A] ,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE, tevens verzoeker in het voorwaardelijk tegenverzoek,
advocaten: mr. L.H.K. Peereboom-Bogers en mr. S.W. Holterman, kantoorhoudende te Utrecht.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
1. Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 25 en 26 oktober 2021 in deze zaak.
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Simetra over de periode vanaf 1 maart 2020 tot 1 november 2020, mr. G.C. Endedijk te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden.
De onderzoeker heeft bij e-mail van 23 november 2021 een plan van aanpak van het onderzoek aan de Ondernemingskamer gestuurd. In het plan van aanpak heeft hij uiteengezet op welke wijze en binnen welk tijdsbestek hij voornemens is het aan hem opgedragen onderzoek uit te voeren. Daarbij is een begroting met specificatie opgenomen van de kosten die naar verwachting in verband met het onderzoek zullen worden gemaakt. Deze kosten zijn door de onderzoeker begroot op in totaal € 43.750 exclusief btw. De begroting gaat uit van een uurtarief van € 350 exclusief btw voor de onderzoeker.
Na partijen in de gelegenheid te hebben gesteld zich uit te laten over de begroting van de onderzoeker, heeft de Ondernemingskamer ontvangen:
een e-mail van mr. Van den Berg van 29 november 2021, waarin staat dat Nortra geen opmerkingen heeft en zich refereert aan het oordeel van de Ondernemingskamer over het vast te stellen onderzoeksbudget;
een e-mail van mr. Peereboom-Bogers van 1 december 2021, waarin wordt verwezen naar het commentaar van Simetra c.s. zoals dat aan de onderzoeker kenbaar is gemaakt en door de onderzoeker in paragraaf 8.1 van zijn plan van aanpak is opgenomen. Simetra c.s. hebben volgens deze e-mail geen aanvullend commentaar en refereren zich verder aan het oordeel van de Ondernemingskamer over het vast te stellen onderzoeksbudget.
2. De gronden van de beslissing
De onderzoeker heeft in het plan van aanpak met begroting voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting door hem in verband met het onderzoek zullen moeten worden verricht, welk tijdschema hem daarbij voor ogen staat en welk uurtarief door hem wordt gehanteerd. Nortra heeft geen bezwaar tegen de begroting naar voren gebracht. Op de opmerkingen van Simetra c.s. op het conceptplan van aanpak voor zover deze op de begroting zien, is door de onderzoeker gereageerd: hij heeft door Simetra c.s. gevraagde duidelijkheid verschaft en het door hem te hanteren uurtarief nader toegelicht. Dit heeft (verder) niet geleid tot bezwaren aan de zijde van Simetra c.s. tegen de begroting in het plan van aanpak. De Ondernemingskamer beschouwt het uurtarief van de onderzoeker niet als onredelijk, gezien de aard en omvang van de zaak, de te verrichten onderzoekswerkzaamheden en de kennis en ervaring van de onderzoeker. De begroting komt de Ondernemingskamer ook overigens niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal het onderzoeksbudget dan ook vaststellen op € 43.750 exclusief btw.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 43.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. H.J. Vetter, raadsheren, en drs. J.S.T. Tiemstra RA, en prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2021.