Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 18 april 2020 te Amsterdam een pakket ( [website 1] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan met dien verstande dat:
hij op 18 april 2020 te Amsterdam een pakket ( [website 1] ), dat toebehoorde aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Bewijsmiddelen
De in de bewijsmiddelen opgenoemde feiten en omstandigheden leveren de redengevende feiten en omstandigheden op, waarop de beslissing van het hof steunt dat het ten laste gelegde en bewezen geachte feit door de verdachte is begaan.
1. Een proces-verbaal van aangifte van 18 april 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , inclusief bijlage (doorgenummerde pagina’s 01-03).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 18 april 2020 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van aangever [slachtoffer] :
Ik doe aangifte van diefstal op 18 april 2020 te Amsterdam. In de bijlage goederen worden de goederen genoemd die zijn weggenomen:
Bijlage goederen:
Categorie omschrijving : Poststukken
Object : Pakketpost
Merk/type : [website 1]
Registratienummer : [nummer]
Bijzonderheden : Gericht aan [slachtoffer] [adres 2]
Bijzonderheden : Schriftjes met ringband
Aantal/eenheid: : twee stuks
2. Een proces-verbaal van bevindingen van 18 april 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3] met bijlagen (doorgenummerde pagina’s 05-12).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van deze verbalisanten (of één of meer van hen):
Op 18 april 2020 kregen wij de opdracht te gaan naar de [straat] te Amsterdam alwaar een bezorger van Sushi een pakket van [website 1] uit de hal gestolen zou hebben en dat in zijn etenstas zou hebben gestopt.
Ter plaatse werd ik, verbalisant [verbalisant 3] , aangesproken door de getuige [getuige] . Ik hoorde [getuige] het volgende verklaren: "Ik zag zojuist een bezorger eten brengen bij de [adres 3] . Ik zag dat de portiekdeur openging en dat de bezorger het eten in de hal plaatste. Ik zag dat het sushi betrof. Ik zag vervolgens dat de bezorger een [website 1] pakketje in zijn handen had en dit pakketje in zijn tas voor het eten deed. Nadat de bezorger het pakketje in zijn tas had gedaan zag ik de man wegfietsen. Ik heb een filmpje gemaakt van de bezorger.
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , belde aan bij de [adres 3] . [naam] verklaarde mij desgevraagd: “Ik had via [website 2] sushi besteld bij [restaurant] .”
Wij zijn naar restaurant [restaurant] toe gereden. Aldaar werd door een medewerker bevestigd dat zij net eten hadden laten bezorgen op de [adres 3] . De bezorgen zou over enige momenten terug komen. Wij zagen na ongeveer 5 minuten een man onze richting oplopen. Wij herkende de man alszijnde de man waarvan de getuige een filmpje had gemaakt. Wij zijn met de man meegelopen naar de ruimte bijhorende bij het sushi restaurant en zagen in deze ruimte een boodschappenkarretje. Hij gaf ons vervolgens op te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] .
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , keek nogmaals in het karretje en zag aldaar een [website 1] pakketje liggen. Ik zag naast het pakketje twee schriften. Ik zag dat op het pakketje een sticker was geplakt met de volgende adressering:
[slachtoffer]
[adres 2]
Ik vroeg [verdachte] of hij zojuist op de [adres 3] was geweest. Ik hoorde [verdachte] mij antwoorden dat hij daar inderdaad eten had gebracht. Wij, verbalisanten, hoorden [verdachte] ons het volgende verklaren:
" Ik heb het pakketje meegenomen naar hier. Er zat niks in behalve twee schriften. Ik had het pakketje meegenomen omdat ik dacht dat er wat in zat."
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.
Oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en gelet de persoon en de draagkracht van de verdachte.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal. Hij heeft tijdens zijn werkzaamheden als sushibezorger een postpakket weggenomen dat niet voor hem bestemd was. Hiermee heeft de verdachte geen respect getoond voor het eigendomsrecht van anderen.
In het nadeel van de verdachte weegt het hof mee dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 maart 2021 eerder onherroepelijk is veroordeeld voor diefstal en dat hij het bewezenverklaarde feit heeft gepleegd gedurende een proeftijd.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van twee weken passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.
De raadsheer deelt mee dat de verdachte en de advocaat-generaal binnen 14 dagen beroep in cassatie kunnen instellen tegen dit arrest.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat alleen door de griffier is vastgesteld en ondertekend, daartoe was de raadsheer niet in staat nu hij vanaf 30 april 2022 niet meer werkzaam is bij het gerechtshof Amsterdam.