ECLI:NL:GHAMS:2021:4491

ECLI:NL:GHAMS:2021:4491

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 06-09-2021
Datum publicatie 30-10-2026
Zaaknummer 23-000184-20 (na terugwijzing)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Terugwijzing HR i.v.m. strafoplegging. Invoer 2.700 gram cocaine. Slechts een voorwaardelijke gevangenisstraf, al dan niet i.c.m. met een taakstraf, niet passend.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-000184-20

Datum uitspraak: 6 september 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen - na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 14 januari 2020 - op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 1 augustus 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-870005-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

adres: [adres] .

Procesgang

De meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland heeft op 1 augustus 2017 de verdachte voor het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan

12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 22 augustus 2018 het vonnis bevestigd met dien verstande dat:

Namens de verdachte is tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 14 januari 2020 het arrest van het gerechtshof vernietigd, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging en de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teruggewezen teneinde deze in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg, het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en, na terugwijzing, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 augustus 2021.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, worden vernietigd, omdat het hof tot de oplegging van een andere straf komt dan de rechter in eerste aanleg.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 maanden waarvan 12 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De raadsman heeft, met verwijzing naar verscheidene (persoonlijke) omstandigheden, bepleit dat het effect van de toe te passen strafmodaliteit en strafhoogte op de situatie van de verdachte en haar kinderen zo gering mogelijk moet zijn en het hof verzocht de verdachte een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd, zij first offender is, het feit vijf jaar oud is, het feit is gepleegd onder druk van haar toenmalige vriend en de consequenties van detentie enorm zullen zijn voor wat betreft haar koopwoning, werk en kinderen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van invoeren van ruim 2.700 gram van een materiaal bevattende cocaïne. Gelet op die hoeveelheid moet de cocaïne bestemd zijn geweest voor de handel. De verspreiding en handel in harddrugs, en in het verlengde daarvan het gebruik ervan, betekenen een bedreiging van de volksgezondheid, zorgen voor onrust in de samenleving en leiden veelal, direct en indirect, tot diverse vormen van criminaliteit.

Voor het bepalen van de straf let het hof op de oriëntatiepunten zoals deze voor zaken als de onderhavige zijn opgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin voor de invoer van 2.000 tot 3.000 gram harddrugs 24 tot 30 maanden gevangenisstraf wordt vermeld.

Het hof rekent de verdachte in het bijzonder aan dat zij en haar mededaders, om de invoer te bewerkstelligen, gebruik hebben gemaakt van een verslaafde, gehandicapte vrouw, wier bereidheid de cocaïne naar Nederland te smokkelen, was ingegeven door haar slechte financiële situatie. Dat de verdachte onder druk van haar toenmalige vriend heeft gehandeld acht het hof niet aannemelijk. De verdachte heeft juist haar vriend, die tevens als mededader was betrokken en die voornoemde vrouw op Aruba moest bewaken en begeleiden, tips gegeven over de wijze waarop de vrouw het beste in toom kon worden gehouden.

Het hof weegt in het nadeel van de verdachte mee dat zij een verslavend middel in Nederland heeft ingevoerd, terwijl zij in haar werk als (onder meer: verslavings-) verpleegkundige dagelijks de schrijnende gevolgen van het gebruik van dergelijke middelen onder ogen kreeg. Dit heeft haar er kennelijk niet van weerhouden haar eigen belang voorop te stellen.

Gelet op het voorgaande kan niet worden volstaan met een andere dan een vrijheidsbenemende straf. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het gegeven dat de verdachte vóór en na het feit niet voor strafbare feiten met justitie in aanraking is gekomen ziet het hof aanleiding een aanzienlijk deel van die gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen.

Oplegging van slechts een voorwaardelijke gevangenisstraf als bepleit door de raadsman, al dan niet in combinatie met een taakstraf van forse duur, is niet passend, omdat dit geen recht zou doen aan de ernst van het bewezenverklaarde feit en de omstandigheden waaronder dit is geschied. De door de raadsman geschetste mogelijk verstrekkende gevolgen van een gevangenisstraf voor de verdachte, waaronder die voor de hechting van haar jongste kind, maken dit niet anders.

Het hof weegt mee in het voordeel van de verdachte de totale duur van het proces, hetgeen een lange periode van onzekerheid bij de verdachte over de uitkomst van deze strafzaak heeft meegebracht. Het hof zal daarom de door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf matigen.

Het hof acht, alles afwegende, een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafopleggingen en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Memoreert met het oog op een voortvarende tenuitvoerlegging dat is gelast dat aan de verdachte de onder haar inbeslaggenomen € 150,00 dient te worden teruggegeven.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. M.J.A. Duker en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. N. van Gelder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 september 2021.

mr. A.J.M. Duker is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. N. van Gelder

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand