GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.292.180/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/692630 / HA ZA 20-1114
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 5 april 2022
inzake
BOS HOLDING EN ONROEREND GOED B.V.,
gevestigd te Hilversum,
appellante,
advocaat: mr. M. Straus te Amsterdam,
tegen
1. GEA DUTCH HOLDING B.V.,
gevestigd te ’s-Hertogenbosch,
1. KET MARINE INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Zevenbergen, gemeente Moerdijk,
geïntimeerden,
advocaat: mr. M.H.S. Verhoeven te Rotterdam.
Partijen worden hierna Bos Holding, Gea en Ket genoemd.
1. Het geding in hoger beroep
Het hof heeft in deze zaak op 1 maart 2022 een arrest uitgesproken.
Bij brief van 21 maart 2022 heeft mr. Straus verzocht om de daarbij uitgesproken kostenveroordeling aan te passen.
Bij e-mail van 23 maart 2022 heeft mr. Verhoeven zich verzet tegen toewijzing van dit verzoek.
2. Beoordeling
Bos Holding is veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Gea en Ket begroot op (onder meer) € 4.838,- aan verschotten en € 5.705,- voor salaris.
Met het genoemde bedrag van € 4.838,- aan verschotten is gedoeld op het bij Gea in hoger beroep in rekening gebrachte griffierecht. Mr. Straus heeft de griffie bij brief van 21 maart 2021 verzocht om aanpassing van het bij Bos Holding in hoger beroep in rekening gebrachte griffierecht. Naar aanleiding daarvan heeft de griffier het griffierecht voor zowel Bos Holding als Gea gewijzigd. Met inachtneming daarvan is uiteindelijk € 772,- aan Gea in rekening gebracht voor griffierecht in hoger beroep. Het arrest bevat in dit opzicht een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het hof zal die verbeteren.
Het genoemde bedrag van € 5.705,- voor salaris is berekend aan de hand van het liquidatietarief op basis van 1 punt, tarief VIII, waarbij aan de zaak een geldswaarde van meer dan € 1 miljoen is toegekend, namelijk € 1,5 miljoen, het in de vordering in de hoofdzaak genoemde bedrag. Dit is geen fout en in elk geval geen kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het hof zal het verzoek om verbetering in zoverre afwijzen.
Mr. Straus heeft subsidiair verzocht om de kostenveroordeling te matigen. Nu het arrest reeds is uitgesproken, bestaat er geen ruimte voor toewijzing van een dergelijk verzoek.
3. Beslissing
Het hof:
verbetert het in deze zaak op 1 maart 2022 uitgesproken arrest aldus dat in plaats van:
“veroordeelt Bos Holding in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Gea en Ket begroot op € 4.838,- aan verschotten en € 5.705,- voor salaris en op € 163,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 85,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;”
wordt gelezen:
“veroordeelt Bos Holding in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Gea en Ket begroot op € 772,- aan verschotten en € 5.705,- voor salaris en op € 163,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 85,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;”
stelt de verbetering op de minuut van dat arrest;
wijst af het meer of anders verzochte.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.P. Wessels, G.C.C. Lewin en J.B. Huizink en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 5 april 2022.