GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.025.412/01
zaak-/rolnummer rechtbank Haarlem : 133798 / HA ZA 07-408
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 25 oktober 2022
inzake
STORM DUNE FILTERED WATER B.V. (voorheen RAAKS CENTRE B.V.),
gevestigd te Overveen, gemeente Bloemendaal,
appellante in de hoofdzaak,
eiseres in de incidenten,
advocaat: mr. J. Sinnige te Amsterdam,
tegen
N.V. PWN WATERLEIDINGBEDRIJF NOORD-HOLLAND,
gevestigd te Velserbroek, gemeente Velsen,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
verweerster in de incidenten,
advocaat: mr. A. de Snoo te Amsterdam.
Partijen worden hierna Storm en PWN genoemd.
1. Het geding in hoger beroep
Storm is bij dagvaarding van 23 januari 2009 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Haarlem van 5 november 2008, onder bovenstaand zaak-/rolnummer gewezen tussen PWN als eiseres en Storm als gedaagde. Op 27 februari 2009 heeft Storm een herstelexploot uitgebracht.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, tevens houdende incidentele vordering tot voeging en voorwaardelijke vordering tot tussenkomst, met producties;
- incidentele antwoordconclusie van PWN.
Vervolgens is arrest gevraagd in de incidenten.
Storm heeft incidenteel gevorderd dat de onderhavige zaak wordt gevoegd met de bij dit hof onder zaaknummer 200.306.393/01 aanhangige zaak tussen Cobraspen Vastgoedontwikkeling B.V. (hierna: Cobraspen) als appellante en PWN als geïntimeerde. Tevens heeft Storm incidenteel gevorderd primair dat Cobraspen, indien en voor zover zij niet reeds als de rechtsopvolger van Storm als procespartij in dit hoger beroep is aan te merken, mag tussenkomen in de appelprocedure tussen Storm als appellante en PWN als geïntimeerde en subsidiair dat Cobraspen in die procedure als gevoegde partij aan de zijde van Storm zal worden toegelaten.
PWN heeft geconcludeerd tot – zo begrijpt het hof – niet-ontvankelijkverklaring van Storm in haar voorwaardelijke incidentele vordering tot tussenkomst dan wel voeging, althans tot afwijzing daarvan.
2. Beoordeling
incident tot zaaksvoeging
Storm heeft voeging gevorderd op grond van de samenhang van de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.306.393/01. PWN heeft zich bij haar incidentele antwoordconclusie niet uitgelaten over deze incidentele vordering.
Uit hetgeen Storm heeft aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 Rv wordt voldaan. De zaken zullen derhalve worden gevoegd.
De beslissing over de kosten zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
incident tot tussenkomst dan wel voeging
Ingevolge artikel 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan ieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, vorderen zich daarin te mogen voegen of tussenkomen. De partij die een dergelijke vordering instelt, is griffierecht verschuldigd.
De incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging is ingediend door Storm. Gezien de formulering van die voorwaardelijke incidentele vordering onder 5.2 van de memorie van grieven/incidentele conclusie – in de kop waarvan Cobraspen als appellante wordt vermeld –, is kennelijk beoogd deze (mede) namens Cobraspen in te stellen. De onderhavige vordering kan echter niet door Storm namens Cobraspen worden ingesteld, nog daargelaten dat uit niets blijkt dat dit daadwerkelijk het geval is. Cobraspen dient deze vordering zelf in te stellen in een aparte conclusie. Dit betekent dat de voorwaardelijke vordering van Storm zal worden afgewezen.
Storm zal bij het te wijzen eindarrest in de hoofdzaak in de kosten van dit incident worden veroordeeld.
overige beslissingen
Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van een memorie van antwoord door PWN.
3. Beslissing
Het hof:
in het incident tot zaaksvoeging
voegt de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.306.393/01;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;
in het incident tot tussenkomst dan wel voeging
wijst de voorwaardelijke vordering af;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 6 december 2022 voor het nemen van een memorie van antwoord door PWN;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. L. Alwin, L.A.J. Dun en J.C. Toorman en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2022.