Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 december 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
Vervangende bewijsoverweging
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep gesteld dat het proces-verbaal van verhoor van de verdachte bij de koninklijke marechaussee dient te worden uitgesloten van het bewijs omdat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim: dit verhoor is (deels) afgenomen buiten aanwezigheid van de advocaat van de verdachte en in strijd met de aanwijzing van het College van Procureurs-Generaal niet auditief geregistreerd. Voorts heeft hij aangevoerd dat dan niet vastgesteld kan worden dat wat de verdachte vervoerde cocaïne betrof, zodat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Het korset dat de verdachte om zijn lichaam vervoerde is niet in beslag genomen en niet is vastgesteld wat de inhoud ervan was.
Nu het hof de verklaring van de verdachte bij de koninklijke marechaussee van 1 april 2021 niet bezigt voor het bewijs, komt het hof niet toe aan bespreking van het verweer van de raadsman strekkende tot bewijsuitsluiting van deze verklaring.
De verdachte heeft op 18 oktober 2020 een substantie, die door middel van een korset verpakt was om zijn lichaam, vervoerd vanuit Suriname. Uit de telefoongegevens van [medeverdachte01] en hetgeen de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard, blijkt dat de verdachte voor dit transport € 10.000,- heeft ontvangen. Gelet op de hoogte van dit bedrag mag verondersteld worden dat sprake was van een kostbaar goed. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat het waarschijnlijk om cocaïne ging. Het is niet aannemelijk dat het heimelijk ingevoerde en kostbare goed iets anders was dan cocaïne. De verdachte kwam uit Suriname, een doorvoerland van cocaïne. Hij had daar ook het korset opgeplakt gekregen. Blijkens het proces-verbaal, opgemaakt door de koninklijke marechaussee, was de medeverdachte [medeverdachte01] , tevens vermoedelijk betrokken bij de invoer van ruim 1.000 gram cocaïne door de inmiddels veroordeelde verdachte [medeverdachte02] op 10 september 2020, eveneens via de luchthaven Schiphol.
Gelet op bovenstaande is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een hoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. A.D.R.M. Boumans, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 december 2022.
Mr. P.C. Römer en mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]
[…]