ECLI:NL:GHAMS:2023:2003

ECLI:NL:GHAMS:2023:2003, Gerechtshof Amsterdam, 29-08-2023, 23-000610-22

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 29-08-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23-000610-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2025:29
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001840 BWBR0001854 BWBR0003045 BWBR0030068

Samenvatting

Motorclubs; vrijspraak van deelneming aan de voortzetting van de werkzaamheid van een verboden verklaarde organisatie. Het hof acht niet bewezen dat de verdachte door het dragen van een hesje van Bandidos Amsterdam MC – een niet verboden organisatie – een aandeel heeft gehad in, dan wel de voortzetting van de werkzaamheid heeft ondersteund van, de verboden verklaarde en ontbonden organisatie Bandidos Holland MC waardoor deze verboden organisatie voort is gegaan op een wijze die strijdig is met de openbare orde. Strikte interpretatie van de strekking van artikel 140, tweede lid, Sr. Ook vrijspraak van overtreding APV-bepalingen en overweging ten overvloede ten aanzien van de onverbindendheid daarvan.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

15 augustus 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 11 juni 2020 in de gemeente Beverwijk en/of in de gemeente Heemskerk heeft deelgenomen aan de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die bij een onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard, immers heeft hij verdachte toen en daar op de openbare weg een hesje met patches en/of afbeeldingen en/of teksten gedragen dat nagenoeg gelijk is/was aan een hesje met patches en/of afbeeldingen en/of teksten van Bandidos MC Holland, welke Bandidos MC Holland bij onherroepelijke uitspraak van de Hoge Raad van 24 april 2020 verboden is verklaard;

subsidiairhij op of omstreeks 11 juni 2020 in de gemeente Beverwijk op een openbare plaats, te weten op of nabij de Plesmanweg, zichtbaar (een) goed(eren) heeft gedragen en/of bij zich heeft gehad en/of heeft vervoerd die/dat uiterlijke kenmerk(en) zijn/is van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde, immers heeft hij, verdachte, toen en daar, een hesje met patches en/of afbeeldingen en/of teksten van Bandidos MC Holland gedragen en/of aan gehad, terwijl Bandidos MC Holland op 24 april 2020 door de Hoge Raad der Nederlanden verboden is verklaard;

en/of

hij op of omstreeks 11 juni 2020 in de gemeente Heemskerk op een openbare plaats, te weten op of nabij de Communicatieweg, zichtbaar (een) goed(eren) heeft gedragen en/of bij zich heeft gehad en/of heeft vervoerd die/dat uiterlijke kenmerk(en) zijn/is van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde, immers heeft hij, verdachte, toen en daar, een hesje met patches en/of afbeeldingen en/of teksten van Bandidos MC Holland gedragen en/of aan gehad, terwijl Bandidos MC Holland op 24 april 2020 door de Hoge Raad der Nederlanden verboden is verklaard;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vrijspraak van het primair tenlastegelegde

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde. Naar de mening van de advocaat-generaal dient het begrip “voortzetting van de werkzaamheid” in artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) in ruime zin te worden uitgelegd en kan daarom de verboden organisatie niet enkel worden voortgezet door het plegen van strafbare feiten maar ook door andere, op zichzelf onschuldige gedragingen, wanneer redelijkerwijs gezegd kan worden dat met deze gedraging wordt bijgedragen aan het in stand houden van de verboden organisatie. Specifiek geldt met betrekking tot het dragen van kleding, zogenoemde colours in geval van outlaw motorcycle gangs, dat deze gedraging bij uitstek het gedachtegoed en de cultuur van de verboden organisatie uitdraagt en als zodanig als werkzaamheid van de verboden organisatie kan worden aangemerkt. Volgens de advocaat-generaal vormt in casu het dragen van de colours van Bandidos Amsterdam MC – hoewel niet zelfstandig verboden – wel degelijk een voortzetting van de werkzaamheid van (het verboden) Bandidos Holland MC. Deze colours vormen immers een onlosmakelijk onderdeel van het bestaan van Bandidos Holland. De logo’s en naamvoering van Bandidos zijn identiek, en met het dragen van de colours van Bandidos Amsterdam MC wordt aldus het bestaan van Bandidos Holland MC in Nederland bekrachtigd. Door deze te dragen en door met de logo’s en naamvoering van Bandidos naar buiten toe te treden in de openbare ruimte wordt de werkzaamheid van Bandidos Holland MC voortgezet. Naar de mening van het openbaar ministerie mag Bandidos Amsterdam MC – hoewel niet verboden – niet de naam in combinatie met de colours en het logo van Bandidos Holland (uit)dragen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Naar de mening van de raadsman levert het enkele dragen in de openbare ruimte van kleding met verwijzingen naar Bandidos – of dat nu om verwijzingen naar lokale niet-verboden chapters gaat of naar het verboden Bandidos MC Holland – geen overtreding van artikel 140, tweede lid, Sr op.

Het oordeel van het hof

Aan de verdachte is primair ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan de voortzetting van de werkzaamheid van een bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden verklaarde organisatie als bedoeld in artikel 140, tweede lid, Sr. Dit artikellid brengt een beperking aan van de in de Grondwet en het EVRM gewaarborgde vrijheid van vereniging en vrijheid van meningsuiting en moet daarom, naar het oordeel van het hof, strikt worden uitgelegd. Uit het parlementaire debat zoals dat ten tijde van de invoering van artikel 140, tweede lid, Sr is gevoerd blijkt dat de wetgever evenmin een omvangrijke beperking van die grondrechten voor ogen stond. Daaruit leidt het hof af dat voor de vaststelling dat sprake is van voortzetting van de werkzaamheid van een verboden organisatie vereist is dat de gedraging van de verdachte ten dienste stond aan het voortbestaan van de verboden organisatie. Daarbij dient de ten laste gelegde gedraging van de verdachte een aandeel te hebben in de voortzetting van de werkzaamheid van de verboden verklaarde en ontbonden rechtspersoon, dan wel deze te ondersteunen, waardoor een verboden organisatie voort gaat op een wijze die strijdig is met de openbare orde.

Anders dan de advocaat-generaal legt het hof de strekking van artikel 140, tweede lid, Sr ten tijde van het tenlastegelegde daarom niet ruim uit. Dat rond een wetswijziging na het tijdstip van het tenlastegelegde in het parlementaire debat een ruimere uitleg is voorgestaan, is voor de beoordeling van deze zaak niet bepalend.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden vastgesteld dat de verdachte door het dragen van een hesje van Bandidos Amsterdam – een niet verboden organisatie – een aandeel heeft gehad in, dan wel de voortzetting van de werkzaamheid van de verboden verklaarde en ontbonden rechtspersoon Bandidos Holland MC heeft ondersteund, waardoor deze verboden organisatie voort is gegaan op een wijze die strijdig is met de openbare orde. Gelet daarop is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Vrijspraak van het subsidiair tenlastegelegde

Aan de verdachte is subsidiair ten laste gelegd dat hij op 11 juni 2020 in strijd met de APV van Beverwijk en/of die van Heemskerk ‘een hesje met patches en/of afbeeldingen en/of teksten van Bandidos MC Holland gedragen en/of aan gehad’. Het dossier bevat echter slechts bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de verdachte toen en daar een hesje van Bandidos (MC) Amsterdam heeft gedragen.

Het hof zal de verdachte daarom ook van het subsidiair tenlastegelegde vrijspreken.

Ten overvloede overweegt het hof dat een bewezenverklaring ter zake van overtreding van de desbetreffende artikelen van de APV’s Beverwijk en Heemskerk zou leiden tot een ontslag van alle rechtsvervolging omdat deze feiten niet strafbaar zijn. Deze APV-bepalingen verbieden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. Gelet op de beschikking van de Hoge Raad van

24 december 2021 (ECLI:NL:2021:1946) dienen dergelijke APV-bepalingen als onverbindend te worden aangemerkt aangezien zij een beperking teweeg brengen van het in artikel 7 lid 3 Grondwet gewaarborgde recht om in vrijheid de inhoud van te openbaren gedachten of gevoelens te bepalen en daaraan uiting te geven, op een wijze die niet in een gemeentelijke verordening mag worden aangebracht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.F. Roseval, mr. R.D. van Heffen en mr. M. Lolkema, in tegenwoordigheid van

mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

29 augustus 2023.

Mr. M. Lolkema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Egidi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?