beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000712-23 (529 Sv) en 000433-23 (530 Sv)
parketnummer in eerste aanleg: 13-320748-21
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 22 maart 2023 op het verzoekschrift op de voet van de artikel 529 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[appellant],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1986,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. A.W.J. van Galen,
Wg-Plein 112, 1054 SC Amsterdam.
1. Procesverloop
Het hoger beroep is op 19 april 2023 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Op 15 juni 2023 heeft de advocaat-generaal geadviseerd de beschikking waarvan beroep te vernietigen en het verzoek toe te wijzen.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 26 september 2023 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant en zijn advocaat zijn niet in raadkamer verschenen.
2. Inhoud van het verzoek
Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
3. Beoordeling
Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank heeft het verzoek onder a en b op gronden van billijkheid afgewezen omdat indertijd een redelijk vermoeden van schuld bestond om appellant als verdachte aan te merken.
Ten aanzien van het onder a verzochte overweegt het hof dat de aanwending van deze kosten het belang van het onderzoek hebben gediend en dat het verzoek om vergoeding van deze kosten op grond van artikel 529 Sv kan worden toegewezen tot een bedrag van € 41,80.
Ten aanzien van de onder b verzochte vergoeding van de kosten van rechtsbijstand heeft ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv steeds toekenning van een schadevergoeding plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat er mogelijk voldoende aanwijzingen hebben bestaan voor een vermoeden van schuld, maar daarmee is niet gezegd dat geen gronden van billijkheid aanwezig zijn voor toewijzing van het verzoek.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de strafzaak ten bedrage van € 750,00.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.
Het hof zal de beschikking waarvan beroep gelet op het voorgaande vernietigen en opnieuw recht doen.
4. Beslissing
Het hof:
Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 529 Sv aan appellant een vergoeding toe van € 41,80 (eenenveertig euro en tachtig cent).
Kent op de voet van artikel 530 Sv aan appellant een vergoeding toe van € 1.430,00 (duizend vierhonderddertig euro).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. I.M.H. Van Asperen de Boer-Delescen, V.M.A. Sinnige en P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 26 september 2023.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 1.471,89 (duizend vierhonderdeenenzeventig euro en negenentachtig cent) op bankrekeningnummer t.n.v. Stichting Beheer Derdengelden Advocaten Wg-plein o.v.v. [appellant].
Amsterdam, 26 september 2023,
mr. I.M.H. Van Asperen de Boer-Delescen, voorzitter.