GERECHTSHOF AMSTERDAM
kenmerk 22/2426
18 juni 2024
uitspraak als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in verbinding met artikel 8:108 van die wet, van de zevende enkelvoudige belastingkamer
op het verzet ingesteld door
[X] , wonende te [Z] ,
tegen de met toepassing van artikel 8:54 van de Awb in verbinding met artikel 8:108 van die wet, gedane uitspraak van de veertiende enkelvoudige belastingkamer van dit Hof van 24 oktober 2023 op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk HAA 21/2032 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
[A]
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
1. Ontstaan en loop van het geding
[X] (hierna: [X] ) heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 27 september 2022, bij het Hof ingekomen op 7 november 2022. De uitspraak van de rechtbank betreft een beroep ingesteld door [X] als gemachtigde van [A] .
Het hoger beroep is bij uitspraak van 24 oktober 2023 (verzonden op 7 november 2023) met toepassing van artikel 8:54 van de Awb in verbinding met artikel 8:108 van die wet, niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig overleggen van een machtiging door [X] .
Daarop is van [X] een verzetschrift ontvangen op 3 december 2023. Het verzet is behandeld ter zitting van het Hof van 13 juni 2024. [X] heeft zich per e-mail van 17 april 2024 afgemeld voor de zitting.
2. Geschil in verzet
In geschil is het antwoord op de vraag of het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet binnen de daartoe gestelde termijn indienen van een machtiging.
3. Beoordeling van het verzet
Artikel 26a, tweede lid AWR luidt als volgt:
“Het beroep kan mede worden ingesteld door degene van wie inkomens- of vermogensbestanddelen zijn begrepen in het voorwerp van de belasting waarop de belastingaanslag of de voor bezwaar vatbare beschikking betrekking heeft.”
Dat doet er evenwel niet aan af dat ingevolge artikel 7:1 Awb [X] dan eerst zelf bezwaar had moeten instellen. Artikel 7:1, eerste lid aanhef Awb luidt immers als volgt:
“Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken, tenzij (…)”
[X] heeft niet zelf bezwaar gemaakt, maar als gemachtigde van [A] . In die hoedanigheid heeft zij ook beroep ingesteld.
[X] kon derhalve niet zelf hoger beroep instellen tegen de uitspraak van de rechtbank met zaaknummer HAA 21/2032 doch uitsluitend als de gemachtigde van [A] . Omdat zij – hoewel daarom is verzocht – geen machtiging heeft overgelegd waaruit volgt dat zij daartoe bevoegd was, is het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Ten overvloede wijst het Hof er nog op dat tijdens de zitting van de rechtbankook de zaak HAA 21/2020 van [X] zelf behandeld is. Het hoger beroep richt zich blijkens de aanhef van het pro forma hogerberoepschrift ook tegen HAA 21/2020. In die zaak is op 14 september 2023 uitspraak gedaan met kenmerk 22/2425 (ECLI:NL:GHAMS:2023:3196).
Slotsom
Het vorenoverwogene leidt ertoe dat het verzet ongegrond is.
4. Kosten
Voor een kostenveroordeling ziet het Hof geen aanleiding.
5. Beslissing
Het Hof verklaart het verzet ongegrond.
De uitspraak is gedaan door mr. F.J.P.M. Haas, lid van de zevende enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H.E. Breman als griffier. De beslissing is op 18 juni 2024 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.