Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
24 oktober 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis, waarin de rechtbank de dagvaarding (deels) nietig heeft verklaard.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
De raadsman heeft het hof verzocht het vonnis te vernietigen, de in eerste aanleg besloten splitsing van de zaken A en B ongedaan te maken en de zaken A en B gezamenlijk terug te wijzen naar de rechtbank.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis zal worden vernietigd en de zaak (A) teruggewezen zal worden naar de rechtbank.
Oordeel hof
Tijdens de behandeling van de zaak in hoger beroep is gebleken dat de officier van justitie een nieuwe (concept) tenlastelegging heeft opgesteld ten aanzien van de feiten waaromtrent de rechtbank in het vonnis waarvan beroep de nietigheid van de dagvaarding heeft uitgesproken. Dit concept is in het najaar van 2023 ook aan de verdediging gestuurd. De advocaat-generaal heeft toegelicht dat de officier van justitie voor het opnieuw aanbrengen van de zaak in afwachting is van de beslissing van het hof.
Deze omstandigheden, noch het overigens in hoger beroep aangevoerde, geven het hof aanleiding anders te beslissen dan de rechtbank heeft gedaan. Op basis van de door de rechtbank genoemde overwegingen is de rechtbank op goede gronden gekomen tot de uitspraak dat de tenlastelegging nietig is.
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep onder parketnummer 13-011588-21 (A) en zal dit daarom bevestigen.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. M. Lolkema en mr. I.A. Groenendijk, in tegenwoordigheid van
mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
7 november 2024.
Mr. Lolkema, mr. Groenendijk en mr. Scheffens zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.