GERECHTSHOF AMSTERDAM
kenmerken 23/802 en 23/803
18 februari 2025
uitspraak van de meervoudige douanekamer
op het hoger beroep van
[X] B.V., gevestigd te [Z], belanghebbende,
(gemachtigden: mr. L. Hoekstra, A.P van Breukelen en T. Jonker)
tegen de uitspraak van 1 augustus 2023 in de zaak met kenmerken HAA 21/1961 en 21/1962 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de inspecteur van de Douane, de inspecteur.
1. Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft met dagtekening 25 mei 2020 aan belanghebbende een uitnodiging tot betaling (hierna: de utb) uitgereikt voor een bedrag van € 21.239,45 aan definitieve antidumpingrechten.
De inspecteur heeft met dagtekening 3 september 2020 aan belanghebbende een utb uitgereikt voor een bedrag van € 20.090,02 aan definitieve antidumpingrechten.
Het tegen de utb’s gemaakte bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak op bezwaar afgewezen.
Op het daartegen ingestelde beroep heeft de rechtbank als volgt beslist, waarbij de inspecteur wordt aangeduid als “verweerder” en belanghebbende als “eiseres”:
“De rechtbank:
- verklaart het beroep in de zaak HAA 21/1961 gegrond;
- vernietigt in de zaak HAA 21/1961 de uitspraak op bezwaar voor zover in 25 is overwogen;
- verlaagt de utb van 3 september 2020 met € 1.804,23 tot € 16.481,56;
- bepaalt dat haar uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de gedeeltelijk vernietigde uitspraak op bezwaar;
- verklaart het beroep in de zaak HAA 21/1962 ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding aan eiseres van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op een bedrag van € 321,43;
- veroordeelt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding aan eiseres van de aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op een bedrag van € 1.178,57;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.868.
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360 aan eiseres te vergoeden.”
Belanghebbende heeft tijdig hoger beroep ingesteld. Na het instellen van het hoger beroep zijn de volgende stukken ingediend:
- een aanvulling van de gronden van het hoger beroep van belanghebbende;
- een verweerschrift van de inspecteur;
- een nader stuk van belanghebbende, en
- een pleitnota van belanghebbende.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2025, gelijktijdig met het onderzoek in de zaak met kenmerk 23/805. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2. Feiten
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld:
“HAA 21/1961 (Hof:23/802)
1. Douane-expediteur [A] B.V. (hierna: de expediteur) heeft op 24 februari 2020 als direct vertegenwoordiger van eiseres aangifte gedaan voor het brengen in het vrije verkeer van delen van machines, toestellen en werktuigen voor land-, tuin- of bosbouw, voor de voorbereiding, bewerking of bebouwing van de bodem; rollers voor gras- en sportvelden onder Taric-code: 8432 9000 00.
2. Op 28 februari 2020 heeft een fysieke controle plaatsgevonden. In het rapport staat onder andere het volgende vermeld:
“Bevindingen fysieke controle:
A. Gezien 12 colli met losse staaldraden afm. 20 mm bij 285 mm;
B. Gezien 4 colli met losse buisjes afm. ca 100 mm bij 222 mm.
Bovenstaande goederen worden in hun eigen lasafdeling samengesteld om te worden gemonteerd op een onkruidwiedmachine.”
3. Het Douane Laboratorium heeft bij schrijven van 18 maart 2020 aan verweerder onder andere het volgende medegedeeld:
“Bij onderzoek bevonden:
Omschrijving van het artikel: kabel
De kabel is van staal, is niet voorzien van eind- of hulpstukken, heeft een lengte van ca. 28,5 van en een dikte van ca. 21,4 mm. De kabel is een onderdeel van een zgn. wiedmachine.
(…)
Het artikel voldoet aan aantekening 1d op hoofdstuk 72 en aan de omschrijving van een kabel, zoals genoemd in de Toelichting IDR op post 7312.
Geadviseerd wordt het artikel in te delen als een kabel, niet bekleed, met een dikte van 12 doch niet meer dan 24 mm, van staal, zoals bedoeld bij onderstaande goederencode.
(…)
GN-code Taric (…)
ond.verd. (…)
advies goederencode: 7312.1083 1”
4. Het Douane Laboratorium heeft bij schrijven van 4 mei 2020 aan verweerder onder andere het volgende medegedeeld:
“Bij onderzoek bevonden:
Omschrijving van het artikel: huls
De huls is van staal, aan 1 kant schuin afgesneden, hol van binnen met een lasnaad aan de binnenzijde en heeft een lengte (langste zijde) van ca. 8 cm en een diameter van ca. 30 mm. De huls is een onderdeel van een zgn. wiedmachine.
(…)
Het artikel voldoet aan aantekening 1d op hoofdstuk 72 en aan de omschrijving van een buis, zoals genoemd in de Toelichting IDR op post 7306.
Geadviseerd wordt het artikel in te delen als een gelaste buis, met een uitwendige diameter van niet meer dan 168,3 mm, van niet verzinkt staal, zoals bedoeld bij onderstaande goederencode.
(…)
GN-code Taric (…)
ond.verd. (…)
advies goederencode: 7306.3077 80”
5. Verweerder heeft vervolgens naar aanleiding van deze bevindingen op 3 september 2020 de in het procesverloop vermelde utb opgelegd ter hoogte van in totaal € 20.090,02 aan antidumpingrechten. Daarbij is uitgegaan van een indeling van de hulzen onder Taric-code 7306 3077 80 en van de kabels onder Taric-code 7312 1083 19.
6. Tijdens de beroepsprocedure heeft verweerder in zijn verweerschrift vermeld dat de staalkabels en hulzen/bussen ten onrechte afzonderlijk zijn ingedeeld. Op grond van indelingsregel 2a dient de bus te worden ingedeeld onder dezelfde post als het stuk staalkabel, aldus verweerder. Hierdoor is de utb met een bedrag van € 1.804,23 te hoog vastgesteld en dient te worden verlaagd tot € 16.481,56.
HAA 21/1962 (Hof:23/803)
7. De expediteur heeft op 17 maart 2020 als direct vertegenwoordiger van eiseres aangifte gedaan voor het brengen in het vrije verkeer van delen van machines, toestellen en werktuigen voor land-, tuin- of bosbouw, voor de voorbereiding, bewerking of bebouwing van de bodem; rollers voor gras- en sportvelden onder Taric-code: 8432 9000 00.
8. Op 19 maart 2020 heeft een fysieke controle plaatsgevonden, waarbij monsters zijn genomen, die door het Douane Laboratorium zijn onderzocht. De bevindingen van het Douane Laboratorium zijn in de brieven zoals gemeld onder 3 en 4 aan verweerder medegedeeld.
9. Verweerder heeft vervolgens naar aanleiding van deze bevindingen op 25 mei 2020 de in het procesverloop vermelde utb opgelegd ter hoogte van in totaal € 21.239,45 aan antidumpingrechten. Daarbij is uitgegaan van een indeling van de kabels en de hulzen onder Taric-code 7312 1083 19.”
Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden zal ook het Hof daarvan uitgaan.
3. Geschil in hoger beroep
Tussen partijen is in geschil of de utb’s terecht aan belanghebbende zijn uitgereikt. Meer specifiek is in geschil de indeling in de GN van de door belanghebbende ingevoerde goederen.
4. Juridisch kader
Post 7312 van de GN luidt, voor zover van belang, als volgt:
7312 Kabels, strengen, lengen en dergelijke artikelen, van ijzer of van staal, niet geïsoleerd voor het geleiden van elektriciteit:
7312 10 – kabels en strengen:
(…)
– – andere, met een grootste afmeting van de dwarsdoorsnede:
(…)
– – – van meer dan 3 mm:
(…)
– – – – kabels, gesloten kabels daaronder begrepen:
– – – – – niet bekleed of enkel verzinkt, met een grootste afmeting van de dwarsdoorsnede:
(…)
7312 10 83 – – – – – – van meer dan 12 doch niet meer dan 24 mm
(…)
7312 90 00 – andere
De GS-toelichting op post 7312 luidt:
The heading covers stranded wire (or wire strand) obtained by closely twisting together two or more single wires, and cables and ropes of all sizes which are in turn formed by twisting such strands together. Provided they remain essentially articles of iron or steel wire, ropes and cables may be laid on textile cores (hemp, jute, etc.) or covered with textiles, plastics, etc.
Ropes and cables are generally round in cross‑section, but the heading also includes bands, usually of rectangular (including square) section, formed by plaiting single or stranded wires.
The heading includes such ropes, cables, bands, etc., whether or not they are cut to length, or fitted with hooks, spring hooks, swivels, rings, thimbles, clips, sockets, etc. (provided that they do not thereby assume the character of articles of other headings), or made up into single or multiple slings, strops, etc.
These goods are used for hoisting (with cranes, winches, pulleys, lifts, etc.) in mining, quarrying, shipping, etc.; for hauling or towing; as hawsers; as transmission belting; as rigging or guying for masts, pylons, etc.; as fencing strand; as stone sawing strand (usually three‑ply stranded wire of special steel), etc.
Post 7326 van de GN luidt, voor zover van belang:
7326 Andere werken van ijzer of van staal:
(…)
7326 20 00 – werken van ijzer- of staaldraad
(…)
De GS-toelichting op post 7326 luidt, voor zover van belang:
This heading covers all iron or steel articles obtained by forging or punching, by cutting or stamping or by other processes such as folding, assembling, welding, turning, milling or perforating other than articles included in the preceding headings of this Chapter or covered by Note 1 to Section XV or included in Chapter 82 or 83 or more specifically covered elsewhere in the Nomenclature.
Post 8705 van de GN luidt, voor zover van belang:
8705 Automobielen voor bijzondere doeleinden (bijvoorbeeld takelwagens, kraanauto's, brandweerauto's, automobielen met menginstallatie voor beton, veegauto's, sproeiauto's, werkplaatsauto's, röntgenauto's), andere dan die hoofdzakelijk ontworpen voor het vervoer van personen of van goederen:
(…)
Post 8708 van de GN luidt, voor zover van belang:
8708 Delen en toebehoren van motorvoertuigen bedoeld bij de posten 8701 tot en met 8705
(…)
Aantekening 3 op afdeling XVII (Vervoermaterieel) luidt:
3. Als “delen” en “toebehoren” in de zin van de hoofdstukken 86 tot en met 88 worden niet aangemerkt: delen en toebehoren waarvan niet kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor voertuigen of voor artikelen bedoeld bij afdeling XVII. Indien een deel of een toebehoren beantwoordt aan de omschrijving van twee of meer posten van deze afdeling, moet het worden ingedeeld onder de post waarvan de omschrijving aansluit bij het voornaamste gebruik waarvoor dat deel of dat toebehoren zal dienen.
Post 9603 van de GN luidt, voor zover van belang:
9603 Bezems en borstels, ook indien zij delen van machines, van toestellen of van voertuigen zijn, met de hand bediende mechanische vegers zonder motor, penselen, kwasten en plumeaus; gerede knotten voor borstelwerk; (…): (…)
9603 90 – andere:
(…)
– – andere:
9603 90 99 – – – andere
Aantekening 3 op hoofdstuk 96 luidt, voor zover van belang:
Als 'gerede knotten voor borstelwerk' in de zin van post 96.03, worden aangemerkt, niet-gemonteerde bosjes van haar, van plantaardige vezels of van andere stoffen, gereed om, zonder verdeling, te worden gebruikt voor de vervaardiging van kwasten, van penselen of van dergelijke artikelen of die, om voor dit doel geschikt te zijn, slechts een weinig belangrijke aanvullende bewerking moeten ondergaan zoals het bijknippen of slijpen van de boveneinden van de bosjes.
. De Conclusie van de 184e vergadering van het Comité douanewetboek, afdeling
Tarief- en statistieknomenclatuur, luidt als volgt:
Een stalen kabel bestaande uit zes gevlochten draden en een centrale kern, gemaakt van staal, bedekt met een kunststof (PVC-mantel) om vervorming tijdens gebruik te voorkomen, moet op basis van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur onder onderverdeling 7312 1083 worden ingedeeld.Het artikel heeft een lengte van 300 mm en een diameter van ongeveer 20 mm en is bedoeld om te worden aangebracht op een onkruidbestrijdingsborstel om onkruid en andere ongewenste residuen in goten, voetgangersgebieden, fietspaden, enz. te verwijderen. De aanwezigheid van de kunststof afdekking dient om de kabel te versterken (om vervorming te voorkomen) tijdens het wieden en wordt daarom niet aangemerkt als een bekleding van de kabel (EG).
5. Beoordeling van het geschil
De stukken staalkabel en buisjes (moffen) zijn betrokken van dezelfde Chinese leverancier, tegelijk aangegeven voor het vrije verkeer en voorbestemd om na de invoer te worden samengevoegd tot onkruidpluggen. Tussen partijen is niet in geschil dat de ingevoerde stukken kabel en moffen tezamen dienen te worden ingedeeld, met toepassing van indelingsregel 2 a. De onkruidpluggen worden verwerkt in borstels, in het bijzonder door deze op een metalen schijf te lassen, welke borstels worden gemonteerd op diverse soorten machines. In de gedingstukken wordt onder meer melding gemaakt van gebruik in de bosbouw (voor het verwijderen van grond rondom een boomstam om het omzagen mogelijk te maken), gebruik in de tuin- en akkerbouw (om onkruid te verwijderen) en gebruik voor veegauto’s op de openbare weg (om onkruid en afval te verwijderen).
Belanghebbende betoogt in hoger beroep primair dat de onkruidpluggen dienen te worden ingedeeld onder post 8708, als delen van veegauto’s van post 8705 (zie 4.5 en 4.6). Het Hof volgt belanghebbende hierin niet. Uit aantekening 3 op afdeling XVII (zie 4.7) volgt dat alleen delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor voertuigen van hoofdstuk 87 als “delen” in de zin van post 8708 kunnen worden aangemerkt. Nu vast staat dat de borstels die worden vervaardigd met de onderwerpelijke onkruidpluggen ook worden aangewend voor ander gebruik dan voor voertuigen van hoofdstuk 87, en dit andere gebruik niet slechts bijkomstig is (belanghebbende bepleitte in bezwaar en beroep zelfs nog primair indeling onder post 8432, als delen van een wiedmachine), is indeling van de onkruidpluggen onder post 8708 reeds daarom niet mogelijk.
Indeling onder post 9603 (zie 4.8) als “gerede knotten voor borstelwerk” is evenmin mogelijk. Aantekening 3 op hoofdstuk 96 (zie 4.9) bepaalt dat als “gerede knotten voor borstelwerk” in de zin van post 9603 worden aangemerkt: “niet-gemonteerde bosjes van haar, van plantaardige vezels of van andere stoffen, gereed om, zonder verdeling, te worden gebruikt voor de vervaardiging van kwasten, van penselen of van dergelijke artikelen”. In casu is sprake van stukken staalkabel, niet van bosjes ijzerdraad. Bovendien kan van een stuk staalkabel geen “kwast, penseel of een dergelijk artikel” worden vervaardigd.
Wel kan het product onder post 7312 worden ingedeeld. Kabels van staal worden immers met name genoemd in deze post. Uit de GS-toelichting (zie 4.2) volgt dat post 7312 ziet op kabels van alle afmetingen en dat deze kabels mogen zijn voorzien van (onder andere) moffen. De omstandigheid dat de onderwerpelijke stukken staalkabel slechts 28,5 centimeter lang zijn en aan één kant worden voorzien van een mof, staat dus niet aan indeling onder deze post in de weg.
Nu indeling onder post 7312 mogelijk is, staat vast dat indeling onder post 7326 is uitgesloten. Laatstgenoemde post (zie 4.3) heeft immers, gelet op de bewoordingen ervan (“Andere werken van ijzer of van staal”), het karakter van een restpost: indeling onder post 7326 is enkel mogelijk indien het desbetreffende product niet is begrepen onder een van de voorgaande posten van hoofdstuk 73. Dit is ook expliciet tot uitdrukking gebracht in de GS-toelichting op post 7326 (zie 4.4).
Bij deze stand van het geding houdt partijen nog verdeeld in welke onderverdeling van post 7312 de onkruidpluggen dienen te worden ingedeeld. Belanghebbende staat indeling onder 7312 9000 voor, omdat naar zij stelt sprake is van “lengen”. De inspecteur staat indeling onder 7312 1083 voor, omdat het staaldraad betreft met een dwarsdoorsnede van meer dan 12, maar niet meer dan 24 millimeter en de stukken staaldraad niet zijn aan te merken als “lengen”. Het gelijk is aan de inspecteur. Omdat in geen aantekening of toelichting is verduidelijkt wat onder een “leng” (Engels: “sling”; Frans: élingue) is te verstaan, dient voor de uitleg van dat begrip te worden aangesloten bij het normale taalgebruik. In het normale taalgebruik is een “leng” synoniem voor een product dat dient om zaken mee op te hangen of op te hijsen, zoals een strop (vergelijk de definities in Van Dale’s Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, Oxford English Dictionary en Larousse Dictionnaire de Française). Gelet op de beperkte lengte van de onkruidpluggen (slechts 28,5 centimeter) kunnen deze niet voor voormeld doel worden aangewend, zodat zij reeds om die reden niet kwalificeren als “lengen”. Evenmin zijn de onkruidpluggen geschikt om mee te slepen of te sjorren, voor het geval een leng ook dergelijke doeleinden zou kunnen dienen.
Uit het vorenoverwogene volgt dat indeling dient plaats te vinden in GN-onderverdeling 7312 1083, met toepassing van indelingsregels 1, 2a en 6. Gelet op de Chinese oorsprong van de goederen heeft de inspecteur daarom terecht een antidumpingrecht van 60,4% geheven (zie Uitvoeringsverordening (EU) 2018/607 van de Commissie van 19 april 2018 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China).
Slotsom
De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.
6. Kosten
Het Hof vindt geen aanleiding voor een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Awb in verbinding met artikel 8:108 van die wet.
7. Beslissing
Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak is gedaan door mrs. B.A. van Brummelen, voorzitter, C.J. Hummel en W.J. Blokland, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. A.H. van Dapperen, als griffier. De beslissing is op 18 februari 2025 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.