ECLI:NL:GHAMS:2025:2440

ECLI:NL:GHAMS:2025:2440, Gerechtshof Amsterdam, 27-05-2025, 23-000134-25

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 27-05-2025
Datum publicatie 19-09-2025
Zaaknummer 23-000134-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 CELEX:32008L0115 EU:32008L0115

Samenvatting

Bevestiging vonnis. Als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden, dat tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Vreemdelingen wet 2000.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 mei 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:

Bespreking gevoerd verweer

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig haar pleitnotities – op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Hiertoe heeft zij – kort gezegd – aangevoerd dat de staande houding en de daaropvolgende aanhouding van de verdachte onrechtmatig waren, waardoor het bewijs onrechtmatig is verkregen.

Voor zover de raadsvrouw heeft bedoeld aan te voeren dat een en ander zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) overweegt het hof als volgt. Van de verdediging mag worden verlangd, als zij een beroep doet op een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv, dat duidelijk en gemotiveerd aan de hand van de in het tweede lid van die bepaling vermelde factoren wordt aangegeven tot welk in artikel 359a Sv omschreven rechtsgevolg dit dient te leiden. De raadsvrouw heeft niet nadrukkelijk bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a Sv bepleit, alsmede haar betoog niet gemotiveerd aan de hand van voormelde factoren. Daarom behoeft dit verweer geen bespreking.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. A.R.O. Mooy en mr. A.W.T. Klappe en, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 mei 2025.

De oudste raadsheer en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.E. Dongelmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?