Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 mei 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
Bespreking gevoerd verweer
De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig haar pleitnotities – op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Hiertoe heeft zij – kort gezegd – aangevoerd dat de staande houding en de daaropvolgende aanhouding van de verdachte onrechtmatig waren, waardoor het bewijs onrechtmatig is verkregen.
Voor zover de raadsvrouw heeft bedoeld aan te voeren dat een en ander zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) overweegt het hof als volgt. Van de verdediging mag worden verlangd, als zij een beroep doet op een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv, dat duidelijk en gemotiveerd aan de hand van de in het tweede lid van die bepaling vermelde factoren wordt aangegeven tot welk in artikel 359a Sv omschreven rechtsgevolg dit dient te leiden. De raadsvrouw heeft niet nadrukkelijk bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a Sv bepleit, alsmede haar betoog niet gemotiveerd aan de hand van voormelde factoren. Daarom behoeft dit verweer geen bespreking.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. A.R.O. Mooy en mr. A.W.T. Klappe en, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 mei 2025.
De oudste raadsheer en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.