ECLI:NL:GHAMS:2025:2444

ECLI:NL:GHAMS:2025:2444, Gerechtshof Amsterdam, 17-06-2025, 23-002904-22

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 17-06-2025
Datum publicatie 19-09-2025
Zaaknummer 23-002904-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Mishandeling van ex-vriendin met lichamelijke beperking. Oplegging van geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand, i.v.m. de schending van de redelijke termijn.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 juni 2025.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 9 oktober 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] in haar arm(en) en/of lichaam te knijpen en/of die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, tegen haar been en/of lichaam te slaan en/of die [slachtoffer] haar haar door elkaar te schudden en/of die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, te duwen (waardoor die [slachtoffer] op de grond is gevallen en tegen een bed is gekomen).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 9 oktober 2020 te Amsterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] in haar arm te knijpen en die [slachtoffer] meermalen tegen haar been te slaan en die te duwen waardoor die [slachtoffer] op de grond is gevallen en tegen een bed is gekomen.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis. Daarbij heeft zij rekening gehouden met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) en de schending van de redelijke termijn in hoger beroep.

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, de schending van de redelijke termijn in hoger beroep en met artikel 63 Sr en primair gevraagd een geheel voorwaardelijke straf aan de verdachte op te leggen. Subsidiair heeft zij verzocht een lagere taakstraf op te leggen dan die welke in eerste aanleg is opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van de aangeefster, zijn ex-vriendin, die kampt met een lichamelijke beperking. Zij heeft door toedoen van de verdachte pijn en letsel opgelopen. Aldus heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangeefster en voor haar een angstige situatie in het leven geroepen. De mishandeling heeft bovendien plaatsgevonden in haar eigen woning, een plek waar zij zich te allen tijde veilig moet kunnen voelen. Het hof neemt dit de verdachte zeer kwalijk.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 26 mei 2025. Daaruit volgt dat de verdachte in de afgelopen jaren (zij het na het plegen van het onderhavige feit) twee keer onherroepelijk is veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf, ter zake waarvan evenwel telkens vervangende hechtenis is tenuitvoergelegd. Voorts heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard een zwervend bestaan te leiden en geen vaste woon- of verblijfplaats te hebben. Gelet op deze omstandigheden acht het hof de oplegging van een taakstraf aan de verdachte niet aangewezen. Het hof acht in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand passend en geboden.

Het hof constateert evenwel met de raadsvrouw dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden. Namens de verdachte is op 7 november 2022 hoger beroep ingesteld, terwijl het hof pas op 17 juni 2025 arrest wijst. De overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep bedraagt aldus ruim zeven maanden. Gelet daarop – en in aanmerking genomen dat het om een inmiddels betrekkelijk oud feit gaat – zal het hof voornoemde gevangenisstraf geheel voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van twee jaren. Daarmee beoogt het hof tevens te bewerkstelligen dat de verdachte in de toekomst van het plegen van strafbare feiten wordt weerhouden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 300 Sr.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. E.J Hofstee en mr. T.J. Kelder, in tegenwoordigheid van mr. F. Kruiswijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 juni 2025.

De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. F. Kruiswijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand