Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 augustus 2025.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep
Blijkens de akte van uitreiking is op 4 juli 2025 getracht de dagvaarding in hoger beroep uit te reiken aan het BRP-adres van de verdachte, [adres] maar is dat niet gelukt omdat de verdachte volgens die akte niet (meer) op voornoemd adres woont. Niet blijkt dat vervolgens het gerechtelijke schrijven aan het openbaar ministerie is uitgereikt en afschrift door het openbaar ministerie aan voornoemd adres is verstuurd terwijl volgens de informatiestaat SKDB-persoon de verdachte op 9 juli 2025 op dat adres ingeschreven stond. De dagvaarding om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen is derhalve niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte uitgereikt. Dat de dagvaarding in hoger beroep ten kantore van de raadsman aan de Dorpsstraat 59, 3941 JL te Doorn – welk adres in de volmacht ex artikel 450 derde lid van het Wetboek van Strafvordering door de raadsman werd opgegeven – is uitgereikt, doet aan het voorafgaande niet af. De dagvaarding in hoger beroep dient dan ook – nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen – nietig te worden verklaard.
Beslissing
Het hof:
Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. L.F. Roseval, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 augustus 2025.