ECLI:NL:GHAMS:2025:3136

ECLI:NL:GHAMS:2025:3136, Gerechtshof Amsterdam, 24-11-2025, 200.321.739/01 OK

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 24-11-2025
Datum publicatie 28-11-2025
Zaaknummer 200.321.739/01 OK
Rechtsgebied Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

OK; enquête; verhoging onderzoeksbudget; toewijzing

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.321.739/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 24 november 2025

inzake

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A Holding] ,

gevestigd te [plaats] ,

2. [A],

wonende te [plaats] ,

VERZOEKERS,

advocaat: mr. J.W. de Vries, kantoorhoudende te Bolsward,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEEUWARDEN RECYCLING B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B Holding] ,

gevestigd te [plaats] ,

2. [B],

wonende te [plaats] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. R. Klarus kantoorhoudende te Emmen, voorheen mr. W.H.R. baron van Boetzelaer.

Verzoekers worden hierna aangeduid als [A Holding] c.s., verweerster als Leeuwarden Recycling en belanghebbenden als [B Holding] c.s.

1. Het verloop van het geding

Voor het verloop van het geding in deze zaak verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 7 november 2024, 8 november 2024 en 8 januari 2025.

Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover nu relevant – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Leeuwarden Recycling en mr. J.J. Reiziger (hierna: de onderzoeker) benoemd als onderzoeker en bepaald dat de kosten van het onderzoek voor rekening komen van Leeuwarden Recycling. Verder heeft de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget vastgesteld op € 40.000 exclusief omzetbelasting en bepaald dat ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van zijn werkzaamheden voldoende zekerheid moet zijn gesteld.

Bij e-mail van 5 november 2025 heeft de onderzoeker een voortgangsrapportage met partijen en de Ondernemingskamer gedeeld. In die rapportage heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht het onderzoeksbudget te verhogen met € 14.560 exclusief omzetbelasting.

Bij e-mail van 6 november 2025 heeft de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek van de onderzoeker. Bij e-mail van 7 november 2025 hebben [A Holding] c.s. bezwaar gemaakt tegen de verzochte verhoging. Van [B Holding] c.s. is geen reactie ontvangen.

2. De gronden van de beslissing

De onderzoeker heeft ter toelichting op zijn verzoek naar voren gebracht dat de huidige kosten van het onderzoek het eerder vastgestelde budget met € 9.063 exclusief omzetbelasting hebben overschreden. Volgens de onderzoeker komt dit omdat het verkrijgen en analyseren van de benodigde informatie aanzienlijk meer tijd heeft gekost dan verwacht vanwege de grote omvang. Daarnaast hebben er aanvullende besprekingen plaatsgevonden met de partijen en hun advocaten in het kader van het onderzoek en het bespreken van een minnelijke regeling. Om het onderzoek af te ronden moeten ook nog kosten worden gemaakt en die zijn grotendeels afhankelijk van (de omvang van) de reactie van [B Holding] c.s. op het conceptonderzoeksrapport. De onderzoeker begroot deze afrondingskosten op € 5.497 exclusief omzetbelasting. Inclusief de verzochte verhoging zou het onderzoeksbudget daarmee uitkomen op € 54.560 exclusief omzetbelasting. Dit komt overeen met het bedrag dat de onderzoeker in zijn plan van aanpak van 10 december 2024 heeft opgenomen, aldus steeds de onderzoeker.

In hun reactie hebben [A Holding] c.s. bezwaar gemaakt tegen de verzochte verhoging. Volgens [A Holding] c.s. kan niet worden vastgesteld waar de extra tijd aan is besteed, of dit noodzakelijk was en hoe zich dit verhoudt tot de begroting uit het plan van aanpak omdat een (uren)specificatie van de werkzaamheden ontbreekt. Ook wijzen [A Holding] c.s. erop dat de onderzoeker pas na het overschrijden van het eerder vastgestelde onderzoeksbudget om een verhoging heeft verzocht in plaats van daarvoor. Verder stellen [A Holding] c.s. zich op het standpunt dat de kosten voor de afronding van onderzoek als gevolg van de (te late) reactie van [B Holding] c.s. op het conceptonderzoeksrapport voor rekening van [B Holding] c.s. moeten komen.

De Ondernemingskamer overweegt als volgt.

De al uitgevoerde werkzaamheden van de onderzoeker die tot een overschrijding van het onderzoeksbudget hebben geleid en de kosteninschatting van de onderzoeker om het onderzoek af te ronden komen de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. Bovendien komt het onderzoeksbudget inclusief de nu verzochte verhoging overeen met de begroting van de kosten van de onderzoeker in zijn plan van aanpak van 10 december 2024. Weliswaar was het juister geweest als de onderzoeker voorafgaand aan de overschrijding van het onderzoeksbudget om een verhoging had gevraagd, maar dit doet niets af aan de redelijkheid van de al uitgevoerde en nog uit te voeren werkzaamheden van de onderzoeker. De Ondernemingskamer zal daarom de verzochte verhoging toewijzen en zal het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 54.560 exclusief omzetbelasting.

De onderzoeker zal zijn werkzaamheden niet hoeven voort te zetten voordat ten genoegen van de onderzoeker voor de betaling van de voor het onderzoek begrote kosten inclusief de verhoging van € 14.560 exclusief omzetbelasting zekerheid is gesteld. Deze zekerheid zal in beginsel door de Leeuwarden Recycling moeten worden gesteld. Indien zij daartoe niet in staat is zal een van de andere partijen dat moeten voorschieten. De Ondernemingskamer ziet geen aanleiding om te bepalen dat [B Holding] dit zal moeten doen, zoals door [A Holding] c.s. verzocht. Dat [B Holding] c.s. in deze fase van het onderzoek te laat zouden hebben gereageerd en dat de omvang van hun reactie van invloed is op de nog te maken kosten laat immers onverlet dat andere omstandigheden eerder in het proces, zoals door de onderzoeker toegelicht, tot een overschrijding van het onderzoeksbudget hebben geleid.

3. De beslissing

De Ondernemingskamer:

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 54.560 exclusief omzetbelasting;

bepaalt dat voor de betaling van de kosten van het onderzoek ten bedrage van € 54.560 exclusief btw ten genoegen van de onderzoeker voor de hervatting van zijn werkzaamheden zekerheid moet zijn gesteld;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. W.A,H, Melissen, raadsheren, en mr. D.E.M. Aleman MBA en prof. dr. mr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. L. van Hoof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 24 november 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.W.H. Vink

Griffier

  • mr. L. van Hoof

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?