Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
19 augustus 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 15-040201-23:
primairzij, op of omstreeks 8 februari 2023 te Haarlem, in elk geval in Nederland, aan [slachtoffer 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een blijvend litteken in zijn gezicht, heeft toegebracht door: - een (glazen) vaas, in elk geval een hard voorwerp, in het gezicht te gooien en/of
- één of meerdere keren in het gezicht te slaan en/of te stompen;
subsidiairzij, op of omstreeks 8 februari 2023 te Haarlem, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet:
- een (glazen) vaas, in elk geval een hard voorwerp, in het gezicht van die [slachtoffer 1] te gooien en/of - één of meerdere keren in het gezicht te slaan en/of te stompen;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiairzij, op of omstreeks 8 februari 2023 te Haarlem, in elk geval in Nederland, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door:
- een (glazen) vaas, in elk geval een hard voorwerp, in het gezicht van die [slachtoffer 1] te gooien en/of - één of meerdere keren in het gezicht te slaan en/of te stompen;
terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een blijvend litteken in zijn gezicht ten gevolge heeft gehad;
Zaak met parketnummer 15-001123-23 (gevoegd):
zij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 30 november 2022 te Haarlem telkens opzettelijk en wederrechtelijk één of meerdere ruitenwisser(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan:
- [slachtoffer 2] ( [kenteken 1] ) en/of;
- [slachtoffer 3] ( [kenteken 2] ) en/of;
- [slachtoffer 4] ( [kenteken 3] ) en/of;
- [slachtoffer 5] ( [kenteken 4] en/of [kenteken 5] en/of [kenteken 6] ) en/of;
- [benadeelde 1] ( [kenteken 7] ) en/of;
- [benadeelde 2] ( [kenteken 8] ) en/of;
- [slachtoffer 6] ( [kenteken 9] ) en/of;
- [slachtoffer 7] ( [kenteken 10] en/of [kenteken 11] en/of [kenteken 12] ) en/of;
- [benadeelde 3] ( [kenteken 13] ) en/of;
- [benadeelde 4] ( [kenteken 14] ) en/of;
- [slachtoffer 8] ( [kenteken 15] ) en/of;
- [slachtoffer 9] ( [kenteken 16] ) en/of;
- [slachtoffer 10] ( [kenteken 17] ) en/of;
- [slachtoffer 11] ( [kenteken 18] ) en/of;
- [benadeelde 5] ( [kenteken 19] ) en/of;
- [slachtoffer 12] ( [kenteken 20] ) en/of;
- [slachtoffer 13] ( [kenteken 21] ) en/of;
- [slachtoffer 14] ( [kenteken 22] ) en/of;
- [slachtoffer 15] ( [kenteken 23] ) en/of;
- [slachtoffer 16] ( [kenteken 24] ) en/of;
- [benadeelde 6] ( [kenteken 25] ) en/of;
- [slachtoffer 17] ( [kenteken 26] ) en/of;
- [slachtoffer 18] ( [kenteken 27] ) en/of;
- [slachtoffer 19] ( [kenteken 28] ),
in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
Zaak met parketnummer 15-058131-23 (gevoegd):
zij op of omstreeks 27 februari 2023 te Haarlem [slachtoffer 20] heeft mishandeld door die [slachtoffer 20] in het gezicht, althans tegen het hoofd te slaan.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof op onderdelen tot andere beslissingen komt dan de politierechter.
Het standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 15-040201-23 primair en het onder parketnummer 15-058131-23 tenlastegelegde. Zij heeft zich gerefereerd met betrekking tot het onder parketnummer 15-040201-23 subsidiair en het onder parketnummer 15-001123-23 tenlastegelegde.
Vrijspraak
Met de advocaat-generaal en de raadsvrouw is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte in de zaak met parketnummer 15-040201-23 primair is tenlastegelegd, zodat zij hiervan moet worden vrijgesproken.
Bewijsoverwegingen inzake parketnummer 15-058131-23
De raadsvrouw heeft gesteld dat de verdachte een geslaagd beroep op noodweer toekomt, zodat zij van dit feit moet worden vrijgesproken. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd, dat de verdachte in de winkel zonder reden is vastgepakt en is meegenomen naar een ruimte die zij niet kon verlaten. Nu dit kan worden aangemerkt als een wederrechtelijke aanranding van haar lichaam, mocht zij zich hiertegen verdedigen. Zij heeft éénmaal van zich afgeslagen; haar verdediging was proportioneel.
De verdachte heeft tegenover de politie verklaard, kort en zakelijk weergegeven, dat zij in de winkel direct en zonder reden werd aangevallen door de winkelmedewerker.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep op noodweer moet worden verworpen, omdat, kort en zakelijk weergegeven, geen sprake is geweest van een noodweersituatie.
Het hof overweegt als volgt.
Voor aanvaarding van het beroep op noodweer is onder meer vereist dat de rechter van oordeel is dat de feitelijke grondslag van dat beroep, gelet op wat de verdachte daarover heeft verklaard, voldoende aannemelijk is geworden. Het hof is van oordeel dat zulks niet het geval is. Uit het dossier volgt naar het oordeel van het hof namelijk de volgende feitelijke gang van zaken.
Op 27 februari 2023 heeft de aangever, supermarktmanager [slachtoffer 20] , de verdachte aangesproken in de winkel, in verband met een mogelijk winkelverbod. [slachtoffer 20] heeft verklaard dat hij de verdachte direct in zijn richting hoorde schreeuwen, waarbij zij onder meer schreeuwde dat ze de [winkel] kapot zou maken en plat zou branden en dat ze een vriend had die ze kon bellen en die haar zou helpen. Terwijl verdachte heftig tegen aangever stond te schreeuwen, stond zij ook heftig met haar armen te zwaaien.
Getuige [getuige] verklaart dat hij zag dat de verdachte aangever aanvloog. Hij zag dat de verdachte aangever duwde en dat zij hem met haar rechter arm probeerde te slaan. Vervolgens zag hij dat aangever de handen van de verdachte vastpakte om haar onder controle te houden, waarna de verdachte aangever een kopstoot probeerde te geven, die aangever maar net kon ontwijken. Aangever begeleidde de verdachte vervolgens het kantoor in.
Zowel aangever als getuige [getuige] verklaren dat de verdachte, nadat zij door aangever naar het kantoor was begeleid en in een stoel was gezet, doorging met schreeuwen, druk met haar armen bleef zwaaien en aangever vervolgens met haar linker vuist tegen zijn gezicht sloeg.
Naar het oordeel van het hof is in dit geval de gestelde feitelijke grondslag van het beroep op noodweer niet aannemelijk geworden; uit het voorgaande blijkt immers niet van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen de verdachte genoodzaakt was zich te verdedigen. De verdachte is in dezen zelf de agressor geweest. Het hof verwerpt dan ook het verweer.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer
15-040201-23 subsidiair, in de zaak met parketnummer 15-001123-23 en in de zaak met parketnummer 15-058131-23 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak met parketnummer 15-040201-23:
subsidiairzij, op 8 februari 2023 te Haarlem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet:
- een glazen voorwerp, in het gezicht van die [slachtoffer 1] te gooien en
- één of meerdere keren te stompen;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Zaak met parketnummer 15-001123-23 (gevoegd):
zij op één of meer tijdstippen op 30 november 2022 te Haarlem telkens opzettelijk en wederrechtelijk meerdere ruitenwissers, in elk geval enig goed, dat/die geheel aan:
- [slachtoffer 2] ( [kenteken 1] ) en;
- [slachtoffer 3] ( [kenteken 2] ) en;
- [slachtoffer 4] ( [kenteken 3] ) en;
- [slachtoffer 5] ( [kenteken 4] en [kenteken 5] en [kenteken 6] ) en;
- [benadeelde 1] ( [kenteken 7] ) en;
- [benadeelde 2] ( [kenteken 8] ) en;
- [slachtoffer 6] ( [kenteken 9] ) en;
- [slachtoffer 7] ( [kenteken 10] en [kenteken 11] en [kenteken 12] ) en;
- [benadeelde 3] ( [kenteken 13] ) en;
- [benadeelde 4] ( [kenteken 14] ) en;
- [slachtoffer 8] ( [kenteken 15] ) en;
- [slachtoffer 9] ( [kenteken 16] ) en;
- [slachtoffer 10] ( [kenteken 17] ) en;
- [slachtoffer 11] ( [kenteken 18] ) en;
- [benadeelde 5] ( [kenteken 19] ) en;
- [slachtoffer 12] ( [kenteken 20] ) en;
- [slachtoffer 13] ( [kenteken 21] ) en;
- [slachtoffer 14] ( [kenteken 22] ) en;
- [slachtoffer 15] ( [kenteken 23] ) en;
- [slachtoffer 16] ( [kenteken 24] ) en;
- [benadeelde 6] ( [kenteken 25] ) en;
- [slachtoffer 17] ( [kenteken 26] ) en;
- [slachtoffer 18] ( [kenteken 27] ) en;
- [slachtoffer 19] ( [kenteken 28] )
toebehoorde(n), heeft vernield;
Zaak met parketnummer 15-058131-23 (gevoegd):
zij op 27 februari 2023 te Haarlem [slachtoffer 20] heeft mishandeld, door die [slachtoffer 20] in het gezicht te slaan.
Hetgeen in de zaak met parketnummer 15-040201-23 subsidiair en in de zaak met parketnummer
15-001123-23 en in de zaak met parketnummer 15-058131-23 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 15-040201-23 subsidiair en in de zaak met parketnummer 15-001123-23 en in de zaak met parketnummer 15-058131-23 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in de zaak met parketnummer 15-040201-23 subsidiair bewezenverklaarde levert op:
poging tot zware mishandeling.
Het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen,
meermalen gepleegd.
Het in de zaak met parketnummer 15-058131-23 bewezenverklaarde levert op:
mishandeling.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 15-040201-23 subsidiair en in de zaak met parketnummer 15-001123-23 en in de zaak met parketnummer 15-058131-23 bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder parketnummer 15-040201-23 subsidiair, parketnummer 15-001123-23 en parketnummer 15-058131-23 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van het voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder parketnummer 15-040201-23 subsidiair, parketnummer 15-001123-23 en parketnummer 15-058131-23 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 150 uur, met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht.
De raadsvrouw heeft bepleit de verdachte, in plaats van een gevangenisstraf, een (deels voorwaardelijke) taakstraf op te leggen. Zij heeft in dat kader gewezen op de veranderde persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals die blijken uit het reclasseringsadvies van 1 april 2025, de overschrijding van de redelijke termijn en de omstandigheid dat artikel 63 Van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. De verdachte onderhoudt sinds kort uit zichzelf een normaal contact met haar raadsvrouw en is in staat en bereid een taakstraf uit te voeren. Een gevangenisstraf kan hetgeen zij recent moeizaam heeft opgebouwd en het lopende zorgtraject waarin zij zich bevindt, doorkruisen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling, door met opzet het slachtoffer een glazen voorwerp in het gezicht te gooien en hem te stompen. Zij heeft hem, zonder dat daar een aanleiding voor was, zodoende pijn en letsel bezorgd. Voorts heeft zij een medewerker van een winkel mishandeld, door hem met haar vuist tegen zijn gezicht te slaan. Dergelijke gewelddadige incidenten veroorzaken een inbreuk op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. De verdachte heeft ook verschillende vernielingen aangericht bij een grote hoeveelheid auto’s, die – naar men dacht veilig – geparkeerd stonden in een parkeergarage. Met dit handelen heeft zij niet alleen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van anderen, maar heeft zij ook de eigenaren en de samenleving schade en ergernis bezorgd.
Al met al heeft de verdachte zich in korte tijd herhaaldelijk grensoverschrijdend gedragen. Het hof neemt haar dit gedrag kwalijk, met name de poging tot zware mishandeling.
Het hof heeft acht geslagen op het reclasseringsadvies van 1 april 2025, waaruit onder meer blijkt dat de verdachte na een verleden met middelengebruik, veel politie- en justitiecontacten en zorgmijdend en verward gedrag, nu recent een positieve weg is ingeslagen. Zij heeft voor het eerst meegewerkt aan contact met de reclassering. Het laatste half jaar zijn de politie- en justitiecontacten afgenomen. Uit het reclasseringscontact blijkt dat de verdachte geen harddrugs meer gebruikt, maar medicatie krijgt via de GGZ. De lopende zorgmachtiging is – zo heeft de advocaat-generaal ter terechtzitting bevestigd – verlengd tot eind januari 2026. De verdachte krijgt ondersteuning bij praktische zaken en staat onder bewind. Zij is nog dakloos en heeft geen dagbesteding.
Het hof ziet in de veranderde persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals naar voren is gekomen uit het genoemde reclasseringsadvies en hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd, aanleiding haar een andere straf op te leggen dan de straf die in eerste aanleg is opgelegd. Het hof legt haar in plaats van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf een taakstraf op, zodat het lopende zorgtraject waarin zij zich bevindt en de overige ondersteuning die de verdachte nu ontvangt, niet wordt doorkruist door detentie. Om de aard en ernst van met name de poging tot zware mishandeling tot uiting te brengen en te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw feiten pleegt als de onderhavige, zal het hof haar daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan verbonden een proeftijd opleggen.
Het hof heeft ook acht geslagen op de omstandigheid dat in hoger beroep de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden. Op 25 mei 2023 is hoger beroep ingesteld en het hof doet uitspraak op 2 september 2025. Dat betekent dat in hoger beroep de redelijke termijn is overschreden met ruim drie maanden. Het hof zal, gelet op de straf die wordt opgelegd, in dit geval volstaan met de constatering daarvan.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 500,00 aan materiële schade (bestaande uit € 153,62 ruitenwisser en € 350,00 deuk met lakschade). De schade aan de ruitenwisser is onderbouwd met een factuur.
De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 153,62. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering wordt toegewezen tot een bedrag van € 153,62.
De raadsvrouw heeft verzocht enkel de schade aan de ruitenwisser toe te wijzen en de vordering voor het overige af te wijzen wegens een gebrek aan onderbouwing daarvan.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan een ruitenwisser heeft geleden tot een bedrag van € 153,62. De verdachte is tot vergoeding van die schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.
Voor het overige is, mede gelet op de aard en locatie van de deuk met lakschade, onvoldoende gebleken dat de gestelde schade door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte is veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom voor het overige in de vordering niet worden ontvangen.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 755,43 aan materiële schade (bestaande uit de reparatie van een ruitenwisser en de vervanging van de rechter buitenspiegel), onderbouwd met een factuur. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering geheel wordt toegewezen.
De raadsvrouw heeft verzocht enkel de schade aan de ruitenwisser toe te wijzen en de vordering voor het overige af te wijzen wegens een gebrek aan onderbouwing daarvan.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 755,43. Het hof acht aannemelijk dat bij het vernielen van de ruitenwissers ook de rechter buitenspiegel door de verdachte is beschadigd. De verdachte is dan ook tot vergoeding van die schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, gehouden, zodat de vordering zal worden toegewezen.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 204,07 aan materiële schade (bestaande uit schade aan een ruitenwisser), onderbouwd met een factuur. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering geheel wordt toegewezen.
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 204,07. De verdachte is tot vergoeding van die schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 1.450,33 aan materiële schade (bestaande uit € 153,09 vervanging ruitenwisser en € 1.297,24 vervanging voorruit), onderbouwd met een factuur. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering geheel wordt toegewezen.
De raadsvrouw heeft verzocht enkel de schade aan de ruitenwisser toe te wijzen en de vordering voor het overige af te wijzen wegens een gebrek aan onderbouwing daarvan.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.450,33. Het hof acht aannemelijk dat bij het vernielen van de ruitenwissers ook de voorruit is beschadigd. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 206,95 aan materiële schade (bestaande uit € 114,15 voor twee ruitenwisserarmen, € 85,00 aan gederfd loon en € 7,80 aan reiskosten). De schade aan de ruitenwissers is onderbouwd met een factuur. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering wordt toegewezen tot een bedrag van € 121,95.
De raadsvrouw heeft verzocht enkel de schade aan de ruitenwisser en de reiskosten toe te wijzen en de vordering voor het overige af te wijzen wegens een gebrek aan onderbouwing daarvan.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 121,95 (bestaande uit de schade aan de ruitenwissers en de reiskosten). De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.
Voor het overige is uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is in zoverre niet tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering voor het overige zal worden afgewezen.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 133,72 aan materiële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering geheel wordt toegewezen.
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € € 133,72. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 57, 63, 300, 302 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-040201-23 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer
15-040201-23 subsidiair en in de zaak met parketnummer 15-001123-23 en in de zaak met parketnummer 15-058131-23 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 15-040201-23 subsidiair en in de zaak met parketnummer 15-001123-23 en in de zaak met parketnummer 15-058131-23 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 153,62 (honderddrieënvijftig euro en tweeënzestig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd
[benadeelde 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 153,62 (honderddrieënvijftig euro en tweeënzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 3 (drie) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 30 november 2022.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 755,43 (zevenhonderdvijfenvijftig euro en drieënveertig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd
[benadeelde 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 755,43 (zevenhonderdvijfenvijftig euro en drieënveertig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 15 (vijftien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 30 november 2022.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 6] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 204,07 (tweehonderdvier euro en zeven cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd
[benadeelde 6] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 204,07 (tweehonderdvier euro en zeven cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 4 (vier) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 30 november 2022.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 5] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.450,33 (duizend vierhonderdvijftig euro en drieëndertig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 5] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.450,33 (duizend vierhonderdvijftig euro en drieëndertig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 24 (vierentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 30 november 2022.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 121,95 (honderdeenentwintig euro en vijfennegentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd
[benadeelde 4] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 121,95 (honderdeenentwintig euro en vijfennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 2 (twee) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 30 november 2022.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 133,72 (honderddrieëndertig euro en tweeënzeventig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd
[benadeelde 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-001123-23 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 133,72 (honderddrieëndertig euro en tweeënzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 2 (twee) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 30 november 2022.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. T.J. Kelder, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
2 september 2025.
mr. Kelder en mr. Scheffens zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.