ECLI:NL:GHAMS:2025:3158

ECLI:NL:GHAMS:2025:3158, Gerechtshof Amsterdam, 25-11-2025, 000258-25

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 25-11-2025
Datum publicatie 28-11-2025
Zaaknummer 000258-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

GHAMS BRR - art. 530 en 533 Sv - aanvang beroepstermijn - intrekking hoger beroep na aanvang behandeling – gronden van billijkheid bij eindigen zaak door sepot

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling strafrecht

rekestnummers hoger beroep 000258-25 (530 Sv) en 000259-25 (533 Sv)

parketnummer in eerste aanleg: 13-082139-22

beschikkingen eerste aanleg: 24-018383 (530 Sv) en 24-018379 (533 Sv)

Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikkingen van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 31 oktober 2024 op het verzoekschrift op de voet van de artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren te [geboorteland] op [geboortedag] 1978,

domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. W.B. Lisi,

Wolter Heukelslaan 74, 3851 SV Utrecht.

1. Procesverloop

Op 4 december 2024 is van bovengenoemde beschikkingen beroep ingesteld door verzoeker (hierna appellant).

De advocaat-generaal heeft vooraf aan de raadkamer het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 4 november 2025 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek –zoals aangevuld in raadkamer in hoger beroep met het verzoek onder c - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:

3. Beoordeling

Ontvankelijkheid

Het hof overweegt dat binnen een maand na de betekening van een beschikking hoger beroep, open staat bij het gerechtshof. Appellant heeft blijkens het verzoekschrift domicilie gekozen op het kantooradres van zijn advocaat en niet is gebleken dat de beschikkingen daar zijn betekend. Evenmin is gebleken dat appellant en zijn advocaat op andere wijze kennis hebben genomen van de inhoud van de beschikkingen vooraf aan de uitreiking aan appellant in persoon op 27 november 2024. Op (donderdag 28 november 2024 te 14:12 uur is bij de rechtbank Amsterdam een volmacht instellen hoger beroep ingekomen en op) 4 december 2024 is de akte instellen hoger beroep opgemaakt. Gelet daarop is het hoger beroep tijdig ingesteld.

Intrekking

De advocaat van appellant heeft in raadkamer meegedeeld het appel ten aanzien van de beslissing onder b te willen intrekken.

Het hof overweegt dat een appel van een beslissing van de rechtbank vooraf aan de aanvang van de behandeling in hoger beroep (al dan niet per volmacht) kan worden ingetrokken bij de griffie van de rechtbank. Nu geen intrekking heeft plaatsgevonden, zal het hof het verzoek in appel moeten beoordelen.

Gronden van billijkheid

De rechtbank heeft het verzoek onder a afgewezen en het verzoek onder b toegewezen.

De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.

Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Ten aanzien van de afwijzing onder a heeft de rechtbank overwogen dat geen gronden van billijkheid aanwezig zijn voor toewijzing van het verzoek. De rechtbank heeft daarbij gelet op hetgeen de officier van justitie naar voren heeft gebracht.

“Volgens de officier van justitie is het niet billijk om naast een beleidssepot ook een vergoeding toe te kennen voor ondergane verzekering en voorlopige hechtenis. Het Openbaar Ministerie heeft ervoor gekozen de zaak te seponeren (…), omdat het een vrij oude zaak betrof die nog steeds niet op zitting was gepland en verzoeker na de pleegdatum van onderhavig feit nog een aantal keer is veroordeeld. Door te seponeren is er al rekening gehouden met de persoonlijke belangen van verzoeker.”

Uit de beschikking van de rechtbank wordt niet duidelijk met welke belangen van verzoeker rekening is gehouden en waarom in dat geval billijk is dat geen vergoeding wordt toegekend. In het enkele seponeren ziet het hof geen billijkheid het verzoek onder a af te wijzen.

Het hof zal de beschikkingen waarvan beroep vernietigen en opnieuw recht doen.

Gronden van billijkheid acht het hof aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van:

Verrekenen

Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde in raadkamer is gebleken dat de onderstaande aan de Staat verschuldigde geldsom vatbaar is voor verrekening overeenkomstig artikel 534, lid 3 Sv. Het hof zal daarom verrekenen met achtereenvolgens het onder a en voor zover resterend het onder b toegewezen bedrag.

CJIB-nummer openstaand bedrag verrekening

[CJIB-nummer] € 1.651,50 € 1.651,50

4. Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beschikkingen waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Wijst het verzochte toe.

Kent aan appellant een vergoeding toe van € 2.210,00 (tweeduizend tweehonderdtien euro).

Bepaalt dat het toegewezen bedrag wordt verrekend als hiervoor vermeld.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, A.W.T. Klappe en D. Greven, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 25 november 2025.

De voorzitter beveelt:

de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van

- € 1.651,50 ( duizend zeshonderdeenenvijftig euro en vijftig cent) op bankrekeningnummer [iban 1] t.n.v. CJIB o.v.v. [CJIB-nummer] ;

- € 558,50 ( vijfhonderdachtenvijftig euro en vijftig cent) op bankrekeningnummer [iban 2] t.n.v. [verzoeker] o.v.v. schadevergoeding 13-082139-22.

Amsterdam, 25 november 2025,

mr. A.M.P. Geelhoed, voorzitter.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M.P. Geelhoed

Griffier

  • mr. P.M. Groenenberg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?