ECLI:NL:GHAMS:2025:3210

ECLI:NL:GHAMS:2025:3210, Gerechtshof Amsterdam, 01-12-2025, 23-000957-25

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 01-12-2025
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer 23-000957-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001941 BWBR0006297 BWBR0011874

Samenvatting

Invoer van 245,4 gram cocaïne naar Nederland. Strafmaat appel

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 november 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde deels voorwaardelijke gevangenisstraf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg tenlastegelegde bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 weken waarvan 8 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met bijzondere voorwaarden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met bijzondere voorwaarden.

De raadsvrouw heeft het hof primair verzocht om toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, subsidiair een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 14 weken met een proeftijd van 3 jaren, zonder bijzondere voorwaarden. De verdachte zit al in een schuldhulpverleningstraject, dus dat hoeft niet apart als bijzondere voorwaarde te worden opgelegd.

Oordeel van het hof.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer van 245,4 gram cocaïne naar Nederland. Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de straffen die in soortgelijke zaken worden uitgesproken, ziet het hof geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof heeft acht geslagen op het reclasseringsadvies van 14 april 2025. Uit dit advies blijkt dat de verdachte uitdagingen heeft op diverse leefgebieden, waarbij de reclassering hem kan helpen en begeleiden. De reclassering adviseert bijzondere voorwaarden op te leggen om zo het recidiverisico te beperken.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 14 weken met aftrek en met daaraan verbonden een proeftijd van twee jaren en bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep enkel ten aanzien van de opgelegde deels voorwaardelijke gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

En stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

- zich meldt op afspraak bij Reclassering Nederland te [plaats] op het adres [adres 2] en zich blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

- zich inzet voor het verkrijgen van een dagbesteding/vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;

- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

- niet deelneemt aan kansspelen;

- zich laat behandelen door een door de reclassering te bepalen zorgverlener. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.

Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M.H.P. Houben, mr. M. Iedema en mr. J.W.H.G. Loyson, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 december 2025. Mr. M. Iedema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.M. Steur

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?