ECLI:NL:GHAMS:2025:3272

ECLI:NL:GHAMS:2025:3272, Gerechtshof Amsterdam, 09-12-2025, 24/1951

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 09-12-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 24/1951
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

De wijze waarop de gemachtigde van belanghebbende procedeert is in strijd met hetgeen van een beroepsmatig optredende rechtshulpverlener mag worden verwacht en met de goede procesorde. Het Hof zal zich dan ook slechts beperken tot de vraag of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 24/1951

9 december 2025

uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , woonachtig te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. A. Bakker)

tegen de uitspraak van 9 februari 2024 in de zaak met kenmerk HAA 22/5633 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlemmermeer, de heffingsambtenaar.

1. Ontstaan en loop van het geding

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking als bedoeld in artikel 22 van de Wet Waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [a-straat] 404 te [Z] (hierna: de dijkwoning) op de waardepeildatum 1 januari 2021 voor het belastingjaar 2022 vastgesteld op € 272.000.

De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 16 september 2022 het bezwaar tegen de bovenstaande beschikking ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 22 maart 2024 en gemotiveerd bij brief van 10 juni 2024. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting zou plaatsvinden op 2 december 2025. De gemachtigde van belanghebbende heeft zich vlak voor de zitting afgemeld. Nadat de heffingsambtenaar hiervan kennis heeft genomen, heeft hij te kennen gegeven ook niet ter zitting te zullen verschijnen.

2. Feiten

Belanghebbende is eigenaar van de dijkwoning. De dijkwoning is een twee-onder-één-kapwoning uit 1921. De dijkwoning is gelegen op twee kadastrale percelen met een totale oppervlakte van 297 m². De totale oppervlakte van het hoofdgebouw van de opstal, inclusief de eerste verdieping bedraagt 68 m². De opstal heeft een aanbouw met een oppervlakte van 3 m². De oppervlakte van de opstal van de begane grond is afgerond 44 m².

3. Geschil in hoger beroep

In hoger beroep is in geschil de waarde van de woning op de waardepeildatum.

4. Beoordeling van het geschil

Vooraf

Bij de beoordeling van de klachten stelt het Hof het volgende voorop. Van een beroepsmatige rechtsbijstandverlener die zeer veel procedeert, zoals de gemachtigde in deze zaak, mag worden verwacht en verlangd dat hij in de van hem afkomstige stukken duidelijk aangeeft wat de grieven tegen de aangevallen beslissing zijn en op welke feiten die grieven zijn gebaseerd.

De door de gemachtigde ingezonden stukken voldoen niet aan die norm. Het betoog van de gemachtigde bestaat uit een reeks van beweringen die in vrijwel elke zaak waarin hij als gemachtigde optreedt worden aangevoerd kennelijk zonder na te gaan of die beweringen ook in de desbetreffende zaak aan de orde zijn, in hoger beroep zelfs als het op een bewering ziende betoog ter zitting van de rechtbank uitdrukkelijk en ondubbelzinnig is ingetrokken.

Het betoog van de gemachtigde van belanghebbende kenmerkt zich voorts in vrijwel alle zaken, ook de onderhavige, door het telkenmale aanvoeren dat de heffingsambtenaar heeft gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, dat de heffingsambtenaar niet heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast en meer stukken moet indienen, en door het betwisten (“bij gebrek aan wetenschap”) van de vergelijkbaarheid van de referentieobjecten en de kenmerken van die objecten die de heffingsambtenaar in aanmerking heeft genomen, zonder dat dit op enige wijze feitelijk is onderbouwd.

Voorts worden regelmatig stellingen ingenomen die diametraal in strijd zijn met hetgeen hij overigens in de van hem afkomstige stukken stelt of die evident onjuist zijn. Zoals de bewering dat bepaalde stukken waarom in de bezwaarfase is verzocht niet door de heffingsambtenaar zijn toegezonden (terwijl die toezending evident wel heeft plaatsgevonden).

Gaat het zoals in deze zaak om dijkwoningen, dan wordt (evenals bij de rechtbank) standaard een meer dan 12 pagina’s in beslag nemende, onsamenhangende verhandeling over dijkwoningen in de stukken opgenomen waarvan geenszins duidelijk is wat de relevantie voor de onderhavige zaak is.

Het is kennelijk de visie van de gemachtigde dat (de heffingsambtenaar en) de rechter zelf maar moet(en) uitzoeken welke stellingen en beweringen relevant zouden kunnen zijn in de desbetreffende zaak.

De wijze waarop de gemachtigde van belanghebbende procedeert is in strijd met hetgeen van een beroepsmatig optredende rechtsbijstandsverlener mag worden verwacht en met de goede procesorde. Het is niet goed mogelijk (de inhoud van) de stukken van de gemachtigde zinvol bij de beoordeling van de zaak te betrekken. Het risico dat een stelling niet wordt behandeld die in een concreet voorliggende zaak mogelijk met succes zou kunnen worden verdedigd, is het rechtstreekse gevolg van de wijze van procederen door de gemachtigde en komt derhalve voor rekening van de belanghebbende namens wie hij optreedt.

Het Hof zal dan ook slechts met inachtneming van het hiervoor overwogene beslissen en zich daarom beperken tot de vraag of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld.

WOZ-waarde

Gelet op de verkoopprijzen en de overige in de matrix die in beroepsfase door de heffingsambtenaar is overgelegd opgenomen gegevens van de vergelijkingsobjecten, acht het Hof de heffingsambtenaar geslaagd in de op hem rustende bewijslast om aannemelijk te maken dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Hetgeen de gemachtigde van belanghebbende daartegenover heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Dit geldt ook voor de door hem aangevoerde verkoopprijzen van [a-straat] 450 en [a-straat] 108 die door de gemachtigde zijn aangevoerd zonder daarbij expliciet te maken hoe daaraan de conclusie kan worden verbonden dat de door hem verdedigde waarde juist is en de door de heffingsambtenaar verdedigde waarde te hoog.

Het Hof ziet met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad van 25 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:625, r.o. 2.3.2, geen aanleiding voor het oordeel dat de heffingsambtenaar de vrijstelling voor waterverdedigingswerken onjuist heeft toegepast.

Zeker indien in aanmerking wordt genomen dat door de heffingsambtenaar (ten onrechte) geen rekening is gehouden dat met het feit dat de vergelijkingsobjecten gelegen zijn op erfpachtgrond, is de waarde van de dijkwoning niet te hoog vastgesteld.

Slotsom

De slotsom is dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

5. Kosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met artikel 8:108 van die wet.

6. Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is gedaan door mrs. F.J.P.M. Haas, voorzitter, J-P.R. van den Berg en M. Ferrier, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H.E. Breman als griffier. De beslissing is op 9 december 2025 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Toelichting rechtsmiddelverwijzing

Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.

Digitaal procederen

Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.

Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.

Per post procederen

Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2025/2464
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?