ECLI:NL:GHAMS:2025:3277

ECLI:NL:GHAMS:2025:3277, Gerechtshof Amsterdam, 05-08-2025, 24/3451

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 05-08-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 24/3451
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

In hoger beroep is in geschil de proceskostenvergoeding voor de bezwaar- en beroepsfase.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 24/3451

5 augustus 2025

uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach)

tegen de uitspraak van 31 juli 2024 in de zaak met kenmerk HAA 23/2157 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Alkmaar, de heffingsambtenaar.

1. Ontstaan en loop van het geding

De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 30 november 2022 aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 88,80 bestaande uit naheffingskosten van € 65,30 en parkeerbelasting van € 23,50. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft de verschuldigde parkeerbelasting verminderd tot een bedrag van € 2,96.

Belanghebbende heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 31 juli 2024 het volgende beslist (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’ en de heffingsambtenaar als ‘verweerder’):

“Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover die ziet op de kostenvergoeding en handhaaft deze voor het overige;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 531, en

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiseres te vergoeden.”

Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 26 augustus 2024. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 juli 2025. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Het proces-verbaal van de zitting is aan deze uitspraak gehecht.

2. Feiten

De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld:

“Feiten

1. Op 25 oktober 2022 omstreeks 15:10 uur, constateerde een parkeercontroleur van de gemeente Alkmaar dat de auto van eiseres, merk [merknaam] , met kenteken [kenteken] (hierna: de auto), in de [a-straat] te Alkmaar geparkeerd stond. Bij controle stelde de parkeercontroleur vast dat geen parkeerbelasting voor het parkeren van de auto was voldaan. De parkeercontroleur heeft vervolgens aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.

2. In de uitspraak op bezwaar staat onder meer het volgende vermeld:

“Naar aanleiding van uw bezwaar wordt het dagtarief verlaagd naar een uurtarief van € 2,96. Aangezien u de verschuldigde parkeerbelasting niet heeft voldaan, worden de naheffingskosten gehandhaafd.”

Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn betwist zal ook het Hof daarvan uitgaan. Het Hof vult de feiten als volgt aan.

In de Verordening parkeerbelastingen Alkmaar 2022 (hierna: de Verordening) is het volgende vermeld:

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:

1. Een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

(…)

Artikel 3 Belastingplicht

1. De belasting bedoel in artikel 2, onderdeel 1, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

(…)

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel (zie bijlage I).

In de Tarieventabel 2022, behorende bij de Verordening (hierna: de Tarieventabel) is het volgende vermeld:

“1. Tarieven voor het parkeren bij parkeerapparatuur 2022

(…)

Het tarief voor een algemene parkeerkaart, geldig op alle

parkeerplaatsen bij parkeerapparatuur in de stad, met uitzondering

van kort-parkeerplaatsen, bedraagt:

a. per dag € 23,50

(…)”

3. Geschil in hoger beroep

In hoger beroep is in geschil de proceskostenvergoeding voor de bezwaar- en beroepsfase.

4. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft als volgt overwogen en beslist:

“Beoordeling van het geschil

6. Op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) worden de kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van zijn bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

7. In de uitspraak op bezwaar staat vermeld dat het dagtarief naar aanleiding van het bezwaar van eiseres wordt verlaagd naar een uurtarief. Verweerder heeft verklaard dat aan de hand van gewijzigde jurisprudentie is geoordeeld dat het bestreden besluit niet disproportioneel is, maar dat de bezwaarafhandelaar uit coulance heeft besloten de naheffingsaanslag te verminderen naar een uurtarief in plaats van het dagtarief. Verweerder heeft dit standpunt echter niet nader toegelicht en geen stukken ingediend die de gestelde toegepaste coulance kunnen onderbouwen of verklaren. Bovendien hoeft een vermindering uit coulance niet in de weg te staan aan een proceskostenveroordeling. Indien onverplicht en bij wege van coulance is tegemoetgekomen, levert dat namelijk in beginsel niet een bijzondere omstandigheid op, op grond waarvan een proceskostenveroordeling achterwege moet blijven (zie punt 4.11 van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 16 april 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BM4411, en de daarin aangehaalde jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep).

8. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder het bezwaar van eiseres ten onrechte niet gegrond heeft verklaard en in de bezwaarfase ten onrechte geen vergoeding aan eiseres heeft verleend voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank stelt conform het Besluit proceskosten bestuursrecht de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de bezwaarfase vast op € 312 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen bij de hoorzitting, met een waarde per punt van € 624 en een wegingsfactor 0.25). De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de gemachtigde van eiseres een door hem al jaren gebruikt standaardbezwaarschrift heeft ingediend. De rechtbank acht daarom niet aannemelijk dat de gemachtigde werkzaamheden heeft verricht die de kwalificatie “zeer licht” te boven gaan.

9. Om voormelde reden is het beroep gegrond en wordt verweerder ook veroordeeld in de proceskosten voor de beroepsfase. De rechtbank stelt conform het Besluit proceskosten bestuursrecht die kosten, voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, vast op € 219 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en een wegingsfactor 0,25). De rechtbank ziet aanleiding voor het toepassen van een lagere wegingsfactor nu het geschil enkel ziet op proceskostenvergoeding in de bezwaarfase.

10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht dient te vergoeden. Het door eiseres betaalde griffierecht bedraagt € 50.

Misbruik van procesrecht

11. Verweerder stelt dat de gemachtigde van eiseres zijn procesrecht misbruikt omdat hij in alle bezwaarschriften die verweerder van hem ontvangt, stelt dat de naheffingsaanslag niet op het voertuig is aangetroffen. In andere procedures die door dezelfde gemachtigde namens andere belanghebbenden zijn gevoerd, is voor verweerder echter vast komen te staan dat de gemachtigde van eiseres dit ten onrechte heeft gesteld. Daarbij heeft verweerder ook verklaard dat het bezwaar van eiseres daarom eigenlijk niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. De rechtbank volgt verweerder hierin niet. Verweerder heeft bij de beoordeling van het bezwaar van eiseres zelf de beslissing genomen het bezwaar ontvankelijk te verklaren. Hetgeen volgens verweerder in andere procedures speelt of heeft gespeeld, is geen aanleiding om vast te stellen dat in de onderhavige procedure sprake zou zijn van misbruik van procesrecht.”

5. Beoordeling van het geschil

Belanghebbende voert aan dat door de rechtbank een te lage proceskostenvergoeding is toegekend. Ten eerste omdat de rechtbank vergeten zou zijn om een punt toe te kennen voor de hoorzitting in de bezwaarfase en ten tweede omdat zij een te lage wegingsfactor 0,25 (‘zeer licht’) zou hebben gehanteerd. De heffingsambtenaar schaart zich achter de uitspraak van de rechtbank. Het Hof oordeelt als volgt.

De eerste grief faalt. Uit r.o. 8 van de uitspraak rechtbank volgt dat de rechtbank, anders dan belanghebbende kennelijk meent, 2 punten voor de bezwaarfase heeft toegekend; 1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor de hoorzitting.

Ook de tweede grief faalt. Aan dit oordeel ligt ten grondslag dat ook het Hof de bewerkelijkheid en complexiteit van zowel het bezwaar als het beroep als ‘zeer gering’ waardeert. De werkbelasting voor de gemachtigde kon daarom zeer beperkt zijn.

Het Hof vindt daarvoor, wat betreft de bezwaarfase, ook steun in hetgeen daaromtrent door de heffingsambtenaar in zijn hoger beroepschrift geloofwaardig is aangevoerd:

In onderhavige zaak heeft er een telefoongesprek plaatsgevonden als hoorzitting waarin gemachtigde stelde (…)

Het telefonisch horen vond plaats voor 13 bezwaren en heeft totaal niet langer geduurd dan tien minuten. Onderhavige hoorzitting (11de op de lijst) heeft maximaal een halve minuut geduurd. (…). Na de hoorzitting is een email ontvangen met twee foto’s van bebording op een straat die in onderhavige zaak niet ter discussie stond (…)

Slotsom

De slotsom is dat het hoger beroep van belanghebbende geen doel treft en dat de uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

6. Kosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling.

7. Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is gedaan door mrs. C.J. Hummel, voorzitter, B.A. van Brummelen en R.C.H.M. Lips, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H.E. Breman als griffier. De beslissing is op 5 augustus 2025 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Toelichting rechtsmiddelverwijzing

Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.

Digitaal procederen

Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.

Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.

Per post procederen

Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?