ECLI:NL:GHAMS:2025:3279

ECLI:NL:GHAMS:2025:3279, Gerechtshof Amsterdam, 07-08-2025, 24/3398

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 07-08-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 24/3398
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Proceskostenvergoeding.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 24/3398

7 augustus 2025

uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema)

tegen de uitspraak van 25 juni 2024 in de zaak met kenmerk AMS 24/981 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.

1. Ontstaan en loop van het geding

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 78,74 bestaande uit naheffingskosten van € 72,90 en parkeerbelasting van € 5,84. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 25 juni 2024 het volgende beslist (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’):

“Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 747,50;

- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres te

vergoeden.”

Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 30 juli 2024. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

Aangezien geen van de partijen heeft aangegeven een zitting te wensen, heeft het Hof 29 juli 2025 het onderzoek gesloten.

2. Feiten

Het Hof merkt de volgende overweging van de rechtbank aan als feit:

“Feiten

1. Omdat de heffingsambtenaar met de brief van 11 juni 2024 de naheffingsaanslag heeft vernietigd, kan de procedure niet meer tot een voor eiseres gunstiger resultaat leiden. (…)”

Aangezien de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn betwist zal ook het Hof daarvan uitgaan.

3. Geschil in hoger beroep

In geschil is of de rechtbank bij de veroordeling in de proceskosten ten onrechte geen procespunt heeft toegekend voor de zitting, hetgeen belanghebbende bepleit en de heffingsambtenaar betwist. In hoger beroep is tevens aan de orde of de rechtbank van een onjuist tarief is uitgegaan bij het bepalen van de kostenvergoeding voor de bezwaarfase.

4. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft als volgt overwogen en beslist:

“2. Omdat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft vernietigd na het instellen van beroep, is de heffingsambtenaar gehouden het griffierecht van € 51,- aan eiseres te vergoeden. De heffingsambtenaar is ook gehouden de proceskosten van eiseres te vergoeden. De rechtbank stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 747,50 (1 punt voor het indienen van een bezwaarschrift en 1 punt voor de hoorzitting met een waarde per punt van € 310,- en een wegingsfactor 0,5, en daarnaast 1 punt voor het indienen van een beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5). Gelet op de jurisprudentie van de gerechtshoven [voetnoot 1: Zie bijvoorbeeld Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 11 november 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:3315] kan voor parkeerbelastingen in principe worden uitgegaan van een wegingsfactor licht (0,5). Van bijzondere omstandigheden die nopen tot een afwijking van dit uitgangspunt is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank ziet verder geen aanleiding om een punt toe te kennen voor het verschijnen ter zitting omdat al vóór de zitting duidelijk was dat de naheffingsaanslag was vernietigd.”

5. Beoordeling van het geschil

Standpunten partijen

Belanghebbende stelt dat de rechtbank een fout tarief heeft toegepast bij de toekenning van de kostenvergoeding voor de bezwaarfase. Tevens heeft de rechtbank ten onrechte geen procespunt toegekend voor de zitting. Belanghebbende voert hiertoe aan dat pas na de uitnodiging voor de zitting de naheffingsaanslag parkeerbelasting door de heffingsambtenaar is ingetrokken.

De heffingsambtenaar onderschrijft de grief van belanghebbende dat de rechtbank een fout tarief heeft toegepast bij het bepalen van de kostenvergoeding voor de bezwaarfase. Anders dan belanghebbende meent de heffingsambtenaar dat geen procespunt voor de zitting moet worden toegekend.

Oordeel Hof

Het Hof concludeert met partijen dat, gegeven het na de uitspraak van de rechtbank verschenen arrest HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060, de kostenvergoeding voor bezwaar is bepaald naar een onjuist tarief. In dat arrest heeft de Hoge Raad namelijk geoordeeld dat bij toekenning van een kostenvergoeding punt 1 van onderdeel B2 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit) buiten toepassing moet blijven. Als gevolg daarvan moet een vergoeding voor de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de bezwaarfase worden berekend op basis van het in punt 2 van dat onderdeel vermelde bedrag, zoals dat luidt met ingang van 2025. Het hoger beroep slaagt in zoverre; het Hof kent voor de bezwaarfase een kostenvergoeding toe als vermeld in onderdeel 6 van deze uitspraak.

De rechtbank heeft voor de beroepsfase, volgens belanghebbende ten onrechte, geen procespunt toegekend voor de zitting, aangezien belanghebbende wel voor een zitting is uitgenodigd en daar ook is verschenen. Het Hof overweegt als volgt. Het staat de rechter vrij om met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht in het geheel geen proceskostenvergoeding toe te kennen indien het inroepen van beroepsmatige rechtsbijstand in de omstandigheden van het geval niet redelijk is (vgl. HR 11 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1127). De rechtbank vond het verschijnen ter zitting in dit geval kennelijk niet redelijk. Het Hof volgt de rechtbank daarin. Redengevend daartoe acht het Hof dat blijkens de gedingstukken de heffingsambtenaar reeds bij brief van 11 juni 2024 de vernietiging van de naheffingsaanslag had aangekondigd en tevens had meegedeeld dat belanghebbende recht heeft op een proceskostenvergoeding. Het was nog slechts aan de rechtbank om dit te bevestigen, na intrekking van het beroep. Er was daarom geen reden meer voor de gemachtigde om namens belanghebbende ter zitting van de rechtbank te verschijnen; het kon de belanghebbende immers niet in een betere positie brengen. Daarvan uitgaande kon de rechtbank oordelen dat, mede gelet op het geringe financiële belang van de zaak, geen aanleiding was voor toekenning van een procespunt voor de zitting bij de rechtbank.

Slotsom

Hetgeen hiervoor in 5.3 is overwogen leidt ertoe dat het hoger beroep gegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank niet in stand kan blijven ten aanzien van de kostenvergoeding voor de bezwaarfase.

6. Kosten

Het Hof vindt aanleiding de heffingsambtenaar te veroordelen in de (proces)kosten van belanghebbende in bezwaar en hoger beroep op de voet van artikel 8:75 van de Awb in verbinding met artikel 8:108 van die wet. De voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn opgenomen in artikel 1 van het Besluit. Voor het onderhavige geval zijn dat de in onderdeel a vermelde kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in bezwaar en hoger beroep. Ingevolge artikel 2, lid 1, aanhef en onderdeel a, van het Besluit, stelt het Hof het bedrag van deze kosten overeenkomstig het in de bijlage bij het Besluit opgenomen tarief vast op € 873,75 = (2 punten [bezwaarschrift en hoorzitting] x € 647 per punt x 0,5 [wegingsfactor] + 1 punt [beroepschrift Hof] x € 907 per punt) x 0,25 [wegingsfactor]. Voor de gehanteerde wegingsfactor in de hogerberoepsfase is redengevend dat het Hof de bewerkelijkheid en complexiteit van het hoger beroep als zeer gering waardeert; de werkbelasting voor de gemachtigde kon daarom zeer beperkt zijn.

7. Beslissing

Het Hof:

De uitspraak is gedaan door mrs. R.C.H.M. Lips, voorzitter, C.J. Hummel en B.A. van Brummelen, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H.E. Breman als griffier. De beslissing is op 7 augustus 2025 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Toelichting rechtsmiddelverwijzing

Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.

Digitaal procederen

Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.

Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.

Per post procederen

Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?