De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 19 juli 2024 te verschijnen ter terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Amsterdam . De dagvaarding is de verdachte op 13 juni 2024 in persoon betekend.
De verdachte is op 17 juni 2024 bij verstek veroordeeld.
Gelet op het bepaalde in artikel 408 lid 1 onder a van het Wetboek van Strafvordering, had de verdachte binnen 14 dagen na 19 juli 2024 hoger beroep moeten instellen. De termijn voor het instellen voor het hoger beroep eindigde aldus op 2 augustus 2024. Volgens de ‘akte instellen hoger beroep’ in het dossier, heeft de verdachte op 14 november 2024, hoger beroep ingesteld op de griffie van de rechtbank.
Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld en niet van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden is gebleken die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, zal de verdachte daarin niet ontvankelijk worden verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.