Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 november 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij op of omstreeks 9 oktober 2022, te Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer, heeft gehandeld in strijd met (een) bij Regeling natuurbescherming aangewezen voorschrift(en) van (een) EU-verordening(en) te weten artikel 4, lid 1 en/of 2 van de Basisverordening (EG) nr. 338/97 door, al dan niet opzettelijk, specimen van de in bijlage B bij deze verordening genoemde soorten, te weten;
twee (2), doosjes met in ieder doosje vijftien (15) zetpillen met als ingrediënt Berengas poeder, Latijnse benaming Ursidae spp., familie Ursidae, orde Carnivora,
in de Gemeenschap binnen te brengen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere kwalificatie komt dan de
economische politierechter, de ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebrachte standpunten van partijen bespreekt en de bewijsmiddelen uitwerkt.
Standpunten van partijen
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het impliciet subsidiair tenlastegelegde, de overtredingsvariant, kan worden bewezen en dat vrijspraak dient te volgen van opzettelijk handelen. Uit de formulering van de tenlastelegging volgt dat het verweten opzet mede ziet op het tenlastegelegde specimen van de in bijlage B genoemde soort, in dit geval berengal. De verdachte heeft verklaard dat zij de medicijnen niet goed heeft bekeken en dat zij niet wist dat dit ingrediënt in de pillen zat. De enkele omstandigheid dat op de achterkant van de verpakking in kleine Chinese tekens de tekst ‘berengal’ stond, vindt de advocaat-generaal onvoldoende om het opzet van de verdachte op te baseren.
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat hooguit de overtredingsvariant kan worden bewezen. De verdachte was zich er niet van bewust dat het ingrediënt berengal in de pillen zat die zij bij zich droeg, omdat zij niet op de achterkant van de verpakking had gekeken. Zij wist overigens ook niet dat het verboden was dit ingrediënt in Nederland binnen te brengen.
Bewijsoverweging
Het hof overweegt het volgende.
Toepasselijke regelgeving
Overtreding van het bepaalde in artikel 3.37, eerste lid, van de Wet natuurbescherming juncto artikel 3.14 van de Regeling natuurbescherming (beide vervallen per 1 januari 2024) is thans strafbaar gesteld in artikel 4.3, tweede lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet en artikel 11.93 van het Besluit activiteiten leefomgeving, juncto artikel 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten (WED).
De Omgevingswet bevat, voor zover hier van belang, geen overgangsrecht. Nu de Omgevingswet dezelfde gedragingen strafbaar stelt als de Wet natuurbescherming en ook de daarmee corresponderende strafbedreiging niet gewijzigd is in gunstiger zin voor de verdachte, dient het tenlastegelegde te worden beoordeeld aan de hand van het ten tijde van het delict geldende recht.
Feiten en omstandigheden
Het hof stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 9 oktober 2022 om of omstreeks 07.40 uur zijn bij een douanecontrole op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, de volgende goederen aangetroffen in de ruimbagage van de verdachte: 2 doosjes met in ieder doosje 15 stuks zetpillen, met als vermeld ingrediënt: berengalpoeder.
De verdachte was met haar bagage per vliegtuig vanuit China op Schiphol aangekomen. De
aangetroffen goederen zijn door een deskundige verbalisant gedetermineerd, die vaststelde dat op de
doosjes een ingrediëntenlijst met Chinese karakters stond. Op de verpakkingen stond onder meer het ingrediënt ‘xiong dan’ – vertaling: ‘gal der grote beren’ – vermeld. De Nederlandse naam is berengal(poeder), Latijnse benaming Ursidae spp., familie Ursidae, orde Carnivora, zoals genoemd in Bijlage B van de Basisverordening (EG) 338/97 (hierna: CITES-basisverordening). De verdachte heeft verklaard dat zij op 9 oktober 2022 de pillen mee naar Nederland heeft genomen. Volgens de verdachte waren deze pillen haar voorgeschreven door een arts in China ter behandeling van aambeien. Zij beschikte niet over een vergunning om deze goederen in te voeren. Zij vertrouwde erop dat de door de arts voorgeschreven medicatie niet verboden was. Zij wist ook niet dat er een product van een bedreigde diersoort in de medicijnen zat. Zij was alleen uit op een behandeling voor haar aandoening en wilde de wet niet overtreden. De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep bevestigd dat de verdachte in China is opgegroeid en de Chinese taal beheerst.
Beoordeling van het hof
Economisch delict
Bewezen kan worden dat de verdachte op 9 oktober 2022 op de luchthaven van Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, 2 doosjes met in ieder doosje 15 zetpillen met als ingrediënt berengalpoeder de Gemeenschap heeft binnengebracht. De beer is een beschermd dier blijkens bijlage B van de CITES-basisverordening. Een specimen van beer mag slechts met een invoervergunning Nederland worden binnengebracht. De verdachte heeft verklaard dat zij niet over een vergunning beschikte om deze goederen in te voeren. Het was ingevolge artikel 3.37, eerste lid, van de Wet natuurbescherming jo. artikel 3.14, aanhef, onder a van de Regeling natuurbescherming verboden in strijd te handelen met artikel 4, tweede lid, eerste volzin, van de CITES-basisverordening. Een overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens artikel 3.37, eerste lid, van de Wet natuurbescherming leverde een economisch delict op ingevolge artikel 1a, aanhef, onder 1̊ WED.
Uit het voorgaande volgt dat de verdachte – door zonder vergunning specimen van in bijlage B bij de CITES-basisverordening genoemde soorten, namelijk goederen waarvan op grond van de verpakking en het etiket moet worden aangenomen dat zij delen of produkten van beer bevatten, Nederland binnen te brengen – een economisch delict heeft begaan. Dit wordt door de verdediging ook niet betwist.
Opzet
De vraag is of de verdachte opzettelijk heeft gehandeld en daarmee een misdrijf heeft gepleegd, of dat zij onopzettelijk een overtreding heeft begaan.
In de onderhavige zaak houdt de tenlastelegging in dat de verdachte “(…) opzettelijk, specimen van de in bijlage B bij deze verordening genoemde soorten, te weten; twee (2), doosjes met in ieder doosje (15) zetpillen met als ingrediënt Berengas [het hof begrijpt: berengal] poeder, Latijnse benaming Ursidae spp. (…)” in de Gemeenschap heeft binnengebracht. In deze formulering van het verwijt ligt besloten dat het opzet zich mede uitstrekt tot de tenlastegelegde specimen van de in bijlage B genoemde soort (beren, Latijnse benaming Ursidae spp.).
Anders dan de advocaat-generaal en de raadsvrouw hebben betoogd, volgt naar het oordeel van het hof uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting dat de verdachte wist dat het betreffende medicijn ‘beren’ bevatte. Het hof gaat ervan uit dat de verdachte, die de zetpillen gebruikte tegen haar aambeien, de verpakking ervan voorafgaand aan 9 oktober 2022 zal hebben gezien en tevens bekend was (of bekend had kunnen zijn) met het feit dat de zetpillen het ingrediënt ‘berengalpoeder’ bevatte. Dit ingrediënt stond in Chinese tekens op de verpakking vermeld en de verdachte, die in China is opgegroeid, beheerste de Chinese taal. In de door de advocaat-generaal ter terechtzitting aangehaalde zaak ECLI:GHAMS:2025:1781 stond op de verpakking van het binnen de Gemeenschap gebrachte product het woord ‘salep’ als ingrediënt vermeld. In die zaak kon niet worden vastgesteld dat de betrokken passagier daarmee ook (voorwaardelijk) opzet had op de omstandigheid dat ‘salep’ een term is die wijst op de beschermde plant in die kwestie (orchidee). In deze zaak staat het beschermde dier (beer) wel kenbaar vermeld als ingrediënt op de verpakking van het product. Het verweer van de raadsvrouw dat de verdachte niet wist dat ‘beer’ een ingrediënt was van het door haar de Gemeenschap binnengebrachte medicijn, slaagt niet omdat de verdachte verantwoordelijk is voor de invoer van producten waarvan zij de samenstelling kent of behoort te kennen, door in elk geval de ingrediëntenlijst te lezen.
Het hof acht dus bewezen dat de verdachte met (voorwaardelijk) opzet heeft gehandeld.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij op 9 oktober 2022, te Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer, heeft gehandeld in strijd met een bij Regeling natuurbescherming aangewezen voorschrift van een EU-verordening te weten artikel 4 lid 2 van de Basisverordening (EG) nr. 338/97 door opzettelijk specimen van de in bijlage B bij deze verordening genoemde soorten, te weten;
twee (2) doosjes met in ieder doosje vijftien (15) zetpillen met als ingrediënt Berengal poeder, Latijnse benaming Ursidae spp., familie Ursidae, orde Carnivora,
in de Gemeenschap binnen te brengen.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.37, eerste lid, van de Wet natuurbescherming.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 100,00 subsidiair 2 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte, voor de overtredingsvariant van het tenlastegelegde feit, zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadsvrouw heeft verzocht, voor de overtredingsvariant van het tenlastegelegde feit, toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) dan wel te volstaan met oplegging van een voorwaardelijke straf. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat de verdachte momenteel een traineeship volgt in China, maar in Nederland heeft gestudeerd en na dit traineeship wil terugkeren naar Nederland of een ander land in de Europese Unie. De verdachte heeft geen Justitiële Documentatie en voorkomen dient te worden dat de strafoplegging in deze zaak haar toekomstplannen kan belemmeren.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het
hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het binnen het grondgebied van de Europese Unie brengen van een hoeveelheid berengalpoeder, een product van een beschermde diersoort. Dergelijk handelen met betrekking tot bedreigde diersoorten is door middel van verdragen en wetgeving gereglementeerd met het oog op de bescherming van deze dieren en een zorgvuldig faunabeheer in het algemeen. Naleving van deze verdragen en wetten is ten behoeve van deze bescherming noodzakelijk. De ogenschijnlijk beperkte hoeveelheden van een de Gemeenschap binnengebracht dier of plant vormen tezamen een grote hoeveelheid. Tegen deze achtergrond is het van belang dat de CITES-basisverordening geen tandeloze tijger wordt; handelen in strijd met de CITES-basisverordening dient reële consequenties te hebben voor de persoon die zich er niet aan houdt, zodat niet kan worden volstaan met de toepassing van artikel 9a Sr. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals door de raadsvrouw naar voren gebracht, leiden niet tot een andere conclusie.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 17 november 2025 is zij niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.
Redelijke termijn
Het hof stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) in hoger beroep is overschreden, omdat het hoger beroep namens de verdachte op 29 juni 2023 is ingesteld, terwijl het hof eerst thans arrest wijst. Dit betekent dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden met ruim 5 maanden. Nu enkel een geldboete ter hoogte van € 100,00 zal worden opgelegd, volstaat het hof met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 6, eerste lid, EVRM.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24 en 24c Sr, de artikelen 1, 2 en 6 WED, artikel 3.37 van de Wet natuurbescherming, artikel 3.14 van de Regeling natuurbescherming en artikel 4 en bijlage B
van de CITES-basisverordening.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 2 november 2022 onder CJIB nummer [nummer] .
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 100,00 (honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 december 2025.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]