Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 februari 2024 en 26 november 2025.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van het namens de verdachte ingestelde hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Nu namens de verdachte voorafgaand aan de terechtzitting te kennen is gegeven dat hij het hoger beroep niet wil handhaven, moet hij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal het hof, nu ook niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het namens de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 november 2025.
De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.