ECLI:NL:GHAMS:2025:3389

ECLI:NL:GHAMS:2025:3389, Gerechtshof Amsterdam, 09-12-2025, 200.359.074/02

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 09-12-2025
Datum publicatie 18-12-2025
Zaaknummer 200.359.074/02
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

verzoek tot schorsing uitvoerbaar bij voorraadverklaring vervangende toestemming inschrijving school afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

zaaknummer gerechtshof: 200.359.074/02

zaaknummer rechtbank: C/13/768071 / FA RK 25-2938

beschikking van de meervoudige kamer van 9 december 2025 op het verzoek tot schorsing

in de zaak van

[de vader] ,

wonende in [plaats A] ,

verzoeker in hoger beroep,

verzoeker in het incident tot schorsing,

hierna: de vader,

advocaat: mr. I. van Meeteren te 's-Hertogenbosch,

en

[de moeder] ,

wonende in [plaats B] ,

verweerster in hoger beroep,

verweerster in het incident tot schorsing,

hierna: de moeder,

advocaat: mr. A. de Visser te Amsterdam.

belanghebbende is:[minderjarige ] , geboren te [plaats B] [in] 2022, hierna: [minderjarige ] .

1. De zaak in het kort

Voor de procedure in eerste aanleg verwijst het hof naar de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 29 juli 2025 (hierna: de bestreden beschikking).

In dit incident verzoekt de man, zolang nog niet op het hoger beroep is beslist, de werking van de bestreden beschikking te schorsen.

2. Het verloop van de procedure

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

het beroepschrift met verzoek tot schorsing en bijlagen, binnengekomen bij het hof op 11 september 2025;

het verweerschrift in het schorsingsverzoek met bijlagen, binnengekomen bij het hof op 8 oktober 2025.

3. Het geschil

Op 29 juli 2025 heeft de rechtbank Amsterdam een beschikking afgegeven, waarbij:

de hoofdverblijfplaats van [minderjarige ] bij moeder is bepaald;

aan de moeder vervangende toestemming is verleend om [minderjarige ] in te schrijven op basisschool de [basisschool] ;

een zorgregeling tussen de vader en [minderjarige ] is bepaald;

de beschikking op deze onderdelen uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.

De vader verzoekt de schorsing van de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring.

De moeder voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van het verzoek van de man.

4. Beoordeling

Wettelijk kader

De bestreden beschikking van de rechtbank Amsterdam is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat partijen zijn gehouden uitvoering te geven aan de beschikking, ondanks het feit dat de man hoger beroep tegen deze beschikking heeft ingesteld. Het hof kan op grond van de wet – als uitzondering – toch beslissen dat de beschikking nog niet mag worden uitgevoerd zolang het hoger beroep loopt. De Hoge Raad heeft daarvoor maatstaven uiteengezet.

Deze maatstaven komen kort gezegd erop neer dat het hof de belangen van beide partijen en de minderjarige bij het al dan niet direct uitvoeren van de beschikking tegen elkaar moet afwegen. Het hof gaat daarbij uit van de juistheid van de overwegingen en beslissingen in de beschikking van de rechtbank. De kans van slagen van het hoger beroep blijft hierbij in beginsel buiten beschouwing. Als blijkt dat de beslissing van de rechtbank op een kennelijke misslag berust, kan het hof daaraan wel gevolgen voor de uitvoerbaarheid verbinden. Dit alles leidt in deze zaak tot de volgende beoordeling.

Inhoudelijk

De vader legt aan zijn verzoek tot schorsing van de bestreden beschikking ten grondslag dat hij een groter belang heeft bij schorsing dan de moeder bij handhaving van de huidige situatie. De vader vreest namelijk dat als de werking van de bestreden beschikking niet wordt geschorst, hij voor een voldongen feit wordt geplaatst. Volgens de vader wordt het vrijwel onmogelijk om een wijziging van school naar [plaats A] te realiseren als [minderjarige ] eenmaal is ingeschreven en ingeburgerd op een school in [plaats B] , ook als in hoger beroep anders zou worden beslist.

De moeder voert verweer, dat in het onderstaande voor zover nodig nader aan de orde komt.

Het hof stelt voorop dat de vader met name heeft gemotiveerd waarom de beslissing ten aanzien van de vervangende toestemming inschrijving school geschorst dient te worden. Het hof zal daarom de verzoeken om de beslissingen ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en zorgregeling te schorsen afwijzen, omdat de vader onvoldoende heeft onderbouwd waarom deze beslissingen geschorst dienen te worden en wat daarvan de gevolgen zouden moeten zijn hangende het hoger beroep.

Uit hetgeen de vader heeft gesteld, begrijpt het hof dat de vader wil voorkomen dat [minderjarige ] naar een basisschool in [plaats B] gaat als hij [in] 2026 vier jaar oud wordt. De vader vreest dat hij vervolgens met een onomkeerbare situatie wordt geconfronteerd. Het verzoek tot schorsing dat de vader heeft gedaan ziet echter op de inschrijving bij de basisschool. Het hof vraagt zich af wat de consequentie zal zijn als het verzoek om schorsing wordt toegewezen. De inschrijving van [minderjarige ] op de [basisschool] heeft immers al plaatsgevonden op 18 augustus 2025 en daarmee is de beslissing van de rechtbank op dit onderdeel reeds uitgevoerd. Indien het verzoek tot schorsing van de beslissing tot gevolg zou moeten hebben dat [minderjarige ] gedurende de behandeling van het hoger beroep uitgeschreven wordt, vindt het hof dit niet in het belang van [minderjarige ] . Dit zou het risico met zich meebrengen dat [minderjarige ] , doordat hij niet op een basisschool staat ingeschreven, bij het bereiken van de vierjarige leeftijd geen onderwijsplek heeft en daardoor geen onderwijs kan volgen terwijl dat in beginsel in zijn belang is.

Daarbij komt dat de behandeling in de hoofdzaak al gepland staat op 17 december 2025. De beschikking in de hoofdzaak zal hoogstwaarschijnlijk rond de vierde verjaardag van [minderjarige ] verwacht worden. Dit betekent dat [minderjarige ] rond de tijd waarop de uitspraak kan worden verwacht nog niet op school zit of net wel. Naar het oordeel van het hof kan daarmee nog geen sprake zijn van worteling. Het hof is daarom van oordeel dat het in het belang van [minderjarige ] is dat de situatie blijft, zoals die nu is totdat in de hoofzaak wordt beslist, waarbij [minderjarige ] staat ingeschreven en vanaf zijn vierde naar de [basisschool] kan gaan.

5. Beslissing

Het hof:

in het incident:

wijst het verzoek van de vader om de werking van de bestreden beschikking te schorsen af.

Deze beschikking is gegeven door mr. T.M. Subelack, mr. H.A. van den Berg en mr. M.C. Schenkeveld, bijgestaan door mr. L. de Goei als griffier en is op 9 december 2025 uitgesproken in het openbaar door de oudste raadsheer in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L. de Goei

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?