GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling civielrecht recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.350.605/01
zaaknummer rechtbank: C/13/734554 / FA RK 23-3589 (EP/HH)
beschikking van de meervoudige kamer van 16 december 2025 in de zaak van
[de vader] ,
en
[moeder 1] ,
beiden wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,
verzoekers in hoger beroep,
hierna respectievelijk: de vader en [moeder 1] , en gezamenlijk ook: verzoekers,
advocaat: mr. D.J.I. Kroezen te Amsterdam,
en
[moeder 2] ,
wonende te [plaats B] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna: [moeder 2] ,
advocaat: mr. N. Groen te Den Haag.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbende aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ).
Het hof heeft als informant aangemerkt:
- de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio [plaats B] .
In de procedure heeft een adviserende taak:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Den Haag, locatie [plaats B] .
1. Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
Het hof heeft in deze zaak op 19 augustus 2025 een beschikking gegeven (hierna: de tussenbeschikking), waarin de beslissing omtrent het verzoek van de vader tot het verlenen van vervangende toestemming tot inschrijving van [minderjarige] in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) is aangehouden. Het hof heeft de vader in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over hetgeen het hof heeft overwogen onder rechtsoverweging 5.11.1 tot en met 5.11.3 van de tussenbeschikking. [moeder 2] heeft de mogelijkheid gekregen om daarna te reageren.
In dezelfde beschikking heeft het hof op een aantal punten een eindbeslissing gegeven. Het hof heeft verzoekers niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep voor zover dit ziet op het
verzoek van de vader tot het alsnog verlenen van vervangende toestemming voor de aanvraag
en afgifte van een identiteitskaart en/of paspoort op naam van [minderjarige] . Verder heeft het hof het verzoek van verzoekers tot benoeming van een bijzondere curator afgewezen. Voor het overige heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd, te weten ten aanzien van de zorgregeling, de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] en de afwijzing van de verzoeken tot het verlenen van vervangende toestemming voor het wijzigen van de huis- en tandarts en school van [minderjarige] .
Voor het procesverloop tot aan de daaraan voorafgaande zitting op 7 mei 2025 wordt naar de tussenbeschikking verwezen.
Daarna heeft het hof het volgende stuk ontvangen:
- een bericht van de vader van 16 september 2025.
2. De verdere beoordeling
De vader heeft bij zijn brief van 16 september 2025 te kennen gegeven dat hij het verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming voor inschrijving in de BRP intrekt. Hij heeft meegedeeld dat hij [minderjarige] inmiddels bij zijn gemeente heeft ingeschreven, waardoor hij geen belang meer heeft bij het verzoek.
Het hof heeft [moeder 2] in de gelegenheid gesteld om te reageren op de brief van 16 september 2025, maar zij heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Uit het voorgaande maakt het hof op dat de vader de gronden van het verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming voor inschrijving van [minderjarige] in de BRP niet handhaaft, zodat de door hem op dit punt aangevoerde grief geen bespreking meer behoeft. Het hof zal om die reden de vader niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dat ziet op de verzochte vervangende toestemming voor inschrijving van [minderjarige] in de BRP. Dat betekent dat het hof niet meer toekomt aan het nemen van een eindbeslissing op dat verzoek.
3. De beslissing
Het hof:
verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beschikking van 31 oktober 2024, voor zover dit ziet op zijn verzoek om hem vervangende toestemming te verlenen voor inschrijving van [minderjarige] in de BRP.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Schenkeveld, mr. A.V.T. de Bie en mr. M.C. Braak, in tegenwoordigheid van de griffier en is op 16 december 2025 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.