Fout in dictum inzake de eerder opgelegde strafbeschikking
Door een fout is in voormeld arrest abusievelijk niet in het dictum opgenomen dat met de vernietiging van het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 17 januari 2024 de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van 21 juli 2021 onder CJIB nummer [nummer] eveneens wordt vernietigd.
Het hof is van oordeel dat, gelet op de mogelijke gevolgen van deze misslag voor de executie, zijn eerder gedane uitspraak hersteld dient te worden door verbetering van het dictum. Het betreft een evidente vergissing, die zich leent voor eenvoudig herstel.
Beslissing
Het hof:
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van 21 juli 2021 onder CJIB nummer [nummer] .
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest tot herstel van het op 2 oktober 2025 gewezen arrest is gewezen door mr. A.W.T. Klappe, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 oktober 2025.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.