Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis van de politierechter en zal dit daarom bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de beslissing op het beslag nader zal motiveren.
Oplegging van straf
De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechtbank is opgelegd.
De raadsvrouw heeft bepleit om aan de verdachte geen hogere gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die hij al in voorarrest heeft gezeten.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gevonden aan een inbraak op een bouwterrein, waarbij een grote hoeveelheid gereedschap uit diverse containers is weggenomen. Duidelijk is dat verschillende aannemers veel schade hebben geleden en dat de verdachte en zijn mededaders enkel oog hadden voor financieel gewin en andersmans eigendom niet respecteerden. Gelet op het planmatig handelen en de omvang van de schade, kan niet worden volstaan met een andere dan een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Het hof heeft ook rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit de terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte inmiddels met zijn gezin woonachtig is in Duitsland, dat hij daar een baan heeft in de bouw en de kostwinner is voor zijn vrouw en hun vier kinderen. Daarnaast is hij in Nederland een first offender.
Gelet op voornoemde omstandigheden en het tijdsverloop is het hof van oordeel dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Om herhaling te voorkomen zal het hof een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk op legen.
Het hof acht, alles afwegende, een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.
Aanvullende motivering ten aanzien van het beslag
Ter gelegenheid van het onderzoek ter zake van een op de verdachte rustende verdenking zijn een aantal goederen inbeslaggenomen. Op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld aan wie deze toebehoren en het dossier bevat geen informatie op basis waarvan kan worden geoordeeld dat deze voorwerpen voor verbeurdverklaring vatbaar zijn, zodat de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van deze inbeslaggenomen goederen wordt gelast.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 80 (tachtig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 30 (dertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. N. van der Wijngaart en mr. A.H. Tiemens, in tegenwoordigheid van mr. R.M. ter Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 december 2025.
Mr. P. Greve is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]