GERECHTSHOF AMSTERDAM
zaaknummer : 200.354.565.01
zaaknummers hoofdzaak : 13/071999-23 en 13/263468-21 (rechtbank Amsterdam)
Beslissing van de wrakingskamer van 17 juni 2025
op het hoger beroep tegen een beslissing van de rechtbank Amsterdam van 13 mei 2025, nummer C/13/769052 / HA RK 25-156, op een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend door:
[verzoeker] ,
domicilie kiezende te [woonplaats] , [adres] ,
hierna: verzoeker.
1. De procedure
De hoofdzaak betreft de strafzaak met parketnummers 13/071999-23 en 13/263468-21, in behandeling bij de rechtbank Amsterdam.
Verzoeker heeft op 9 mei 2025 een wrakingsverzoek ingediend bij de rechtbank Amsterdam, strekkende tot wraking van mr. B.E. Mildner, rechter-commissaris te Amsterdam.
Bij beslissing van 13 mei 2025 is het wrakingsverzoek, zonder behandeling van het verzoek ter terechtzitting, afgewezen door de wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam.
Verzoeker heeft bij brief van 13 mei 2025 hoger beroep ingesteld tegen de wrakingsbeslissing van de rechtbank Amsterdam.
De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft op 3 juni 2024 bij de wrakingskamer plaatsgevonden. Op de zitting waren aanwezig:
- verzoeker;
- mr. M.A. Bakker, advocaat-generaal.
2. De beoordeling
Artikel 515, vijfde lid Sv bepaalt dat tegen de beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel openstaat. Het standpunt van verzoeker dat hij in het onderhavige geval ontvankelijk is in het hoger beroep vindt geen steun in het recht (vgl. HR 21 juni 2024 ECLI:NL:HR:2024:918). Verzoeker zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
3. De beslissing
De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Deze beslissing is gegeven door mr. F.J. van de Poel, mr. H.A. van Eijk en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom als griffier en door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2025.