ECLI:NL:GHAMS:2025:3692

ECLI:NL:GHAMS:2025:3692

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 200.352.214/03 en 200.352.214/01 en 200.352.214/02
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Wraking tegen beslissing tot aanwezigheid van parketpolitie bij zitting. Ongegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

zaaknummer : 200.352.214/03

zaaknummers hoofdzaak : 200.352.214/01 en 200.352.214/02

Beslissing van de wrakingskamer van 10 december 2025

op het wrakingsverzoek ingediend door

[verzoeker] ,

wonende te [plaats A] ,

bijgestaan door mr. P.J. van de Pol, advocaat te Haarlem,

hierna: verzoeker.

1. De procedure

De hoofdzaak betreft het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 12 december 2024, waarbij op verzoek van de moeder het gezamenlijke gezag over de kinderen is beëindigd en alleen de moeder met het gezag over de kinderen is belast, uitvoerbaar bij voorraad. Het appelrekest bevat tevens een verzoek tot schorsing van de werking daarvan.

Op 22 september 2025 zou de hoofdzaak op zitting worden behandeld. Verzoeker heeft per e-mail op 19 september 2025 de wraking verzocht van de raadsheren A.N. van de Beek, mr. R.M. Troost en mr. J.W. Brunt (hierna: de raadsheren).

Bij e-mail van 22 september 2025 is de advocaat van verzoeker door het hof gemaild dat het wrakingsverzoek alleen door een advocaat ingediend kan worden en dat het verzoek tot wraking niet in behandeling kon worden genomen. Aan de advocaat is een termijn tot uiterlijk 6 oktober 2025 gegeven voor het indienen van de gronden van de wraking.

Op 6 oktober 2025 is door de advocaat per schriftelijk ingekomen stuk de wraking verzocht van de hierboven genoemde raadsheren.

De raadsheren hebben op 6 november 2025 schriftelijk gereageerd op het verzoek tot wraking.

Het wrakingsverzoek is op 26 november 2025 door de wrakingskamer behandeld. Op de zitting waren aanwezig:

- verzoeker, bijgestaan door mr. P.J. van de Pol voornoemd;

- de raadsheer, tevens voorzitter, mr. A.N. van de Beek.

Op de zitting heeft de advocaat van verzoeker desgevraagd laten weten dat het wrakingsverzoek zich enkel nog richt tegen de raadsheer mr. A.N. van de Beek (hierna: de raadsheer).

2. Het wrakingsverzoek en de standpunten daarover

De gronden van het wrakingsverzoek blijken uit het schriftelijke verzoek van 6 oktober 2025. De advocaat van verzoeker heeft het verzoek op de zitting van de wrakingskamer in zoverre aangepast dat er één grond voor wraking is. Samengevat vindt verzoeker dat uit de toewijzing van het verzoek van de advocaat van moeder om parketpolitie bij de zitting aanwezig te laten zijn, zonder verzoeker in de gelegenheid te stellen zich daarover uit te laten, de schijn van vooringenomenheid in de richting van verzoeker blijkt.

De raadsheer heeft in zijn schriftelijke reactie en op de zitting meegedeeld dat hij niet in het verzoek tot wraking berust. Samengevat vindt de raadsheer dat het wrakingsverzoek in de eerste plaats te laat is ingediend en daarnaast dat de genomen voorzittersbeslissing, het ontbreken van motivering en het niet toepassen van het recht op hoor en wederhoor geen grond voor wraking kan vormen.

3. De beoordeling

Ontvankelijkheid

Bij e-mail van 22 september 2025 is de advocaat van verzoeker gemaild dat het wrakingsverzoek alleen door een advocaat ingediend kan worden en dat het verzoek tot wraking niet in behandeling kon worden genomen. Aan de advocaat is vervolgens een termijn tot uiterlijk 6 oktober 2025 gegeven voor het indienen van de gronden van de wraking. Op 6 oktober 2025 is door de advocaat per schriftelijk ingekomen stuk de wraking verzocht van de hierboven genoemde raadsheren. Verzoeker is derhalve ontvankelijk.

Juridisch kader

Artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) houdt in dat op verzoek van een partij, elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Deze bepaling is ook van toepassing op de raadsheren die het hoger beroep behandelen.

Een rechter kan alleen gewraakt worden als hij tegenover een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Uitgangspunt is dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van uitzonderlijke omstandigheden. Het moet dan gaan om omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van partijdigheid of van de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.

Beoordeling in deze zaak

Verzoeker vindt de raadsheer vooringenomen, omdat deze het verzoek van moeder tot aanwezigheid van parketpolitie bij de inhoudelijke behandeling op voorhand heeft toegewezen, zonder verzoeker daarover te horen. Volgens verzoeker wekt de beslissing en de wijze waarop deze is genomen, de objectieve schijn dat de behandelend raadsheer het beeld van dreiging van verzoeker jegens moeder, dat door verzoeker uitdrukkelijk wordt betwist, op voorhand voor waar heeft aangenomen.

Het is aan de voorzitter van de zittingscombinatie om te bepalen of er wel of geen parketpolitie aanwezig is. Uit het al dan niet aanwezig zijn van parketpolitie valt geen (schijn van) partijdigheid of vooringenomenheid af te leiden. Het betreft een ordemaatregel en niet een beslissing die ziet op de inhoud van de zaak. In het niet toepassen van hoor en wederhoor voorafgaand aan het nemen van de ordemaatregel ligt evenmin (de objectief gerechtvaardigde schijn van) vooringenomenheid besloten. Daarbij merkt de wrakingskamer allereerst op dat het niet gebruikelijk is om voorafgaand aan een te nemen ordemaatregel partijen te horen. Bovendien is het zo dat het verzoek om aanwezigheid van de parketpolitie van 17 september 2025 ook naar mr. Van de Pol is gestuurd en dat zij dus de mogelijkheid heeft gehad om daarop te reageren.

Daarnaast geldt dat ook als de wrakingskamer de motivering onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier vindt of als de motivering ontbreekt, dat geen grond is voor wraking. Alleen als uit de motivering van een beslissing in het licht van alle omstandigheden en objectief gezien blijkt dat de raadsheer die haar heeft gegeven vooringenomen zou zijn, is dat een grond voor wraking. Dat kan bijvoorbeeld blijken uit de in de motivering gebruikte bewoordingen. Gelet op het ontbreken van een toelichting op de genomen ordemaatregel is dat hier niet het geval.

Hieruit volgt dat het wrakingsverzoek niet toewijsbaar is.

4. De beslissing

De wrakingskamer verklaart het verzoek tot wraking ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. I.A. van der Burg, J. Piena en N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom als griffier en door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?