Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De rechtbank heeft het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van feit 2. Het hoger beroep is ook tegen die beslissing ingesteld. De advocaat-generaal en de raadsman zijn het met die beslissing van de rechtbank eens. Er zijn daarom geen redenen voor een nader onderzoek naar feit 2. De verdachte wordt voor dat feit niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep aan de orde – tenlastegelegd dat:
1. primairhij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2016 te Purmerend en/of te Vinkeveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s) op verschillende tijdstippen (telkens) een of meer laptops (in totaal 300 laptops) - waaronder laptops van het merk Dell (Latitude), types 7450/7470, en/of Lenovo - en/of (bijbehorende) laptoptassen en/of opladers en/of muizen, verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen van dat/die goed(eren) (telkens) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
1. subsidiairhij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2016 te Purmerend en/of te Vinkeveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, telkens een of meer laptops (in totaal 300),- waaronder laptops van het merk Dell (Latitude), types 7450/7470, en/of Lenovo - en/of (bijbehorende) laptoptassen en/of opladers en/of muizen, (toebehorende aan de ING), voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat/die goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moet(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep – voor zover in hoger beroep aan de orde – zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
Vrijspraak
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Naar het oordeel van het hof is, in lijn met hetgeen namens de verdachte is bepleit en anders dan de advocaat-generaal heeft aangevoerd, niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte laptops en bijbehorende spullen heeft geheeld, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe het volgende.
De verdachte heeft gedurende een periode van zo’n 14 maanden 270 laptops aan derden verkocht die hij heeft gekocht van [naam 1] , een persoon waarmee hij via een advertentie op marktplaats in contact was gekomen. Die laptops (en bijbehorende spullen, hierna gezamenlijk aangeduid als de laptops) bleken te zijn gestolen bij de ING door [naam 2] en [naam 3] die daar werkzaam waren. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van het tenlastegelegde dient wettig en overtuigend te worden bewezen dat de verdachte wist of had moeten weten dat voornoemde laptops van diefstal afkomstig waren.
Met de advocaat-generaal plaatst het hof in dit verband vraagtekens bij de grote hoeveelheid laptops die de verdachte van een particulier heeft gekocht, het gegeven dat hij ze allemaal contant heeft betaald, de omstandigheid dat de verdachte stelt telefonisch contact te hebben gehad met Dell en ING over de herkomst van de laptops, maar hij geen namen bij Dell of ING kan noemen met wie hij dan gesproken zou hebben. Het helpt de verdachte niet dat schriftelijke vastlegging van het onderzoek naar de herkomst van de laptops – dat hij naar eigen zeggen heeft gedaan – ontbreekt.
Daar staat tegenover dat bij de beoordeling ook belang toekomt aan het volgende. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij de laptops aan het begin van de handelsrelatie met [naam 1] voor € 700,00 inkocht en tegen het einde van de handelsrelatie met [naam 1] inkocht voor een lager bedrag. Uit de verklaring van de aangever blijkt dat de inkoopprijs voor de ING € 800,00 per laptop bedroeg. De prijs die de verdachte heeft betaald voor de laptops, die toen niet meer geheel nieuw waren en die hij voor een deel na aankoop heeft gerepareerd, staat daarmee naar het oordeel van het hof in redelijke verhouding tot de waarde van de laptops. De door hem betaalde prijs kan daarom niet worden aangemerkt als zo laag dat hij op grond daarvan had moeten weten dat het om gestolen waar zou moeten gaan. Daarnaast speelt een rol dat de verdachte de laptops, afkomstig van een bank, ontving zonder BIOS-beveiliging terwijl die alleen door de rechtmatige eigenaar kan worden opgeheven. De verdachte vertrouwde er daarom op dat de laptops bestemd waren voor verkoop op de tweedehands markt en daartoe door de vorige eigenaar via een tussenpersoon waren afgegeven. Ten slotte is de verdachte in contact gekomen met de verkoper van de laptops, [naam 1] , via een advertentie op Marktplaats waar de laatste adverteerde met zijn echte naam en telefoonnummer. De verdachte is bij [naam 1] thuis geweest voor de overdracht van de laptops en hij heeft in het begin van de handelsrelatie met [naam 1] via de website Stopheling.nl aan de hand van de serienummers van de laptops (die raadpleegbaar waren) gecontroleerd of ze bij de politie als gestolen geregistreerd stonden.
Gelet op die laatste omstandigheden is er naar het oordeel van het hof te veel twijfel of de verdachte wist of had moeten weten dat de laptops waren gestolen. Daarom spreekt het hof hem vrij van zowel opzet- als schuldheling.
Vordering van de benadeelde partij Koninklijke KPN NV
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 206.437,66. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep
niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt vrijgesproken van het onder 1 primair tenlastegelegde en 1 subsidiair tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover in hoger beroep aan de orde – en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij Koninklijke KPN NV
Verklaart de benadeelde partij Koninklijke KPN NV niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. A.P.M. van Rijn en mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 december 2025.
mr. Van Heffen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[......]