Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 december 2025.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van feit 2. Zijn hoger beroep is ook tegen die vrijspraak ingesteld en dat kan niet volgens de wet. Het hof zal het beroep tegen die vrijspraak daarom niet behandelen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep aan de orde – tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 11 februari 2015 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in het perceel [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 255 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
3.
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2014 tot en met 11 februari 2015 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep – voor zover in hoger beroep aan de orde – zal worden vernietigd. De reden hiervoor is dat van het vonnis slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a Sv en het hof komt tot een andere beslissing.
Vrijspraak
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Het hof is, met de verdediging, van oordeel dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Uit het procesdossier komt weliswaar enige betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerij naar voren, maar naar het oordeel van het hof kan op basis daarvan de verdachte niet als (mede)pleger van het opzettelijk telen, bereiden, verwerken of aanwezig hebben van de hennep of van de diefstal van stroom in het perceel [adres 2] worden aangemerkt. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken van hetgeen hem onder 1 en 3 ten laste is gelegd.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover in hoger beroep aan de orde – en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. R.D. van Heffen en mr. B.E. Dijkers, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 december 2025.
mr. Van Heffen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=========================================================================
[…]