ECLI:NL:GHAMS:2025:3773

ECLI:NL:GHAMS:2025:3773

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 25-09-2025
Datum publicatie 03-03-2026
Zaaknummer 23-001488-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Vernietiging vonnis ten aanzien van de strafoplegging. De verdachte heeft de winkelgoederen feitelijk afgedekt en daarom kan het niet anders dan dat de verdachte het oogmerk had om de goederen niet af te reknen. Gevangenisstraf van 2 dagen met aftrek.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 september 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging -in zoverre zal het vonnis worden vernietigd- en met dien verstande dat het hof de bewijsoverweging van de politierechter vervangt door de hierna volgende overweging.

Bewijsoverweging

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verdachte de etenswaren in zijn winkelmandje had en niet heimelijk had weggestopt om ze aan het zicht te onttrekken. Er zaten gaten aan de zijkant van het mandje waardoor het overduidelijk was dat er boodschappen in lagen en er geen sprake is geweest van een wegnemingshandeling. Bovendien was de verdachte voornemens om de boodschappen in twee betalingen te voldoen en hij heeft niet de kans gekregen om dat te doen. Hij wilde het blikje sinas en de andere producten apart betalen. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij in twee delen wilde betalen, waarbij hij een deel met een pinpas en het andere deel met cashgeld of ook met een pinpas zou afrekenen. De verdachte heeft verder verklaard dat hij de tas bovenop de goederen had gelegd om de goederen te verdelen.

Het hof constateert allereerst dat de verdachte wisselend heeft verklaard over de manier waarop hij de goederen wilde betalen. Zo verklaart de aangever dat de verdachte heeft verklaard dat hij de goederen reeds had afgerekend, terwijl de verdachte bij de politierechter verklaarde dat hij twee verschillende pinpassen had en daarmee de boodschappen apart zou afrekenen. In hoger beroep heeft hij verklaard dat hij een deel met een pas en een deel contant wilde betalen. Gelet hierop – en naast het feit dat de verdachte zelf niet kan aangeven welke verklaring juist is – schuift het hof de verklaringen van de verdachte als ongeloofwaardig ter zijde.

Voorts overweegt het hof dat op de camerabeelden te zien is dat de verdachte bij de zelfscankassa komt met een mandje met goederen met daarbovenop een tas, op een wijze die de goederen volledig aan het oog onttrekt, met uitzondering van een blikje sinas dat zichtbaar bleef op de tas. Gelet op de uiterlijke verschijningsvorm is het hof van oordeel dat de goederen feitelijk werden afgedekt en dat het daarom niet anders kan dan dat de verdachte het oogmerk had om de goederen niet af te rekenen. Daarbij weegt mee dat de verklaring van de verdachte – dat hij een deel van de goederen met contant geld wilde betalen – onaannemelijk is. Het is immers niet mogelijk om bij de zelfscankassa’s met contant geld te betalen. Ook acht het hof de verklaring van de verdachte – dat hij de tas in de mand had geplaatst om de goederen te verdelen – niet logisch.

Gelet op het voorgaande acht het hof bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde diefstal heeft gepleegd.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het bewezenverklaarde veroordeeld tot gevangenisstraf van 2 dagen, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de politierechter de verdachte een taakstraf van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, opgelegd.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

De raadsman heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en met de overschrijding van de redelijke termijn.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit, dat schade en hinder kan veroorzaken voor het gedupeerde winkelbedrijf.

Het hof heeft rekening gehouden met de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Het hof heeft ten slotte rekening gehouden met de omstandigheid dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. De redelijke termijn is aangevangen op 10 mei 2021, de dag dat de verdachte in verzekering is gesteld. Het vonnis van de politierechter dateert van 11 mei 2021. Namens de verdachte is op 25 mei 2021 hoger beroep ingesteld. De zaak is in hoger beroep afgerond met een eindbeslissing op 25 september 2025. Uitgaande van een redelijke termijn van twee jaren per instantie, is er sprake van een overschrijding van deze termijn in hoger beroep van ruim 2 jaar en 4 maanden.

Gelet op artikel 63 Sr en de overschrijding van de redelijke termijn acht het hof een gevangenisstraf van 2 dagen, met aftrek van het voorarrest passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. G.J.K. Elsen, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Fritsche, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 september 2025.

mrs. G.J.K. Elsen en M.S. Fritsche zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.S. Fritsche

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?