Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 november 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Tenlasteleggingen
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 13-202039-24 (zaak A): hij op of omstreeks 22 juni 2024 te 05:35 uur te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Zaak met parketnummer 13-208998-24 (zaak B): hij op of omstreeks 27 juni 2024 te 21:10 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Zaak met parketnummer 13-209935-24 (zaak C): hij op of omstreeks 28 juni 2024 te 21:45 uur te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam(zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Zaak met parketnummer 13-210241-24 (zaak D): hij op of omstreeks 30 juni 2024 te 00.48 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 en/of 2.9a van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, gedaan door of namens de burgemeester van Amsterdam, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden (van 22 juni 2024 tot en met 21 september 2024) niet meer te bevinden;
Zaak met parketnummer 13-231274-24 (zaak E): hij op of omstreeks 17 juli 2024 te 16:15 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 172a en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 centrum en ondergrondse metrostations, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden (onder meer 2 juli 2024 en 8 april 2024);
Zaak met parketnummer 13-277600-24 (zaak F): hij op of omstreeks 29 augustus 2024 te 20:55 uur te Amsterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof in een van de zaken gelet op de tenlastelegging van zaak E en de bewezenverklaring van dat feit tot een andere kwalificatie komt dan de politierechter.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaken met parketnummers
13-202039-24, 13-208998-24, 13-209935-24, 13-210241-24, 13-231274-24 en 13-277600-24 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak met parketnummer 13-202039-24 (zaak A): hij op 22 juni 2024 te 05:35 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Zaak met parketnummer 13-208998-24 (zaak B): hij op 27 juni 2024 te 21:10 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Zaak met parketnummer 13-209935-24 (zaak C): hij op 28 juni 2024 te 21:45 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
Zaak met parketnummer 13-210241-24 (zaak D): hij op 30 juni 2024 te 00.48 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 gegeven bevel, gedaan namens de burgemeester van Amsterdam, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden (van 22 juni 2024 tot en met 21 september 2024) niet meer te bevinden;
Zaak met parketnummer 13-231274-24 (zaak E): hij op 17 juli 2024 te 16:15 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 centrum en ondergrondse metrostations te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen twee jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte wegens een gelijk misdrijf onherroepelijk was geworden (2 juli 2024 en 8 april 2024);Zaak met parketnummer 13-277600-24 (zaak F):hij op 29 augustus 2024 te 20:55 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.
Hetgeen in de zaken A tot en met F (met parketnummers 13-202039-24, 13-208998-24, 13-209935-24, 13-210241-24, 13-231274-24 en 13-277600-24) meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaken A tot en met F (met parketnummers 13-202039-24, 13-208998-24, 13-209935-24, 13-210241-24, 13-231274-24 en 13-277600-24) bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in de zaken A tot en met D en F (met parketnummers 13-202039-24, 13-208998-24, 13-209935-24, 13-210241-24 en 13-231274-24) bewezenverklaarde levert op:
telkens: opzettelijk niet voldoen aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.
Het in zaak E (met parketnummer 13-277600-24) bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk niet voldoen aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk is geworden.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in de zaken A tot en met F (met parketnummers 13-202039-24, 13-208998-24, 13-209935-24, 13-210241-24, 13-231274-24 en 13-277600-24) bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als in eerste aanleg is opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich meerdere malen schuldig gemaakt aan het overtreden van het aan hem opgelegde gebiedsverbod voor het overlastgebied van het centrum van Amsterdam. De verdachte heeft hierdoor laten zien dat hij geen enkele boodschap heeft aan bevelen om zich niet in het overlastgebied op te houden. Hiermee heeft hij het bevoegde gezag, belast met de handhaving van de openbare orde, ondermijnd.
Uit het strafblad van de verdachte van 6 november 2025 blijkt dat hij eerder veelvuldig onherroepelijk veroordeeld is voor hetzelfde en andere misdrijven.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Mede vanwege de mate van recidive vanwege soortgelijke feiten kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een straf die deze vrijheidsbeneming met zich brengt.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 43a, 57, 63 en 184 van het Wetboek van Strafrecht.
Vordering tenuitvoerlegging onder parketnummer 13-116746-24
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 8 april 2024 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de voornoemde voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf reeds ten uitvoer is gelegd. De vordering tot tenuitvoerlegging wordt daarom overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal afgewezen.
Vordering tenuitvoerlegging onder parketnummer 15-151545-24
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Haarlem van 6 mei 2024 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de voornoemde voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf reeds ten uitvoer is gelegd. De vordering tot tenuitvoerlegging wordt daarom overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal afgewezen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaken met parketnummers
13-202039-24, 13-208998-24, 13-209935-24, 13-210241-24, 13-231274-24 en 13-277600-24 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaken met parketnummers 13-202039-24, 13-208998-24, 13-209935-24, 13-210241-24, 13-231274-24 en 13-277600-24 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het arrondissement te Amsterdam van 30 augustus 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 8 april 2024, parketnummer 13-116746-24, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 2 weken.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het arrondissement te Amsterdam van 30 augustus 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Haarlem van 6 mei 2024, parketnummer 15-151545-24, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 1 week.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.A.A. Postma, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. M.T.C. de Vries, in tegenwoordigheid van mr. S.K. van Eck, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 december 2025.
mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]
[…]