ECLI:NL:GHAMS:2025:3825

ECLI:NL:GHAMS:2025:3825

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 19-11-2025
Datum publicatie 13-04-2026
Zaaknummer 23-000040-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBAMS:2022:8331

Samenvatting

Bevestiging vonnis, behalve ten aanzien van de opgelegde straf. Oplegging gevangenisstraf van 117 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van een jaar.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 november 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit om die reden bevestigen, behalve ten aanzien van de opgelegde straf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 118 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 117 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 30 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van 1 jaar, zonder bijzondere voorwaarden.

De raadsman heeft de persoonlijke omstandigheden van de verdachte toegelicht en het hof verzocht de advocaat-generaal in de strafeis te volgen. De verdachte zat destijds in een slechte periode in zijn leven. De verdachte is gestopt met alcohol en drugs, is inmiddels twee jaar clean, wat ook terug te zien is op de ontstane rust op verdachtes strafblad. De verdachte realiseert zich zeer goed dat hij volstrekt anders had moeten handelen en heeft zich toegelegd op zijn eigen bedrijf in de bouw.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een inbraak in een boot, waarbij meerdere flessen drank zijn weggenomen. Inbraken veroorzaken maatschappelijke onrust en brengen veelal een groot gevoel van onveiligheid teweeg. Met zijn handelen heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op andermans eigendomsrecht en heeft hij daarnaast veel schade en overlast veroorzaakt.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 6 november 2025 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld voor diefstallen. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om zich opnieuw aan dit soort feiten schuldig te maken.

In strafmatigende zin weegt het hof mee dat het leven van de verdachte een goede wending lijkt te hebben genomen. Hij heeft een eigen bedrijf en is gezien zijn strafblad inmiddels zichtbaar abstinent van alcohol en drugs.

Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden, waarbij het onvoorwaardelijk deel van de vrijheidsbeneming de duur van het voorarrest niet te boven gaat. Met een andere of lichtere straf dan een straf die deze vrijheidsbeneming met zich brengt kan niet worden volstaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 117 (honderdzeventien) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 30 (dertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 1 (één) jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.T.C. de Vries, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. S.K. van Eck, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 november 2025.

mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.K. van Eck

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?