ECLI:NL:GHAMS:2025:3853

ECLI:NL:GHAMS:2025:3853

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 27-05-2025
Datum publicatie 05-06-2026
Zaaknummer 23-002842-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Bevestiging behalve ten aanzien van de strafoplegging en -motvering en met toevoeging van artikel 63 Sr aan de toepasselijke wettelijke voorschriften. Bewezenverklaring voor meineed. Meineed is een ernstig strafbaar feit, waaraan in de strafrechtspleging zwaar wordt getild en dat in beginsel op zichzelf een forse, onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. Het voorgaande maakt dat naar het oordeel van het hof niet kan worden volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke straf zoals door de raadsman is verzocht. Het hof ziet echter in de omstandigheden van het geval en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze door hemzelf en de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep zijn toegelicht, aanleiding om een andersoortige straf op te leggen.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 mei 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen, na eventueel instellen van het beroep in cassatie, aanvult en uitwerkt in de op te maken aanvulling op dit arrest en aan de toepasselijke wettelijke voorschriften artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht toevoegt.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, te vervangen door 30 dagen hechtenis.

De raadsman heeft verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en een geheel voorwaardelijke straf op te leggen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meineed. Hij heeft ter terechtzitting bij de rechtbank als getuige een leugenachtige verklaring afgelegd over de betrokkenheid van de medeverdachte. Het heeft er alle schijn van dat hij op die wijze heeft getracht te voorkomen dat zijn medeverdachte zou worden veroordeeld. Dergelijk handelen belemmert in ernstige mate de rechtsgang. Meineed is een ernstig strafbaar feit, waaraan in de strafrechtspleging zwaar wordt getild en dat in beginsel op zichzelf een forse, onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. Het voorgaande maakt dat naar het oordeel van het hof niet kan worden volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke straf zoals door de raadsman is verzocht.

Het hof ziet echter in de omstandigheden van het geval en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze door hemzelf en de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep zijn toegelicht, aanleiding om een andersoortige straf op te leggen.

De verdachte heeft een positieve wending gegeven aan zijn leven na langdurige detentie en heeft zijn leven inmiddels op de rit. Hij heeft een baan en een woning, waarin hij samenwoont met zijn vriendin en zoontje. Het hof is, met de advocaat-generaal en de verdediging, van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf deze positieve ontwikkelingen zal kunnen doorkruisen, hetgeen het hof onwenselijk acht. Het is mede in het belang van de maatschappij dat de verdachte doorgaat op deze ingeslagen weg, omdat daarmee het gevaar op herhaling van het plegen van soortgelijke misdrijven wordt beperkt.

Daarnaast ziet het hof in dit uitzonderlijke geval reden om de straf te matigen wegens de buitengewoon lange duur van het strafproces en de oudheid van het strafbare feit (te weten 4 juli 2017).

Het hof houdt ook rekening met een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 29 april 2025, waaruit volgt dat hij eerder ter zake van misdrijven onherroepelijk is veroordeeld, en met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof constateert voorts dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in hoger beroep is geschonden. In strafzaken wordt onder meer geen vermindering van de opgelegde straf toegepast als het gaat om een taakstraf waarvan het onvoorwaardelijke gedeelte minder van honderd uren beloopt. Gelet hierop volstaat het hof met de enkele constatering dat de redelijke termijn is geschonden.

Het hof acht, gezien het bovenstaande en alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 207 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. B.E. Dijkers, in tegenwoordigheid van mr. J.P.M. Veerman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 mei 2025.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.P.M. Veerman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand