ECLI:NL:GHAMS:2025:3854

ECLI:NL:GHAMS:2025:3854

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 04-08-2025
Datum publicatie 05-06-2026
Zaaknummer 23-001828-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Bevestiging van het vonnis met uitzondering van de kwalificatie en ten aanzien van de strafoplegging en -motivering en met dien verstande dat het hof reageert op de in hoger beroep gevoerde verweren. Wegenverkeerswet. Gelet op de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder die zijn begaan, de veelvuldige recidive, de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd en het feit dat de verdachte slechts in beperkte mate verantwoordelijkheid lijkt te nemen voor zijn gedrag, ziet het hof aanleiding een hogere straf op te leggen dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 juli 2025 en 4 augustus 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de kwalificatie van het onder parketnummer 96-177620-23 tenlastegelegde en ten aanzien van de strafoplegging (en derhalve de motivering daarvan) – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof zal reageren op de in hoger beroep gevoerde verweren.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft ter zitting ten aanzien van de zaken met de parketnummers 96-157289-23 en 96-177864-23 vrijspraak bepleit. Daartoe heeft zij – kort weergegeven – aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de auto heeft bestuurd. Ten aanzien van de zaak met parketnummer 96-177620-23 stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat er geen verdenking was ter zake het overtreden van de Wegenverkeerswet, waardoor de resultaten van de afgenomen alcohol- en drugstest onrechtmatig zijn verkregen, zodat bewijsuitsluiting en bijgevolg vrijspraak dient te volgen.

Het hof overweegt als volgt.

Op grond van de procesdossiers is het volgende vast komen te staan.

T.a.v. parketnummer 96-157289-23 en 96-177864-23

Uit het proces-verbaal van bevindingen van 28 november 2021 en het proces-verbaal van bevindingen van 19 juni 2023 volgt dat de verbalisanten de door hen gevolgde auto respectievelijk op 17 november 2021 en op 18 juni 2023 niet uit het oog zijn verloren tot het moment van staandehouding, waarna de verdachte als bestuurder van de auto werd aangetroffen. Ten aanzien van de laatstgenoemde zaak is de verdachte bovendien herkend door de verbalisant als de bestuurder van de auto. Het hof verwerpt daarmee het verweer van de raadsvrouw en acht bewezen dat de verdachte beide keren de bestuurder van de auto is geweest terwijl zijn rijbewijs op die momenten zijn geldigheid had verloren, respectievelijk ongeldig was verklaard.

T.a.v. parketnummer 96-177620-23

Uit het proces-verbaal rijden onder invloed van 17 juli 2022 volgt dat de verdachte is gecontroleerd op alcohol en drugs naar aanleiding van een melding van poging tot doodslag. De politie heeft te allen tijde de bevoegdheid om een bestuurder in het kader van een controle op grond van de Wegenverkeerswet staande te houden. Uit het proces-verbaal van bevindingen volgt dat de verdachte sloom reageerde en onsamenhangend sprak. In zoverre was er op grond van artikel 163 lid 1 Wegenverkeerswet een wettelijke grondslag voor het doen van adem-, speeksel- en bloedonderzoek. De resultaten van deze tests leverden – in combinatie met de uiterlijke kenmerken bij de verdachte – voldoende verdenking op van overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet, op grond waarvan de verdachte mocht worden aangehouden. Reeds om die reden zijn de resultaten van het onderzoek rechtmatig verkregen, kunnen deze voor het bewijs worden gebruikt en kan het tenlastegelegde worden bewezen.

Het hof acht de tenlastegelegde feiten onder de parketnummers 96-157289-23, 96-177864-23 en 96-177620-23 gelet op al het vorenstaande daarom wettig en overtuigend bewezen.

Het hof zal de bewijsmiddelen, na eventueel instellen van het beroep in cassatie, aanvullen en uitwerken in een op te maken aanvulling op dit arrest.

Kwalificatie

Het hof kwalificeert van het onder parketnummer 96-177620-23 bewezenverklaarde als : “overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (4,3 microgram THC per liter bloed en 1,14 milligram ethanol per millimeter bloed)”.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van veertien maanden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.

De raadsvrouw heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de -oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), het tijdsverloop en artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich in korte periode schuldig gemaakt aan meerdere overtredingen van de Wegenverkeerswet. Hij heeft op drie verschillende momenten een auto bestuurd terwijl zijn rijbewijs op dat moment ongeldig dan wel geschorst was. Daarnaast heeft hij als beginnend bestuurder deelgenomen aan het verkeer terwijl hij onder invloed was van alcohol en drugs. Daarmee heeft hij door het bevoegde gezag opgelegde verboden, die beogen het belang van de verkeersveiligheid te beschermen, genegeerd zonder zich op enige wijze te bekommeren om het welzijn en de gezondheid van andere verkeersdeelnemers.

Blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 juli 2025 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke feiten. Deze veroordelingen hebben kennelijk weinig tot geen indruk op hem gemaakt. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden opnieuw dergelijke strafbare feiten te begaan.

Gelet op de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder die zijn begaan, de veelvuldige recidive, de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd en het feit dat de verdachte slechts in beperkte mate verantwoordelijkheid lijkt te nemen voor zijn gedrag, ziet het hof aanleiding een hogere straf op te leggen dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd. Daarbij is mede van belang de hardleersheid die blijkt uit het herhaald plegen van dergelijke feiten en het feit dat sprake is van combinatiegebruik van middelen die de rijvaardigheid beïnvloeden, waarvoor ook hogere straffen worden opgelegd dan bij enkelvoudig gebruik van die middelen, zeker als sprake is van een beginnend bestuurder. Hoewel artikel 63 Sr van toepassing is, heeft dit geen strafverminderend effect. De politierechter had overigens artikel 63 Sr ook al meegewogen in de beslissing.

Het hof acht, gezien het bovenstaande en alles afwegende, een gevangenisstraf en rijontzegging van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9, 176 en 179 Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan en ten aanzien van de kwalificatie van het onder parketnummer 96-177620-23 bewezenverklaarde, en doet in zoverre opnieuw recht.

Kwalificeert het onder parketnummer 96-177620-23 bewezenverklaarde zoals hierboven aangegeven.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) weken.

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 14 (veertien) maanden.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.T.C. de Vries, mr. D.A.C. Koster en mr. R.A.J. Hübel, in tegenwoordigheid van mr. J.P.M. Veerman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 augustus 2025.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.P.M. Veerman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand