Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 februari 2025.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Op 28 november 2024 heeft mr. F.W.D. Siccama, de raadsman van de verdachte, bij appelschriftuur te kennen gegeven dat het hoger beroep zich richt tegen de bewezenverklaring, de kwalificatie van feit 1 alsmede de opgelegde straf. Op 9 januari 2025 heeft een rolzitting plaatsgevonden, waarop het onderzoek is geschorst tot de regiezitting op 13 februari 2025.
Op 11 februari 2025 heeft mr. D. Moes, namens mr. F.W.D. Siccama, per e-mail aan het hof bericht dat de verdachte bij nader inzien in het vonnis in eerste aanleg berust en het hof verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het ingestelde hoger beroep.
Op 12 februari 2025 heeft de advocaat-generaal per e-mail het hof bericht in te stemmen met een niet-ontvankelijk verklaring. Dat standpunt is door de advocaat-generaal ter terechtzitting herhaald.
Gelet op bovenstaande en nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. A.R.O. Mooy en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 februari 2025.
De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.