ECLI:NL:GHAMS:2026:1010

ECLI:NL:GHAMS:2026:1010

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 20-04-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer 23-001148-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBAMS:2024:2781

Samenvatting

Daghandel in cryptovaluta (20 slachtoffers, 0,4 miljoen euro). Veroordeling tot 11 maanden gevangenisstraf voor oplichting, (gewoonte-)witwassen en onjuiste Corona / Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)-aanvragen. Beroepsverbod van 5 jaar.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Vonnis waarvan beroep

Oplegging van straffen

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001148-24

datum uitspraak: 20 april 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 mei 2024 in de strafzaak onder parketnummer 81-265473-21 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

postadres: [adres].

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

15 juli 2025, 12 maart 2026, 26 maart 2026, 20 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straffen – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen worden aangevuld met de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep afgelegd op 15 juli 2025.

Aanvullend bewijsmiddel

De verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 15 juli 2025.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op een vraag van de voorzitter verklaart de verdachte dat hij alle vier de tenlastegelegde feiten bekent.

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van drie jaren en met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de rechtbank een verbod opgelegd tot het uitoefenen van de in het vonnis nader omschreven beroepen voor de duur van vijf jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder feit 1 tot en met 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft het hof verzocht een combinatie van strafmodaliteiten op te leggen en in het bijzonder een alternatief voor een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming te zoeken. Daarbij dient het hof rekening te houden met het voortgangsverslag van de reclassering van juli 2025, de actuele persoonlijke omstandigheden, het feit dat de schade van de slachtoffers voor een groot deel is vergoed, de schending van de redelijke termijn in eerste aanleg en met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in navolging van de rechtbank in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen,.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting doordat hij in een periode van ruim een jaar meer dan twintig slachtoffers heeft bewogen tot afgifte van geldbedragen. De slachtoffers is voorgehouden dat er geld werd verdiend met de handel in cryptocurrencies, terwijl hier geen sprake van was. De verdachte heeft met de inleggelden onder andere schulden afgelost, luxe goederen aangeschaft en dure auto’s gehuurd. Inmiddels is de verdachte persoonlijk failliet verklaard en zijn de investeerders de dupe van deze oplichting. De verdachte heeft een grote inbreuk gemaakt op het in hem gestelde vertrouwen en hij heeft kennelijk enkel uit financieel gewin gehandeld. Met zijn handelen heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen door de uit de oplichting afkomstige ingelegde geldbedragen, van in totaal ruim vier ton over te boeken naar andere bankrekeningen en/of contant op te nemen. Door witwassen wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast en de verdachte heeft daaraan een bijdrage geleverd. De rechtbank neemt het de verdachte extra kwalijk dat hij deze feiten heeft gepleegd terwijl er nog een andere strafzaak speelt waarin hij ook beschuldigd wordt van beleggingsfraude. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om de hier aan de orde zijnde feiten te plegen.

Daarnaast heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het gebruik maken van valse en vervalste geschriften, door onjuiste Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)-aanvragen met vervalste bijlagen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) in te dienen.

Hij heeft hiermee misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer wordt gesteld in schriftelijke stukken met een bewijsbestemming. Hij heeft de door RvO uitgekeerde bedragen, van in totaal € 117.651,20 witgewassen.

De door RvO uitgekeerde bedragen maakten deel uit van de crisismaatregelen in verband met de Corona-epidemie. Het hof acht het buitengewoon kwalijk dat de verdachte misbruik heeft gemaakt van de noodmaatregelen.

Het hof is van oordeel dat in het geval van - niet op zichzelf staande - fraude op deze schaal, ingegeven door alleen de zucht naar financieel gewin op korte termijn en ten koste van anderen, vanuit het strafrecht niet anders kan worden gereageerd dan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur. Toepassing van een andere straf(modaliteit) doet geen recht aan wat er is gebeurd en het strafwaardige karakter van het handelen van de verdachte. Voor een voorwaardelijk deel van deze gevangenisstraf ziet het hof geen aanleiding, nu in de afgelopen periode niet is gebleken dat de verdachte nog een stok achter de deur nodig heeft om op het rechte pad te blijven.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 4 maart 2026 is verdachte niet eerder (onherroepelijk) veroordeeld, maar de verdachte wordt bij uitspraak van dit hof van gelijke datum ook veroordeeld in een andere beleggingsfraude zaak (met parketnummer 23-003065-21). Het hof heeft daarom rekening gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof stelt vast dat het recht van de verdachte om binnen een redelijke termijn te worden berecht, als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), is geschonden. Als uitgangspunt geldt dat de berechting van de zaak in eerste aanleg behoort te zijn afgerond met een einduitspraak binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is aangevangen. Op 13 oktober 2021, de datum waarop de verdachte in verzekering is gesteld, is de redelijke termijn aangevangen. De rechtbank heeft op 16 mei 2024 vonnis gewezen. Hieruit volgt dat in eerste aanleg sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn van zeven maanden.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden. In verband met de schending van de redelijke termijn in eerste aanleg zal het hof de op te leggen gevangenisstraf verminderen met één maand.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Beroepsverbod

Naast de hiervoor genoemde straf ziet het hof net als de rechtbank aanleiding een beroepsverbod op te leggen voor de duur van vijf jaren, zodat de verdachte in die periode op geen enkele manier nog in de beleggingswereld werkzaam zal kunnen zijn. Het beroepsverbod zal gelden voor de uitoefening van werkzaamheden als (feitelijk of juridisch) bestuurder van binnenlandse of buitenlandse vennootschappen, beleggingsadviseur, vermogensbeheerder en handelaar in financiële producten, waaronder cryptovaluta. Dit ter bescherming van de maatschappij.

Voorlopige hechtenis

Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat de – reeds lange tijd geschorste – voorlopige hechtenis van de verdachte kan worden opgeheven. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen.

Vorderingen van de benadeelde partijen

Het hof heeft op de zitting van 12 maart 2026 het voornemen geuit om, zoals eerder al door de rechtbank is gedaan, gebruik te maken van de hem toekomende bevoegdheid om de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vordering. De verdachte is immers op 10 november 2020 failliet verklaard, dit faillissement duurt ook nu nog voort en de vorderingen zijn na het faillissement ingediend.

Op grond van het bepaalde in de artikelen 26 en 110 van de Faillissementswet kunnen rechtsvorderingen, die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben, gedurende het faillissement op geen andere wijze worden ingesteld dan bij de curator. Dit betekent dat deze vorderingen niet in dit strafproces kunnen worden ingediend.

De beslissing van de rechtbank dat de benadeelde partijen kennelijk niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen op grond van het bepaalde in artikel 333 van het Wetboek van Strafvordering kan dan ook in stand blijven. Om op dit punt geen misverstand te laten ontstaan, zal het hof dit ten aanzien van die benadeelde partijen die zich in hoger beroep opnieuw met een vordering hebben gevoegd ook in het dictum van dit arrest opnemen. Daarbij geldt dat de benadeelde partijen en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 10, 28, 31, 47, 57, 63, 225, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 (elf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Ontzet de verdachte van het recht tot uitoefening van het beroep van (feitelijk of juridisch) bestuurder van binnenlandse of buitenlandse vennootschappen, beleggingsadviseur, vermogensbeheerder en handelaar in financiële producten waaronder cryptovaluta voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3], [benadeelde 4],

[benadeelde 5], [benadeelde 6], [benadeelde 7], [benadeelde 8], [benadeelde 9], [benadeelde 10] en [benadeelde 11] niet-ontvankelijk in hun vordering.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Heft op de – geschorste – voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. J.L. Bruinsma en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van

mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

20 april 2026.

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C. van der Laan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?